Zo beweert Danielle Braun (Trouw, 16 maart 2026) dat joden trauma leidend laten zijn wanneer zij de recente aanslagen op joodse instellingen antisemitisch vinden. Mogelijk waren deze aanvallen “een geopolitieke oorlogsdaad gevoed door de Iran-oorlog van Israël”, oppert Braun als alternatieve uitleg. Zij impliceert dat de Holocaust het joodse beoordelingsvermogen vertroebelt. Een aanslag op joden vanwege een conflict elders past echter precies in de door de Jerusalem Declaration on Antisemitism gehanteerde definitie van het antisemitisme, namelijk joden collectief verantwoordelijk stellen voor het optreden van Israël, of Joden – louter omdat ze Joods zijn – beschouwen als vertegenwoordigers van Israël.

Gangbaar is ook de beschuldiging dat joden de les van de Holocaust niet geleerd hebben. De Israëlische oorlogvoering tegen Gaza en Iran zouden hiervan getuigen. Maar is er een les te leren van de Holocaust? En zo ja, zijn het niet eerder de landen van daders en collaborateurs hier in Europa die een les moeten leren, en niet de joodse slachtoffers en hun nakomelingen, waar ook ter wereld? Moeten de nakomelingen van de tot slaafgemaakten een les leren? En zijn zij door hun trauma ook niet in staat om hedendaagse discriminatie te herkennen?

Ook de overheid eigent zich de Holocaust toe en gebruikt het als de lakmoestest voor wie tot de samenleving behoort of niet. Dan is het niet de jood maar de moslim die de lessen van de Holocaust niet geleerd heeft. Want die is antisemitisch, intolerant, ondemocratisch en deelt de morele waarden van Nederland niet en verdient dus geen plaats in onze samenleving. Dat dit tot spanningen leidt tussen joden en moslims vormt geen verrassing.

Veel joodse studenten voelen zich onveilig en ervaren antisemitisme aan Nederlandse universiteiten. Deze studenten worden beschreven als “vaak sterk met Israël sympathiserend” waarbij geïnsinueerd wordt dat deze studenten kritiek op Israël verwarren met antisemitisme. Hen wordt “angst voor kefiyehs en leuzen die de bezetting van Palestina en de genocide veroordelen” toegeschreven (Michiel Bot e.a. in NRC, 10 februari 2026). Wat zij als antisemitisch ervaren zou mede veroorzaakt zijn door (hun eigen) structurele ontkenning van bezetting, apartheid en genocide. Opnieuw zou blijken dat het oordeel van joden ten aanzien van het antisemitisme onbetrouwbaar is.

Sluit de strijd tegen antisemitisme het opkomen tegen discriminatie, genocide en fascisme uit? Is de keuze van sommige joden om niet mee te lopen met de demonstranten een bewijs van een gebrek aan solidariteit met andere gediscrimineerden? De solidariteit die joden getoond hebben met andere minderheden in de loop van de joodse geschiedenis leidt tot een andere conclusie.

Judith-Frishman-2

Judith Frishman

Judith Frishman is emeritus hoogleraar joodse studies, Leiden University Centre for the Study of Religion.
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.