Haastig en met de ene hand voor haar mond rende mijn oudste dochter op 15 juli met haar mobiele telefoon in haar andere hand op mij af, terwijl ik mij insmeerde met zonnebrand en mij zo voorbereidde om te genieten van weer een zonnige dag op Tenerife. “Mama kijk, Peter R. de Vries is overleden, iedereen heeft het erover op TikTok.” “Nee dat kan niet, ik geloof het niet”, antwoordde ik haar. Ik besloot de zonnebrand opzij te zetten en een iets meer betrouwbare nieuwsbron te raadplegen.

Ik pakte mijn telefoon en ging naar de website van de Volkskrant: die meldde het. Ik nam hier geen genoegen mee en checkte ook op Trouw.nl en als laatste op Nos.nl. Alle bronnen meldden het overlijden van De Vries. Helaas klopte het nieuws. In een klap voelde de door mij verlangde vakantie, zon, zee en strand triviaal, onwerkelijk, bijna pervers. De schok was groot, want ergens hield ik vast aan de hoop dat hij sterker zou zijn dan de kogels die door een laffe misdadiger op hem waren afgeschoten.

Als ik denk aan Peter R. de Vries, dan denk ik aan moed, want hij deed dingen die andere mensen niet durfden. Zoals hij het publiekelijk tegen de stroom in en onomwonden opnam voor groepen in de samenleving die veel haat te verduren kregen, naast zijn strijd tegen de georganiseerde criminaliteit. Dat is met geen ander woord te beschrijven dan moed.

In het begin snapte ik niet zo goed waarom hij dat deed; het opnemen tegen haatpoliticus Wilders en zijn afschuwelijke voorstel om een ‘kopvoddentaks’ in te voeren, of zijn inzet voor asielzoekers. De Vries sprak zich publiekelijk uit tegen Zwarte Piet op het moment dat ik als zwarte vrouw voorzichtig uit de kast probeerde te komen, uit angst om niet op witte tenen te stappen. Hij maakte zich hier niet populair mee bij een deel van de samenleving. En dit is een understatement.

Ik ging terug naar de levendige herinneringen die ik nog aan hem had. Dat was de avond van 28 oktober 2016, waar in een afgeladen vol Pakhuis de Zwijger in Amsterdam de kleurrijke Top100 werd gepresenteerd. Ik was daar aanwezig als genomineerde en eindigde op plek 15. Peter R. de Vries ging er als winnaar met de hoofdprijs vandoor. Hij won de prijs terecht, want hij was, om met de woorden van de jury te spreken, “iemand die met lef en brutaliteit maar met argumenten, inhoud en zonder angst thema’s bespreekbaar maakt.” Dat was de avond waarop hij de befaamde toespraak hield over zijn lijfspreuk “on bended knee is no way to be free”.

Wat veel indruk op mij maakte, waren de woorden die hij uitsprak en die zijn moed wat mij betreft uitstekend illustreren: “Ik neem het graag op voor asielzoekers en vluchtelingen als zij ons land worden beschimpt en geweerd. En ja, ik zeg dat Nederland veel racistischer is dan politici en vele media ons willen doen geloven. En ik vind het normaal dat ik dat zeg.” Met de wetenschap en het bewustzijn dat ik mij als zwarte vrouw minder kan permitteren dan De Vries, blijven dit woorden die mij inspireren om mijn mond open te doen wanneer ik onrecht zie. Zo racistisch is Nederland helaas nog steeds.

Ondanks de schok die zijn dood bij mij teweegbracht, lukte het toch nog om te genieten van mijn vakantie, dankzij de gulle Spaanse zon en het langzame leven op Tenerife. Op de terugreis werd ik weer herinnerd om moedig te zijn. Nu door mijn jongste dochter. Zij is, net als ik dol op Spanje, maar vindt vliegen een verschrikking: “mama ik wil nog niet dood, er zijn nog zoveel leuke dingen die ik nog wil doen in mijn leven.”

Het was haar kennelijk opgevallen dat in de vele vluchten die we in de afgelopen jaren namen, geen vrouwelijke piloten waren. Deze observatie leidde tot haar vraag: “mam waarom zijn piloten altijd mannen, zijn er geen vrouwelijke piloten?” Waarop ik zei: ‘Die zijn er wel, maar heel weinig. Vliegen is nog steeds een mannending.” Haar vervolgvraag was: “Maar waarom dan, vrouwen kunnen toch ook gewoon net zo goed vliegen als mannen?” Ik antwoordde: “Ja dat denk ik ook, maar kennelijk is het idee dat het een mannenberoep is waardoor vrouwen er minder vaak voor kiezen, of misschien komen vrouwen die wel voor de opleiding kiezen niet goed door de opleiding heen. Het kan van alles zijn.”

Een stilte volgde. En toen keek ze me aan en zei met haar grote bruine ogen vastberaden: “Mam, ik ben bang voor vliegen, maar ik denk dat ik dan maar piloot moet worden. Dan kan ik laten zien dat vrouwen ook piloot kunnen zijn.” “Maar schat, je bent bang om te vliegen?” “Dat geeft niet mam, ik ga mijn angst overwinnen, want iemand moet het doen”, zei ze. Over moed en rolmodellen gesproken.

amma asante

Amma Asante

Amma Asante (1972) is voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en Senior Onderzoeker Sociale Veiligheid bij Movisie. Eerder was zij …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.