Net als in die televisiesketch zat onze opvoering vol vooroordelen. Met de kennis van nu was zij onversneden racistisch. Niemand zag daar destijds een probleem in. De sketch kwam probleemloos door de ballotage van de onderwijzer en de zaal lag dubbel van het lachen. Het Chinees-Indische restaurant maakt al sinds het begin van de twintigste eeuw deel uit van de Nederlandse cultuur, maar het racisme tegenover Chinezen en Nederlanders met een Chinese achtergrond blijkt minstens zo diepgeworteld.
De eerste generatie Chinese migranten onderging dit onrecht grotendeels zwijgend. Hun kinderen laten inmiddels wel van zich horen. Schrijver-journalist Pete Wu introduceerde met zijn boek De bananengeneratie een term die beklijfde: van buiten geel, van binnen wit. Theatermaker Yin Yin Ge maakte de podcast Mijn vader is een afhaalchinees. Kunstenaar Sioe Jeng Tsao verheft haar stem in beeld. Tijdens de coronapandemie, toen discriminatie tegen mensen van Aziatische afkomst opnieuw oplaaide, richtten jonge Chinees-Nederlanders het platform Asian Raisins op. En nu is er de documentaire Meer dan Babi Pangang van schrijfster en programmamaker Julie Ng.
In Meer dan Babi Pangang onderzoekt Ng het succes én de dreigende teloorgang van het Chinees-Indische restaurant, aan de hand van Golden House, het restaurant van haar vader in Rozenburg. Wat begint als een zoektocht naar de oorsprong van het gerecht babi pangang, groeit uit tot een persoonlijke en emotionele verkenning van haar identiteit als Chinese Nederlander. Dat levert verrassende culinaire en culturele inzichten op: waarom Nederlanders zo verknocht zijn aan de glimmende rode saus, waarom een Friese gedeputeerde het Chinees-Indische restaurant tot het plattelandserfgoed rekent, en hoe het kan dat shorttracker Sjinkie Knegt Chinese roots heeft en is vernoemd naar zijn oom Ching Ting.
Over het maakproces zegt Julie Ng: ‘Het heeft mij doen realiseren hoeveel mijn ouders hebben opgegeven om naar een land te komen waarvan zij de cultuur niet kenden en de taal niet spraken, maar waarin zij toch moesten zien te overleven. Het heeft mij doen inzien dat mijn schaamte over mijn roots onterecht was – en dat ik mij nu schaam dat ik mij daar ooit voor heb geschaamd. Het meest waardevolle is dat het mijn vader en mij dichter bij elkaar heeft gebracht.’
Die toenadering krijgt een ontroerende filmische verbeelding in een scène aan de eettafel, waarin Ng haar vader vertelt hoe blij zij is met hun hernieuwde nabijheid. Meneer Ng luistert zwijgend en veegt stilletjes zijn tranen weg.
Meer dan Babi Pangang gaat uiteindelijk niet alleen over een gerecht. Het is een urgent cultureel statement. Ng’s persoonlijke zoektocht raakt aan de grotere geschiedenis van Chinese migratie naar Nederland: van de komst van de eerste niet-Europese gastarbeiders tot de opbouw van een restaurantcultuur die inmiddels als immaterieel erfgoed wordt erkend, mede dankzij de stichting Meer dan Babi Pangang. De film gaat over thuiskomen, zelfs in een land waar je niet bent geboren. Over generaties die zich aanpassen en tegelijk vasthouden aan tradities om hun eigen cultuur niet te verliezen.
Deze documentaire is een ode aan alle generaties Chinezen die met bloed, zweet en tranen het bijzondere fenomeen van het Chinees-Indische restaurant op de kaart hebben gezet – en het een onmisbare plaats hebben gegeven in de Nederlandse eetcultuur en geschiedenis.
Meer dan Babi Pangang | Regie: Julie Ng | 2025 | 75 minuten | Nederland / Hongkong | vanaf 19 februari in de bioscoop.
