Mijn vader kwam van een boerderijtje en was als kind al boerenknechtje. Dat was in de jaren dertig – een tijd van crisis, armoede en oorlogsdreiging. Hij heeft ons vaak gezegd dat we veel te weinig beseften hoeveel geluk we hadden op te mogen groeien in een tijd van vrede en toenemende welvaart.

Naast ons huis lag een enorme moestuin waar hij menig uur van spitten, zaaien, schoffelen, harken en oogsten heeft doorgebracht. Ik zie hem nog zitten aan de keukentafel waarop hij de zakjes met zaad vergenoegd uitstalde en koesterde als goud. Ik ben hem dankbaar dat hij mij gevoel voor het wonder van groei en bloei heeft bijgebracht. Met deze herinneringen bedoel ik niet te zeggen dat het vroeger allemaal beter was. De levensloop van mijn vader alleen al laat zien dat er veel ten goede veranderd is. Maar er is nu wel een stevige koerswijziging nodig.

Onder de stikstofcrisis die ons land in rep en roer heeft gebracht, gaat een andere, existentiële crisis schuil. Van alle kanten werd en wordt de boodschap rondgepompt dat we alles kunnen krijgen wat we hebben willen en dat we er nog recht op hebben ook. ‘Economische groei’ is jarenlang het allesbepalende dogma geweest en het is begrijpelijk dat we daar liever niet vanaf willen, want natuurlijk willen we ‘béter’ en ‘méér’! Maar we zijn domweg teveel van onze aarde gaan vragen en we wéten dat het zo niet langer kan. Dat zorgt voor onbehagen en angst, een doemscenario waar we niet aan willen en dat we ook met omgekeerde vlaggen niet kunnen verhullen.

Ik begrijp de pijn van boeren die nu de rekening van aangeraden en opgedrongen productiemethoden gepresenteerd krijgen. Ik beaam de boodschap van een spandoek: ‘Geniet van je biertje! Het is gebrouwen met de gerst van ons land.’ Alles dat we eten en drinken zou er niet zijn zonder de boeren. Dát besef zou meer gevoed moeten worden bij de opvoeding en in het onderwijs, zeker in de stad.
Maar ook is het waar dat de boeren niet zouden kunnen boeren zonder het web van het leven waarin alles met alles samenhangt, zonder de groeikracht van Moeder Aarde. Daarom is het zorgelijk dat de stikstofcrisis wordt afgedaan als ‘kolder’, ‘geouwehoer’, ‘bedrog’ en ‘waanzin uit Den Haag’, zoals ook op spandoeken stond te lezen. En het is ronduit gevaarlijk dat er valse profeten zijn die tot in de Tweede Kamer luidkeels verkondigen dat er geen klimaatprobleem is. Die de resultaten van wetenschappelijk onderzoek afdoen als propaganda, die wantrouwen voeden, bedreigingen voordoen en gewelddadige acties stimuleren – ‘stikstof’ in optima forma.

Het stikstofprobleem is bepaald niet van de boeren alleen, het is het probleem van ons allemaal. Net zoals de klimaatcrisis de crisis van ons allemaal is. Omdat het stikken van onze planeet het stikken van ons allemaal zal betekenen. De pijn van de boeren moet daarom de pijn van ons allemaal zijn. Allemaal zullen we stappen terug moeten doen om onze uitgeputte en geschonden aarde rust te gunnen en kans op herstel. We zullen eerlijke prijzen moeten betalen voor eerlijke producten en met minder luxe genoegen moeten nemen. Dát is de pijnlijke boodschap die nu door leiders met visie en verantwoordelijkheidsgevoel duidelijk en ondubbelzinnig gebracht moet worden. Gelukkig is dat ook een hoopvolle boodschap. Want als Moeder Aarde gezond is, zal zij ons en onze kinderen dag in dag uit het leven schenken.

Dirk 3707

Dirk van de Glind

Schrijver en docent levensbeschouwelijke vorming

Dirk van de Glind was jarenlang docent levensbeschouwelijke vorming. Hij heeft vele jaren de kans gehad om rond te kijken in de schatkamers …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.