De vader – hij blijft de hele film door anoniem – tilt eerst zijn zoontje Charlie (Wyatt Solis) en daarna zijn dochter Ella (Molly Belle Wright) uit bed en zet ze in zijn aftandse Toyota stationwagen. ‘We gaan een ritje maken’, zegt de vader als zijn kinderen vragen wat er gebeurt. De bestemming – Omaha Nebraska – blijft de kinderen voorlopig onbekend.
Voor ze vertrekken praat vader buiten kort met de sheriff die in alle vroegte is aan komen rijden. De kinderen vangen achter het autoglas slechts flarden van het gesprek op. Als de Toyota bij de koude start weer eens weigert aan te slaan, duwen Ella en haar vader geroutineerd de auto op en tuffen ze de straat uit. Ondertussen plakt de sheriff een papier op de deur van de woning ‘gedwongen uitzetting’, staat er op. Nu weet ik als kijker direct meer dan de kinderen. Dit wordt geen plezierritje naar Disneyland. Toch ervaren Ella en Charlie het wel zo. Ze doen plekken aan en zien dingen die nieuw voor ze zijn. Hun vader is lief voor ze, speelt met ze, maakt poep-en-piesgrapjes en samen luisteren ze in de auto naar het lievelingsnummer van hun overleden vrouw en moeder.
Ella is 10, maar ze gedraagt zich op het ene moment als een surrogaatmoeder en -echtgenoot en dan weer als het speelse meisje dat ze eigenlijk zou moeten kunnen zijn. Zij is de eerste die aan het zorgelijke gezicht van haar vader ziet dat er iets heel anders staat te gebeuren dan een bezoek aan een pretpark. Naarmate de bestemming nadert stijgt de spanning in de auto en in mijn bioscoopstoel. De framing van de beelden draagt daaraan bij. Ella, Charlie en hun vader zijn nietige wezens in het overweldigende strenge landschap dat ze doorkruizen, waardoor ik steeds gevaar vermoed. Tegelijk komen ze heel dichtbij wanneer ik ze in close-up kan horen ademen en hun ongewassen lijven bijna ruik.
Het verhaal speelt zich af in de nadagen van een zoveelste economische crisis. Werkloosheid, armoede en huisuitzettingen maken het leven voor veel Amerikanen en hun gezinnen tot een permanente overlevingsstrijd. En inmiddels overigens ook allang in Nederland. Daar gaat deze film zeker ook over. De maatschappijkritiek wordt subtiel gebracht. Als de vader met zijn kinderen uitgeput de nacht doorbrengt in een motel, barst het vuurwerk voor de vierde juli los. Onafhankelijkheidsdag in de Verenigde Staten, waarop familie en vrienden samenkomen in de stadsparken voor barbecues en picnics, gaat aan Ella, Charlie en vader voorbij. In het land van de onbegrensde mogelijkheden zijn voor hen de opties opgedroogd.
Voor de meeste bioscoopgangers zal armoede niet de gemene deler zijn waarop zij zich kunnen identificeren met deze film. Wie vijftien euro kan betalen voor een kaartje verkeert doorgaans niet in dezelfde situatie als de hoofdpersonen in ‘Omaha’. Hoe grijpt de debuterende regisseur Cole Webley mij dan toch bij de keel en dwingt hij mij niet weg te kijken, zoals dat bij een journaalitem over toeslagenouders en dakloze moeders al wel snel gebeurt? Dat doet hij met datgene wat wij wel gemeenschappelijk hebben: de emotionele waarde van familiebanden. De vader in deze film wil het beste voor zijn kinderen en daarom staat hij voor de keuze het ondenkbare te moeten doen.
Ik ben tegen het einde van de film inmiddels zo gehecht geraakt aan deze drie dat ik op het moment dat het ondenkbare gebeurt, niet meer weg kan kijken. Ik ben ook van Ella en Charlie gaan houden en sla daarom een zucht van verlichting als de vader tot slot eindelijk toegeeft: ‘Ik geloof dat ik hulp nodig heb’.
Omaha (USA, 2025) – Regie: Cole Webley – Hoofdrollen: Johan Magaro (Dad), Molly Belle Wright (Ella) en Wyatt Solis (Charlie) – 85 minuten – vanaf 25 juni in de filmtheaters. De twee beelden zijn stills uit de film.
