“De stelling is een open deur, want elke school is bij wet verplicht onderwijs over religie te verzorgen. Sinds de Wet op het Basisonderwijs uit 1985 zijn scholen immers verplicht aandacht te besteden aan “Geestelijke stromingen”. Doet elke school dat dan ook? Bepaald niet, en daarmee herwint de stelling haar kracht.

Sinds 1985 is er natuurlijk veel veranderd in het basisonderwijs, maar ook in de huidige lijst met kerndoelen, de derde generatie alweer, lezen we bij kerndoel 38:
“De leerlingen leren hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met verschillen in opvattingen van mensen”. Kortom: er is werk aan de winkel, waarbij nog veel achterstallig onderhoud is te plegen.

Onderwijs over religie, religies, levensbeschouwelijke en religieuze tradities is zinvol, omdat meningsverschillen en conflicten altijd te herleiden zijn tot een per definitie complex aan factoren. Religieuze verschillen kúnnen daar deel van uitmaken. Als dat zo is gaat het bijna altijd fout: ofwel het conflict wordt voorgesteld alsof het alleen om een religieus verschil gaat, waarbij vergeten wordt dat religie nooit los verkrijgbaar is; dan wel religieuze argumenten worden erbij gehaald en lijken veel gewicht in de schaal te leggen, terwijl het conflict eigenlijk ergens anders over gaat. Goed begrijpen hoe religie werkt, hoe mensen tot religieuze claims komen en dit alles goed leren analyseren hoort thuis op alle scholen. Het zijn niet de minsten der aarde die met droge ogen hebben beweerd dat er sinds 2001 een oorlog woedt tussen “de islam” en “het Westen” (Bush). Een dergelijke onzinnige voorstelling van zaken kunnen we door goed onderwijs voorkomen.

Dan hebben we het alleen nog maar over conflicten. Hoe religies en gelovig ‘commitment’ veel breder voor mensen van betekenis kunnen zijn, helpt leerlingen aan een beter begrip van de ander en de andersdenkende.

Maar er moet meer! Religie gaat over verbinding, over het ongrijpbare en onbenoembare, over dat wat niet te meten is, maar er tegelijkertijd ultiem toe doet. Hoe houd ik het vol? Wat is mijn hoop? Wat is onopgeefbaar? Elk mens, en dus elke leerling, heeft hier iets mee. De tijd is rijp voor een stap verder: een goede school verzorgt niet alleen onderwijs óver religie, maar exploreert samen met de leerlingen zin- en levensvragen. Inderdaad, op alle scholen, want het verkennen van, het leren spreken over en het leren hanteren van het ongrijpbare en onbenoembare hoort bij de vorming van elke leerling op elke school.

Inderdaad, nóg meer werk aan de winkel!”

Cok Bakker

Lector "Normatieve Professionalisering", Hoogleraar Levensbeschouwelijke vorming

Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.