Hoe oud is de muze? Zo’n 2700 jaar geleden noemde Hesiodos negen muzen, die hij situeert op de Olympus, waaronder Kalliope, Kleio en Euterpe. Dat is ongeveer in dezelfde tijd waarin Homerus zijn Odyssee begint met de woorden Bezing mij, O Muze, de man die veel geleden heeft... Deze man heet Odysseus die na de oorlog in Troje 20 jaar lang rondzwerft, op weg naar zijn huis en geliefde op Ithaka.

Nog in de negentiende eeuw maakte Bourdelle van deze muzen, een groot reliëf waar ze alle negen samen met Apollo uitgebeeld staan (nu in het Bourdellemuseum Parijs). Ook in de latere dichtkunst, in de middeleeuwen en daarna, komen de muzen voor: Dante dicht over Beatrice, Petrarca schreef voor zijn Laura. Tesselschade wordt de Muze van de Muiderkring genoemd, ook al was ze slechts af en toe aanwezig op het Muiderslot. En nu nog steeds verschijnt de muze in de woord- en beeldende kunsten.

De grote tekstdichter en muzikant Lennard Cohen blijft tot op het laatst vanuit de verte zijn muze Marianne Ihlen trouw en Nijhoff stelt in zijn gedicht hieronder een vraag aan ‘haar’.

Wij stonden in de keuken

Wij stonden in de keuken, zij en ik.
Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag.
Maar omdat ik mij schaamde voor de vraag
wachtte ik het onbewaakte ogenblik.

Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf,
en de kans hebbend die ik hebben wou
dat zij onvoorbereid antwoorden zou,
vroeg ik: waarover wil je dat ik schrijf?

Martinus Nijhoff (fragment)

ZT81_bourdelle

Wat is eigenlijk een muze: een godin of een inspiratiebron in de persoon van een levende vrouw of man, de echtgenote/minnares van de kunstenaar? Het wordt ingewikkeld als deze ‘muze’ zelf kunstenaar is zoals bij Rodin en zijn tragische Camille Claudel. Soms verdwijnt de kunst van zulke vrouwen achter de naam van de mannelijke kunstenaar. Kortom, komt de invloed van de muze uit een intermenselijke relatie voort of vanuit een andere, spirituele wereld?

Misschien bestaat er alleen iets abstracts als inspiratie, een idee, de creatieve inblazing zelf waar de kunstenaar zo hevig naar kan verlangen. Dan kunnen we de muze ontdoen van haar romantische aureool… Dan moet de kunstenaar niet zeuren en gewoon aan het werk gaan… Of is er toch iets dat het creatieve moment, de ingeving plaatst boven het normale dagdagelijkse leven? En is er toch soms ergens nog een echte muze aan het werk? Ook bij ons? Als we onverwacht die ingeving (het woord zegt het al) krijgen of ineens een oplossing zien voor een moeilijk probleem?

Felicia Dekkers

Felicia Dekkers

Felicia Dekkers is Neerlandica en studeerde later theologie. Zij werkte in het onderwijs (MO en HBO) en daarna als (beeld)redacteur bij …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.