Dat deze groep hecht aan traditionele genderrollen is bekend, maar de retoriek van het interkerkelijk platform Bijbels Beraad M/V – met veel predikanten en opiniemakers als auteurs – heeft een ander soort scherpte. Wat me opviel in hun posts was de mengeling van (Bijbelse) Waarheid en waarheid (man-vrouw verschillen, tegen postmodernisme, woke en ‘gendergekte’) – iets soortgelijks was overigens zichtbaar in reacties op Charlie Kirk, die in conservatief-christelijke kringen werd bestempeld als martelaar om Christus’ wil én als martelaar om het vrije woord. Behalve waarheid kwam ook liefde veel voorbij. Bijbelse liefde gaat altijd hand in hand met waarheid, aldus een aantal auteurs. Dat betekent wel dat als je iemand bij de gewenste voornaamwoorden aanspreekt je zomaar mee kunt gaat in een duivelse leugen…
Wat gebeurt er hier nou precies? Waarheid en liefde worden, bedoeld of niet, stokken om de eigen achterban mee te slaan. Geloofsuitspraken van leiders gaan namelijk óok over het kaderen en behouden van (groeps)identiteit, en het aanreiken van betekenissen die passen binnen de psychologische betekeniskaders. Een gevolg hiervan kan zijn dat de meest kwetsbaren, zoals jongeren die worstelen met hun identiteit, door de gekozen toonzetting extra hard worden geraakt.
Dan nog iets over bondgenootschappen. Groepstheorieën stellen dat men zich, tijdens vermeende dreiging, makkelijker verenigt rond een aanwijsbare gemeenschappelijke vijand. Terwijl reformatorischen intern overhoopliggen over Bijbelvertalingen, verenigt men zich bij het Beraad breed-kerkelijk met evangelicals en baptisten, agerend tegen ‘transgenderisme’. Ook wordt er veel geput uit Amerikaanse rechtse mediakanalen. De contreien zijn breder: ultraconservatieve katholieken van Gezin in Gevaar worden aangehaald op de site en kregen een stand bij een conferentie. Zo ontstaat een complex samenspel rondom de as van traditie en gender, die verschillen richting sommige geloofsgenoten onoverbrugbaar maakt, en richting anderen juist weg-nuanceert. Hoe ver dit alles reikt is de vraag: zo waren er positieve posts over niet-gelovigen, maar ook over moslims in de voetbalwereld die de regenboogband weigerden; immers, liever dat dan geloofsgenoten die meegaan met de tijdgeest. Maar daar blijft het dan ook wel bij, allianties met cultuurchristenen overrulen dit in de praktijk met anti-islamsentiment…
Wat zien we hier nu eigenlijk psychologisch gebeuren? Het wijst in elk geval op angst als een voorname drijfveer. Die angst komt deels ergens anders vandaan; conservatieve christenen voelen zich vaak weinig gezien en erkend in de samenleving, daarnaast ervaren ze het progressieve maakbaarheidsdenken als iets dwingends. Noties van inclusiviteit hebben, zeker voor religieuzen, regelmatig een exclusieve uitwerking. Christenen die hechten aan traditionele rolpatronen passen in veel opzichten niet in een liberaal-progressieve mal; in dat licht is strategische beweging verklaarbaar.
Maar toon, taal, en met welke vrienden men zich omringt, doen er wel degelijk toe. Gaat het hier wel om ‘behoud van het eigene’, of gaan er meer wissels om? Voorbeeldje: in Gouda sprak onlangs Wierd Duk voor een gezelschap van conservatieve christenen. Over de inhoud is veel ophef geweest, maar de titel boven de avond was al exemplarisch: ‘geloof, moed en cultuurkritiek’. Een rebranding naar een fermer christendom, waarbij personen die ‘minder hebben met de Jezus van de andere wang’ (aldus Duk, eerder bij de EO), zich thuis voelen. De Bijbelse drieslag ‘geloof, hoop en liefde’ steekt daar schril bij af. Voor de reformatorische groep, die me dierbaar is (lees vooral ook Jonah Falkes prachtige boek ‘De Bible Belt’), vraag ik me af wie het meest gebaat is bij dit ‘offensief’, deze ‘strijd’, en welke stemmen, ook uit eigen kring, verstommen. En vrees ik dat hiermee de identiteit in Christus niet meer glans krijgt, maar eerder juist verdoft.
