‘Hoi Stephan, kom je zondag nog naar het Foreestenhuis?’ Het is een herinneringsappje van een kennis. Sinds ik een paar maanden terug vader ben geworden is mijn leven een stuk voller, rijker en ook drukker. Hier moet en wil ik echter wel naartoe, al is het maar een uurtje.

In het gebouw waar ook de Doopsgezinden in Hoorn zijn gevestigd wordt namelijk twee dagen lang, van acht uur ’s ochtends tot acht uur ’s avonds, aandacht geschonken aan de slachtoffers in Gaza. Ik vind het belangrijk om niet af te stompen, om mijn ogen niet te sluiten voor wat daar plaatsvindt. Om actief getuige te zijn en te blijven, want dat gaat niet vanzelf.

De Joodse dichter Paul Celan schreef na de Shoah gedichten die de lezer meevoeren naar een werkelijkheid die anders verborgen blijft, zelfs als je er feitelijk vanaf weet. Daarover zei hij: ‘Werkelijkheid is niet gegeven, werkelijkheid moet gezocht en gewonnen worden.’ We zijn als mens snel geneigd om confronterende werkelijkheden niet volledig te laten doordringen. En we maken onszelf dan maar al te graag wijs dat we dit wel doen.

Bij aankomst zie ik een vrouw bij de ingang staan. Ze leest de namen voor van alle burgerslachtoffers die de afgelopen twee jaar in Palestina en Israël zijn gevallen. Alle namen die ik hoor klinken Palestijns. Dat is logisch, want de hoeveelheid slachtoffers aan Palestijnse zijde is vele tientallen keren groter. Aan de overkant van de straat staat een gezin beduusd te kijken. Het voorlezen van namen maakt duidelijk indruk.

Ik ga naar binnen en zie dat er in de achtertuin nog iemand namen opleest, met daaromheen een aantal luisteraars. Ik ga buiten op een van de bankjes zitten. Het is rustig, er wordt met aandacht en respect geluisterd. Een herdenking is het niet, want het leed stapelt zich dagelijks op en is nog lang niet voorbij. Na een minuut of tien vraagt de spreker of iemand het wil overnemen. Ik had me voorgenomen om te luisteren en voel enige opluchting als iemand anders het stokje overneemt.

De namen van vermoorde mensen komen en gaan. Een man van drieënzestig, een vrouw van tweeëntachtig. Een vrouw van achtenzeventig, een man van zesenvijftig. Een vrouw van tweeënveertig. Tweeënveertig. Verdomme. Ik voel een lichte rilling over mijn rug gaan. Er valt – pats! – een walnoot uit de boom naast me.

Als ik in de kranten lees dat er vele tienduizenden mensen zijn vermoord, dan is het lastig om me daar iets bij voor te stellen. Een enkele dode, dáár heb ik een voorstelling bij. Ik zie een persoon voor me. Tien is al lastiger, honderd is een anoniem getal. Tienduizenden doden is onvoorstelbaar abstract. Tenzij je de namen één voor één opleest.

Een vrouw van tweeënzestig, een man van vierenvijftig. Een man van eenenzeventig, een vrouw van drieëntwintig. De spreker heeft het eind van het blad bereikt. Wil iemand anders het overnemen? Hij klinkt schor, waarschijnlijk doet hij dit al de hele dag. Het is inmiddels wat rustiger in de tuin, de andere aanwezigen zijn pas net gaan zitten. Ik moet denken aan het thema van de Vredesweek van dit jaar: Niets doen is geen optie.

Ik loop naar de katheder en begin met voorlezen. Veel namen zijn lang en ik probeer ze zo goed mogelijk uit te spreken: Najiba Deeb Abdullah Al-Bahri, vrouw, tweeënzeventig. Rafiq Saeed Ibrahim Marshoud, man, vijfenzestig. Inaam Shaaban Ahmed Al-Abadla, vrouw, negenenvijftig. Munther Mahmoud Sobhi Mahjoub, man, eenenvijftig. Yousra Hosni Abdullah Abu Marq, vrouw, vierentachtig. Nofoad Muhammad Abd Taha, vrouw, negenenveertig. Ibrahim Mahmoud Abd Rabbuh Hajj Youssef, man, vierendertig. Sereen Rafiq Ishaq Al-Zayyan, vrouw, negenendertig. Het eind van de laatste pagina is in zicht. Maar dan komt een vrouw van de organisatie aanlopen met een dikke stapel papier. Aan namen geen gebrek.

Als ik de lijst zie, schrik ik. Het zijn kinderen in de leeftijd van nul tot één jaar. Dit kan ik niet, schiet het door mijn hoofd. Ik moet meteen aan mijn eigen zoontje denken, aan zijn lieve gezicht, zijn lach, hoe ik hem als pasgeborene in mijn armen sluit, aan het geluk dat ik ervaar nu hij onderdeel van mijn leven is. Wat als hij er opeens niet meer zou zijn? Het geluksgevoel maakt plaats voor puur gemis.

Maar ik voel tegelijkertijd ook dat niets doen geen optie is. En deze bijeenkomst gaat helemaal niet over mij en mijn ingebeelde zorgen. Er schiet me iets te binnen. In de filosofie van de liefde van Iris Murdoch gaat het over jezelf actief leeg maken, door je aandacht weg te bewegen van allerlei op jezelf betrokken zorgen. Zulke liefdevolle aandacht verbindt je met de werkelijkheid van de ander op een manier die onmogelijk is als je aandacht deels of volledig op jezelf is gericht.

Het werkt, en ik begin weer met voorlezen. Jihad Muhammad Raafat Al-Dalis, man, nul. Lana Youssef Emad Loulou, vrouw, nul. Een van de aanwezigen kijkt op. ‘Baby’s’, zegt hij zachtjes. Diaa Ahmed Abdel Ati Saleh Musa, man, nul. Rima Hamed Kamal Abu Aoun, vrouw, één. Fahd Uday Imad Al-Ajez, man, nul. Moaz Abdel Fattah Khaled Al-Zuhairi, man, één. Celine Ihab Ayman Al-Bahtiti, vrouw, nul. Jumana Nabil Saeed Al-Qanfud, vrouw, één. Taim Allah Muhammad Abdul Karim Jumah, man, één. Na een paar pagina’s vraagt iemand of ze het over kan nemen. Ik knik.

Een dag later concludeert de International Association of Genocide Scholars, de belangrijkste wereldwijde organisatie van genocideonderzoekers, dat Israël genocide pleegt. Zulke constateringen zijn erg belangrijk en essentieel – maar niettemin onvoldoende voor verandering. Want zolang we confronterende werkelijkheden niet actief opzoeken en – met onzelfzuchtige liefde – laten doordringen, zal er op het wereldtoneel weinig veranderen. Niets doen was nooit een optie, dus laten we met liefdevolle aandacht aan de slag gaan. Laten we actieve getuigen blijven, of worden, van een genocide die voor onze ogen plaatsvindt.

Lees ook

Gaza_kinderen-strand

“Gaza is een hele liefdevolle samenleving”

Kunstenares Suzanne Groothuis over de mooie kanten van Gaza

stephan

Stephan Huijboom

Filosoof

Stephan Huijboom is filosoof en opiniemaker bij het Apostolisch Genootschap.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.