Ze zeggen het met ogen die nog niet zijn gesloten door verwachtingen. Met stemmen die nog niet zijn gedempt door carrièreplannen of cv-eisen. Ze zeggen het in stilte, in spel, in blik, in stille weerstand tegen systemen die hen willen vormen: “Waarom moet ik iets worden, als ik al ben?”

Het lijkt een onschuldige vraag, een kinderlijke opwelling in een omgeving die draait op prestatie, planning en toekomstprojectie. Maar wie werkelijk durft te luisteren, niet met geconditioneerde oren, maar met herinnering aan wat wij zelf ooit wisten, zal voelen dat deze vraag een barst slaat in de fundering van ons hele onderwijssysteem, ons mensbeeld, onze cultuur van ‘nog niet goed genoeg’.

We hebben een zieke obsessie ontwikkeld met ‘worden’. Kinderen vragen we op jonge leeftijd al: “Wat wil je worden?” Alsof hun huidige staat slechts een tussenstation is. Alsof wie ze nu zijn niet voldoende is. Alsof ‘worden’ belangrijker is dan aanwezig zijn. Maar deze vraag onthult meer over onze eigen vervreemding dan over hun toekomst.

Want wat bedoelen we eigenlijk als we vragen wat ze willen ‘worden’? We bedoelen: in welke economische functie willen ze zichzelf later verkopen? Welke rol willen ze spelen in een systeem dat hen nu al probeert te vormen naar zijn behoeften? Welke identiteit willen ze aannemen die acceptabel is voor een samenleving die zijn eigen ziel heeft verkocht voor productiviteit?

Onderwijsinstellingen wereldwijd proclameren trots hun successen in het overdragen van kennis, maar blijven structureel blind voor de meest kostbare vermogens van een kind. We leren ze namen, getallen, jaartallen en formules met de precisie van industriële productie. We dwingen ze om te reproduceren wat we hen hebben geleerd, te presteren volgens onze maatstaven, te bewijzen dat ze hebben opgeslagen wat we hebben geüpload.

Maar wat we systematisch weigeren te erkennen, en dus nooit cultiveren, is hun intuïtieve wijsheid. Hun stille weten dat ouder is dan hun leeftijd en dieper dan hun vocabulaire. We scholen het hoofd met obsessieve toewijding, maar dempen de ziel met chirurgische precisie. En noemen dat: goed onderwijs.

Maar kinderen weten iets wat wij zijn kwijtgeraakt. Ze weten dat tijd een illusie is wanneer je volledig aanwezig bent. Dat is geen filosofische theorie die ze hebben geleerd, maar een levende realiteit die voelbaar is in de manier waarop ze kijken naar een insect op de stoep, in de manier waarop ze uren kunnen verdwalen in een tekening, in het vermogen om volledig op te gaan in een spel zonder te denken aan gisteren of morgen.

Wat zou er gebeuren als we kinderen niet alleen zagen als passieve ontvangers van kennis, maar als actieve dragers van codering? Wat als we erkenden dat sommige kinderen dingen herinneren, niet met hun woorden, maar met hun blik die dieper ziet dan volwassenen durven kijken? Dat hun rusteloosheid in de klas geen ‘aandachtsstoornis’ is, maar een intelligente afwijzing van de lage frequentie waarin ze worden vastgehouden als gevangenen van een systeem dat hun natuurlijke levendigheid pathologiseert?

Kinderen weigeren pexels-

Een kind dat in stilte staart tijdens de les, is niet ongeïnteresseerd aan wat er wordt onderwezen. Het is misschien aan het afstemmen op frequenties die de leraar niet eens kan waarnemen. Een kind dat vragen stelt die je als ouder of leraar niet kunt beantwoorden, vragen over het waarom van bestaan, over waarom mensen pijn doen, over wat er na de dood gebeurt, is niet brutaal of storend. Het is aan het herinneren aan mysteries die het educatiesysteem systematisch negeert omdat ze niet passen in toetsbare vakken.

En een kind dat weigert om ‘later iets te worden’ volgens de carrièredromen van volwassenen, begrijpt mogelijk veel dieper dan jij wat het betekent om gewoon te zijn. Om present te zijn. Om te leven vanuit zijn in plaats van vanuit worden.

Dit is geen gebrek aan focus, dit is de hoogste vorm van concentratie. Dit is geen gebrek aan ambitie, dit is de diepste vorm van vervulling. Dit is geen gebrek aan doelgerichtheid, dit is de zuiverste vorm van leven.

Misschien is hun weigering om ‘iets te worden’ geen probleem, maar een protest. Een stille revolutie. Een herinnering aan een tijd vóór de druk van nuttigheid. Vóór economische meetlatten. Vóór we kinderen gingen behandelen als onvolgroeide volwassenen, in plaats van als volwaardige zielen die al compleet zijn.

De fundamentele vraag aan onze beschaving

Want wat wij discipline noemen, is vaak gewoon de poging om een frequentie die we niet begrijpen, omdat we hem zelf hebben verloren, in een systeem te duwen dat het nooit zal kunnen dragen. Want dat systeem is niet ontworpen voor levende wezens, maar voor reproducerende machines. Niet voor zielsontwikkeling, maar voor economische productie. Niet voor het cultiveren van wijsheid, maar voor het afleveren van werknemers.

Een kind dat vraagt “Waarom niet gewoon ‘zijn’?” stelt een fundamentele vraag aan onze beschaving. Want wie heeft ooit bepaald dat je pas waardevol bent als je jezelf hebt gevormd naar een maatschappelijk model? Wie heeft het idee geplant dat je als zevenjarige een antwoord moet hebben op de vraag “wat wil je later worden?” terwijl diezelfde volwassenen vaak zelf nog zoeken?

Deze vraag onthult de absurditeit van ons systeem. We verwachten van kinderen dat ze hun leven plannen terwijl we zelf verloren zijn. We eisen van hen duidelijkheid over hun toekomst terwijl we zelf geen idee hebben waar we naartoe gaan. We pushen hen naar succes terwijl we zelf niet weten wat succes werkelijk betekent.

De weigering van kinderen om mee te gaan in dat narratief is geen gebrek aan motivatie. Het is een innerlijk weten dat de mens geen functie ís. Dat het ‘ik ben’ krachtiger is dan elk toekomstig beroep. Het is hun ziel die spreekt. En misschien is het tijd dat wij, in plaats van hen op te voeden, leren luisteren.

Lees ook

Je echte leeftijd – pexels-erkocphoto

Je echte leeftijd: niet wat je denkt

Het gaat niet om de lengte maar om de diepte van je bestaan

Ptah Ankh Re

Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.