Ere wie ere toekomt. Het was de Franse denker Alain Finkielkraut die al in 1987 in zijn essay De ondergang van het denken doorhad waartoe het afscheid van het universalistische Verlichtingsdenken zou leiden: tot een wereld ‘zonder waarheid en leugen, zonder cliché of creatieve inspiratie, zonder schoonheid en lelijkheid, maar een eindeloos pakket van genoegens, allemaal verschillend en allemaal gelijk’. Het denkende leven en de zelfreflectie, de catharsis waartoe Verlichte auteurs nog opriepen, ‘maakt plaats voor de verschrikkelijke en bespottelijke confrontatie tussen fanatici en leeghoofden’.

Die voorspelling over de gelijktijdige triomf van etnisch radicalisme en zielloos consumentisme werd destijds door menig journalist nog overdreven gevonden. Ik zou eraan toe willen voegen dat vandaag ook het verschil tussen beide aan het vervagen is. Vandaag sluiten fanatieke verdediging van de ‘eigen cultuur’ en natie tegen lieden die daar niet in thuishoren en het neoliberale pleidooi om zo snel mogelijk een fortuin te verwerven elkaar niet langer uit – het is, met nog een paar ingrediënten, één pakket geworden.

Een treffend voorbeeld is de net afgestudeerde econoom en (zelfbenoemde) influencer Mees Wijnants (24), die onlangs bij het steeds rechts radicaler wordende YouTube kanaal De Nieuwe Wereld (DNW) zijn versie van dit pakket uitvoerig mocht komen uitventen.

Het is van belang het optreden van Wijnants allereerst als een ingeoefende performance, dus als een reclameoptreden te beoordelen: hij is een sales person, en zoals in het gesprek al spoedig blijkt, hij komt ook om iets te verkopen, te weten zijn eigen beleggingsapp. Dus: strak in het pak, keurige haarstijl, zelfs een plastron ontbreekt niet. Wanneer zijn gespreksgenoot Marlies Dekkers (u weet wel, van die pikante lingerie) daar een opmerking over maakt, krijgt zij direct zijn mannelijkheid geserveerd: ‘Ik kom niet in een jurk!’

Hier kun je als kijker dus al terecht verbaasd over worden: waarom moet DNW dit reclamepraatje faciliteren? Het antwoord moet vermoedelijk luiden: omdat dit kanaal een nieuwe species, de Nieuwe Man, wil promoten. Vervolgens debiteert Wijnants in drie kwartier een hele reeks stellingen, hele en halve waarheden, soms balancerend op of over de rand van complottheorieën, en dat liefst in een economisch jargon waarmee hij weet dat hij indruk kan maken, vooral op jonge, onzekere mannen die naar houvast zoeken. Niet iedereen heeft immers economie gestudeerd, en sweeping statements uit de wereld van geld en finance trekken vandaag altijd de aandacht.

Een paar voorbeelden: ‘Wij zijn in de maling genomen door het financiële systeem’. ‘Wij waren door onze VOC-mentaliteit ooit het grootste en rijkste land ter wereld’. ‘Onze bankiers willen geen sterke middenklasse’. ‘Migranten binnenhalen voor onze economie was destijds helemaal niet nodig, we zijn erin geluisd’. ‘Kinderen krijgen is helemaal niet duur’. ‘In de VS verdient menig politieagent meer dan onze minister-president’.

Nu zijn dit allemaal beweringen waarover een gesprek mogelijk is, bijvoorbeeld wanneer je tegenover Wijnants een goed geïnformeerde econoom of migratiedeskundige zet die in staat is hier feit en fictie en het kaf van het koren te scheiden. Dekkers is geen van beiden, zoals zij min of meer toegeeft. Zij poseert als een naïeve moeder die nog een beetje in oude tijden leeft en nu vol bewondering opkijkt naar zo’n jonge branie. Zij is, kortom, de ideale sittung duck, het ideale slachtoffer voor Wijnants brutale verkooppraatje waarin economische feiten, polemiek tegen politici, centrale bankiers en Big Farma moeiteloos vermengd wordt met klachten over migranten en andere nieuwkomers en – uiteraard als gevolg dáárvan – onveilige steden.

