Op dit moment van schrijven, bevind ik me in een hotelkamer in het centrum van de Andalusische stad Malaga. Ik besluit de prachtige stad even te laten voor wat het is, om fysiek bij te komen en spiritueel op te laden. Voor moslims is het namelijk vandaag de belangrijkste dag van het jaar, de dag van Arafah. De dag waarop het laatste vers van de Koran werd geopenbaard aan de Profeet Mohammed (vzmh) en het islamitisch geloof werd vervolmaakt. Het is de negende dag van de heilige bedevaartsmaand, dhu al-hidja, waarin het veelvuldig getuigen van de eenheid van God, het doen van smeekbedes en het vragen om Zijn vergiffenis en genade centraal staan, voor zowel bedevaartgangers als voor gelovigen wereldwijd. De tiende dag is het offerfeest, waarin gevierd wordt dat de profeet Ibrahim (vzmh) geslaagd is voor de ultieme test: het ongedeelde geloof en het volle vertrouwen in de Schepper. Hij wordt beloond met het behoud van zijn geliefde zoon Ismaël en krijgt een ram als offer.

Gelovigen worden dan ook uitgenodigd om de band met God te versterken en te onderzoeken wat hen nog in de weg staat en welke opofferingen ze bereid zijn te maken om die eenheid te voelen. Leer je Hem kennen, dan leer je ook jezelf kennen en word je je bewust van je gebreken naar Hem toe, is de gedachte. Daarom is het ook belangrijk om stil te staan bij de zegeningen die we hebben gekregen en die we soms als vanzelfsprekend beschouwen.

Zo is reizen een privilege. Niet iedereen kan zich een bedevaart veroorloven en toch is God méér dan Genadig door als alternatief het vasten aan te bieden in deze periode voor wie het aankan, en volstaat de intentie van wie daar niet toe in staat is. Maar ook meer profane reizen kunnen een zegening zijn. Je ontmoet nieuwe mensen met andere inzichten die je soms onbedoeld maar nuttig het schaamrood op de kaak zetten, maar voor wie je andersom ook een inspiratie kunt zijn.

Ik ben dan ook dankbaar voor de ontmoetingen die ik de afgelopen weken heb gehad in Marrakech en Malaga. Vandaag bid ik voor de soms irritante taxichauffeurs van Marrakech die hele dagen in de brandende zon elkaar en anderen de loef afsteken in het verkeer, en soms met sjagrijn en vaak gevoel voor humor een boterham proberen te verdienen, en zich afvragen hoe ze dit jaar vrouwlief tevreden kunnen stellen met een schaap van 83 Marokkaanse dirhams per kilo bij supermarkt Marjane, of een Spaans geïmporteerde versie van 60 dirhams elders, terwijl hun kinderen er de neus voor ophalen. Generatieding zeg maar.

Afbeelding van WhatsApp op 2024-06-01 om 11.25.29_8c6bf754
Schapen op een markt in Marakkech Beeld door: Maria Bouanani

Ik bid voor de charmante en bijdehante verkoopster van de rode stad, die me een tweede jurk probeerde ‘aan te smeren’, die me naar eigen smaak toch echt minstens 5 kilo te strak zat. Haar redenering was dat ik aan een andere bh moest, want het leek alsof er vijf kinderen aan hadden gelurkt. Ze kwam met de Marokkaanse variant van: wie mooi wil zijn moet pijn lijden. Maar ik ging halsstarrig voor gemak. We raken al snel in een intiem gesprek en het blijkt dat deze mooie stralende dame die tien jaar jonger lijkt dan ze is vol kopzorgen zit. Ze is net een kledingzaak begonnen waar ze nog geen naam voor heeft bedacht en kreeg de dag van tevoren te horen dat ze borstkanker heeft. We sluiten af met het uitwisselen van telefoonnummers, een smeekbede en een kus. Ze vraagt me om vergiffenis om de bijdehante praatjes.

Ik bid voor een familielid die zich heel begrijpelijk zorgen maakt om haar dochter, die nog niet is getrouwd. Volgens haar heb ik tenminste van het huwelijk geproefd en kon ik het afvinken. Ik bid voor een passende deksel voor ieder die het wil (mezelf incluis als je het niet erg vindt!!!)

Ik bid voor de Somalische jongeman die hier in Spanje asiel heeft aangevraagd. Hij zit in een hostel hiernaast waar ik hem in de eetzaal trof tijdens een continentaal ontbijt. Het was zijn derde land al binnen de EU. Hij zag er wat vermoeid en dof uit. Gisteravond hoorde ik een joviale assalamou ‘aleikoum (vrede zij met jou) buiten in het centrum.

Ik bid voor de twee dames uit Waalwijk en Vught waarmee ik een leuk gesprek heb gehad over onder meer ‘halve zolen’ (een Waalwijkse koek) tijdens een boottocht. En ik bid voor een behouden reis voor de hoog blonde Nederlandse jongen die ik vanochtend kort in de eetzaal heb ontmoet. Hij zou doorreizen naar Noorwegen vandaag. Het weer in Nederland noemde hij heel treffend ‘k*t’.

Afbeelding van WhatsApp op 2024-06-15 om 21.00.08_3df33b22
De moskee van Malaga Beeld door: Maria Bouanani

Ik bid voor Bahija een Marokkaanse vrouw uit Tanger die me gisteren na het vrijdaggebed fotograferend vóór de moskee van Malaga heeft ontmoet. Ze nodigde me uit om wat ‘armelui’-winkels in haar buurt te laten zien en excuseerde zich dat ze me geen goedkoper verblijf kon aanbieden dan mijn hotelkamer, aangezien ze zelf al bij iemand inwoonde. Ook met haar heb ik nummers uitgewisseld. Ze vond me innemend. Wellicht kom ik deze dame morgen tegen tijdens het feestgebed.

Maar bovenal bid ik voor degenen die niet kunnen, noch mogen reizen. Voor degenen die vastzitten, op wie het bommen regent, wiens kinderen aan flarden zijn geschoten en die weinig reden hebben voor een feest, en elke dag worstelen met hun bestaanszekerheid, en ondanks alle doffe ellende God weten te prijzen. Als dat geen spiegel is, dan weet ik het ook niet meer. Please count your blessings.

Maria Bouanani

Maria Bouanani

Schrijver

Maria Bouanani studeerde Franse Taal en Cultuur aan de Faculteit Letteren van de Universiteit Utrecht. Voor Nieuw Wij schrijft ze …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.