De kerken lopen leeg en worden gesloten, de een na de ander. Vaak worden de kerken die het laatst zijn gebouwd als eerste gesloten: veel oudere kerken staan op een monumentenlijst. Kerken sluiten en vooral afbreken is dan moeilijk en dat treft als eerste de kerken die afgestemd zijn op de liturgie die door het Tweede Vaticaans Concilie is gewijzigd. Zullen zij ooit weer opengaan? Of is de tijd van kathedralen en kerken voorgoed voorbij?

Het einde van de kerken is nog niet het einde van de godsdienst.

In zekere zin werden er nog nooit zoveel goden vereerd als nu. Mensen zijn goden voor elkaar: modellen, voorbeelden. Ze werken zichzelf op tot iemand die nabootsing waard is: als een godheid, die bepaalt wat waarde heeft in deze wereld. Sterker nog: zulke mensen zijn goden in het diepst van hun gedachten en in de duisternis van hun zijn. Ze zien zichzelf als middelpunt van het menselijk bestaan.

Mensen vinden het goddelijke in zichzelf. Ze willen zichzelf worden en gebruiken daarvoor alles wat ze in handen krijgen. Zo ontplooien ze zich: niet voor anderen, maar voor zichzelf. Iedereen is een eilandje, dat contacten heeft met andere eilandjes.

Dit lijkt een bekroning van een eeuwenlange strijd om individuele vrijheid. Eeuwenlang geloofden mensen dat het individu minder belangrijk was dan het collectief. Het individu was onderworpen aan het geheel waartoe het behoorde. De familie, stam of volk bepaalde wanneer je mocht trouwen en met wie. Had een lid schade gebracht aan een andere groep, dan was heel de groep van de dader verantwoordelijk. Het was zeer wel mogelijk dat iemand anders, niet de dader, gestraft werd bij de verzoening van de twee groepen. Zo hoopte men bloedwraak in te perken.

Vooral het jodendom en het christendom hebben de ontwikkeling naar de bevrijding van het individu mogelijk gemaakt. De profeten laten zien dat het mogelijk is als eenling tegenover de meerderheid te staan. Ieder mens is verantwoordelijk voor zijn daden, zegt de profeet Ezechiël. Jezus maakt bloedverwantschap onbelangrijk: zijn moeder, broers en zussen zijn niet het collectief dat hem draagt. Zijn eigenlijke familie is zijn volgelingen. Dit is een weg naar het individualisme. Later maakten monniken en nog weer later religieuzen, mannen en vrouwen, zich los van de druk van hun familie.

Maar we zijn min of meer aan een keerpunt gekomen. Onze ‘goddienst’ is een zoeken naar onszelf. Maar de literatuurwetenschapper René Girard heeft gesteld dat wij elkaar op elk vlak imiteren, ook op het vlak van de begeerte, het verlangen. De consequentie is dat we vanaf onze conceptie in verhoudingen met anderen leven. Onze ouders zijn de eersten die wij imiteren, daarna komen er talloze anderen.

We zijn knooppunten van relaties die steeds veranderen. Het ‘authentieke ik’, de autonomie van elk individu, bestaat niet. We moeten onze echtheid ontdekken en veranderen in het heen en weer tussen ons en de anderen.

Bovenstaande tekst verscheen eerder op de blog Meerdanikzelf.nl van André Lascaris.

girl-512

André Lascaris

Dominicaan

Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.