Verder debiteert hij Andrew Tate-achtige oprispingen die telkens als boodschap hebben dat hij zelf toch echt de baas wil zijn in huis, dus dat een vrouw haar plaats moet weten. En zoals dikwijls in dit nieuwrechtse verhaal blijkt ook bij Wijnants zijn systematische wantrouwen (in overheid, economisch en financieel beleid, migratiebeleid, gezondheidszorg) geboren tijdens de Covid-periode. Ook daarover zijn Wijnants en Dekkers het gloeiend eens. ‘Daarvóór was ik slapend’, bekent Dekkers berouwvol, ze had de leugens van Big Farma en onze overheid met haar Covid-beleid toen nog niet helemaal door.

Wat te doen in dit tranendal waar we zijn ‘ingeluisd’? Want een tranendal wordt het, zelfs als we nu ‘boven op de achtbaan’ zitten, profeteert Mees Wijnants: ‘Die achtbaan gaat daarna naar beneden’. Mees heeft het antwoord: naar de sportschool om voor vrouwen interessant te blijven, zijn beleggingsapp kopen en slim beleggen, vooral ook in de Verenigde Staten, misschien zelfs elders gaan wonen zoals hij inmiddels gedaan heeft. Naar belastingparadijs Dubai bijvoorbeeld. En tenslotte – ook dat is inmiddels een vertrouwd ingrediënt in het rechts-radicale narratief – terug naar het geloof en naar ‘normen en waarden’. Hier zal menig ethicus beginnen te gniffelen, vanuit de ervaring dat wie in z’n algemeenheid begint te roepen over ‘normen en waarden’ dikwijls het verschil tussen beiden niet eens kent. Dekkers, nog opgevoed met liberale en christelijke waarden, mompelt iets over ‘barmhartigheid’ en ‘tolerantie’. Daar heeft haar gesprekspartner niets mee. Bij Wijnants blijken die normen en waarden neer te komen op ‘ambitie’ en verdediging van de Nederlandse cultuur van ‘doorzettingsvermogen’.

Maar, zo zou een ethicus vragen: doorzettingsvermogen om wat te bereiken, Mees? Nemen we een extreem voorbeeld. Het staat bijvoorbeeld vast dat ook nationaalsocialisten daarover destijds beschikten. Reichsführer SS Himmler pleitte voor doorzettingsvermogen en volharding en waarschuwde er zelfs expliciet voor dat ‘medelijden’ met de joodse slachtoffers gevaarlijk is want dan handelt men niet meer maar schippert men. En handelen: daar staat ook Wijnants uitdrukkelijk voor. Het doel blijkt bij hem telkens zelfverrijking en als het even kan een Nederland zonder migranten. Een utopie waarvoor je tegenwoordig heel goed bij een partij als Forum voor Democratie terecht kunt.

Laten ik nu even uitzoomen en me afvragen: wat zie ik nu eigenlijk wanneer ik naar Mees zit te kijken, een jongen die heel goed mijn zoon had kunnen zijn – ik héb zelf een zoon van ongeveer die leeftijd. Het gaat mij hier natuurlijk niet om deze jongeman, het zou zelfs goed kunnen dat hij in de omgang een vriendelijke jongen is. Toch viel plotseling het kwartje: hebben we hier niet te maken met een ongelooflijk verwend kind, een product van een generatie die eraan is gewend is geraakt dat alles naar hun wensen en luimen wordt ingericht, en die begint te stampvoeten wanneer dat anders blijkt te zijn?

Laten we resumeren. Mees wil ‘ondernemer’ zijn, maar vooral dat wij zijn zelfontworpen app aanschaffen die ervoor zorgt dat hij binnenloopt. Hij beschouwt zijn omgeving, zijn samenleving, ja de hele wereld op zijn best als een instrument, maar vooral ook als een obstakel voor zijn persoonlijke doelstellingen en vooral zijn zelfverrijking. Hij studeerde economie, maar wil hiermee vooral zijn (mannelijke) leeftijdgenoten imponeren, zodat ze hem als een rolmodel gaan beschouwen. Hij wil graag een gezin, maar zijn vrouw moet hem wel toestaan de baas te spelen. Hij kraakt het financieel systeem af, behalve voor zover dit hem mogelijk maakt er het maximale uit te slepen zodat hij – hij zegt het met zoveel woorden – ‘bij de 1 of 5 procent’ gaat horen die er met de buit vandoor gaat. Hij stoort zich aan wie hij als ‘vreemdelingen’ beschouwt (vooral Turken en Marokkanen, zo blijkt) en kijkt met heimwee terug naar de tijd dat er ‘slechts 22 Marokkanen’ in Nederland verbleven. Hij heeft het politiek correct en parmantig over ‘normen en waarden’, maar ook die blijken uitsluitend zijn private doelen te dienen. ‘Rechtvaardig’ betekent dan bijvoorbeeld: niet gehinderd worden door de belastingdienst of de fiscus, vandaar ook dat ‘Dubai’ als een paradijs lonkt. Hij ziet zichzelf als ‘gelovig’, maar wie zoekt waar hij zich dan door laat aanspreken hoort niet veel anders dan stoere praat in de richting van Jordan Peterson. ‘Een softy’, volgens onze Nieuwe Man.

Mees trad onlangs ook een keer op in Sven Kockelmans programma, waar hij Andrew Tate mocht komen verdedigen. Daarbij komt hij niet verder dan het eindeloos herhaalde cliché van de Tate-fans, namelijk dat diens uitspraken ‘uit hun verband zijn gerukt’ en dat de man het eigenlijk goed en lief bedoelt. En: na afloop van dit optreden maakte hij er onmiddellijk een filmpje van ter ere van zijn eigen voortgezette zelfpromotie.

Mees is kortom het vleesgeworden Ausgeburt van een neoliberale generatie die het samenleven-met-verschillen nooit geleerd heeft, overbodig en ook storend vindt. ‘Het draait om jou!’ is niet alleen een reclameleus, maar ook de leugen en het zelfbedrog dat die generatie dag na dag krijgt ingepeperd en heeft geïnternaliseerd. De totaal instrumentele houding tegenover zijn omgeving, tegenover vrouwen en tegenover de samenleving kan een politieke gemeenschap die die naam verdient slechts ondermijnen en vernietigen.

Soms kan het leerzaam zijn teksten van langer geleden uit onze intellectuele traditie te herlezen, al was het alleen maar om te beseffen hoezeer wij intussen zijn veranderd of juist hetzelfde zijn gebleven. De teksten die ik onlangs las waren van de vader van de psychoanalyse: Sigmund Freud. Naast gevalstudies uit zijn psychoanalytische praktijk, schreef hij ook cultuurhistorische beschouwingen. Ze zijn meer dan honderd jaar geleden geschreven. In verschillende van die teksten vind je uitweidingen over de ‘vijandige houding van de mens tegenover de cultuur’, zowel van het individu en van opgehitste massa’s. Daarmee bedoelt Freud dat de taboes en verboden die elke cultuur aan onze ‘driftbevrediging’ moet opleggen zodat er veiligheid en samenwerking mogelijk wordt, voor veel individuen en meutes dikwijls moeilijk te verdragen is. Bij de taboes rond incest, kannibalisme en in mindere mate moord lijkt driftverzaking intussen aardig gelukt, zo stelt hij vast. Maar bij driftontzeggingen inzake onze vernielzucht, onze luiheid en onze hebzucht zou er al heel wat gewonnen zijn wanneer ‘de cultuurvijandige meerderheid van thans wordt teruggebracht tot een minderheid’. Het zijn zinnen die vandaag niets aan actualiteitswaarde verloren hebben.

Daarom heb ik tenslotte ook een concreet, vaderlijk voorstel aan Mees. Laat hij het door hemzelf gepromote patriottisme praktisch maken door een paar jaar in dienst te gaan. Daar leer je van alles, maar vooral ook bescheidenheid en wat in de traditie van het christelijke monnikendom humilitas heet, nederigheid. Wanneer hij een hekel heeft aan het leger en aan vechten, mag het ook een andere vorm van maatschappelijke dienstverlening zijn: een tijdlang vluchtelingen helpen met hun financiën bijvoorbeeld, straatarme bedelaars bijstaan bij het Leger des Heils. Misschien komt hij er na twee jaar als een ander mens uit. Rijk worden kan dan altijd nog.

Lees ook

Ad-Verbrugge-De-Nieuwe-Wereld

Met ‘De Nieuwe Wereld’ naar de oude machtspolitiek

Nostalgische politieke filosofie als opstapje naar een ode aan dictators

Theo 2018_TiU_431_deWit

Theo de Wit

Theoloog en politiek filosoof

Theo de Wit is verbonden aan Tilburg University.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.