Vluchten kan niet meer, ik zou niet weten hoe. Vluchten kan niet meer, ik zou niet weten waar naar toe. Wanneer je de tekst van dit lied, een hit van Jenny Arean en Frans Halsema in 1977, opnieuw beluistert, heeft het een ongekende actualiteitswaarde.

Terwijl wij ons buigen over de coronamaatregelen, de sneeuwpret en de kijkcijfers van Lubach is het ook winter in Moria. Wij passen in Nederland ‘humaan vluchtelingbeleid’ toe. Wat betekent humaan in dit verband? Zijn dat een paar kinderen die naar Nederland gehaald zijn en dat ene gezin? Betekent humaan zoveel helpen als je denkt te kunnen, of juist meer dan je dacht? Gelukkig leidt die laatste gedachte soms tot een doorbraak, wanneer mensen echt hun nek uitsteken zoals bij het kerkasiel in Den Haag (2018-2019) rond de Armeense familie Tamrazyan.

In de Bijbel, waarvan veel verhalen toch nog in ons collectieve geheugen zitten, wordt flink wat op en neer gereisd. Het begint met Adam en Eva die ongewild door de poort van het paradijs de harde wereld in gedreven worden. Abraham, toen nog Abram, gaat op reis vanuit Ur naar Haran. De ervaringen van de ballingschap in Babylon staan centraal en behoren tot het oudste deel van de Bijbel. Er vluchten in de verhalen ook voortdurend mensen: Kaïn nadat hij Abel vermoord heeft; Jacob nadat hij Ezau bedrogen heeft; Ruth, de Moabitische vrouw, die met haar schoonmoeder Naomi terugvlucht naar Israël en daar als vreemdeling wel ontvangen wordt. De vlucht van Jezus met zijn ouders naar Egypte heeft ook nog een reeks van apocriefe vluchtverhalen opgeleverd. Vluchten is de Bijbelfiguren niet vreemd.

Waarom vluchten mensen? Ja, zeker ook om economische redenen, maar meestal is er iets aan de hand. Oorlog, onderdrukking, geweld, angst, verkrachtingen en dood. Kunnen wij ons dat hier nog voorstellen, bijna drie generaties na het einde van de Tweede Wereldoorlog? Ook als je er niets van hebt meegemaakt dan alleen zorgvuldig zwijgende ouders of een oma die jou alleen de grappige verhalen vertelde en de andere zorgvuldig weggesloten had op de zolder van haar ziel? Ook als je de laatste concentratiekampgevangenen, zoals bijvoorbeeld Jules Schelvis, er nog over hebt horen vertellen? Ook als je het nieuws volgt? Raakt het ons nog, nu we verwikkeld zijn in onze eigen (corona)problemen?

Soms komt het onverwacht binnen, als je er niet op voorbereid bent, zoals bij het herlezen van de gedichtenbundel Ik hier jij daar uit 2017. Ghayath Almadhoun en Anne Vegter gingen toen dichterlijk met elkaar in gesprek. Almadhoun schrijft: ‘Twee dichters, één boek: niet noodzakelijkerwijs om iets nieuws op te bouwen, maar om muren af te breken die ons tegenhouden wanneer we naar de andere oever willen oversteken.’ Anne Vegter vroeg zich af: ‘Kunnen gedichten leren ons te identificeren met ongevoelde pijn? Wat spreekt er uit onze ontmoeting op papier?’

Lezend in de bundel wil ik het boek weer wegleggen, in een hoek gooien, mijn oren dichtstoppen maar mijn ogen lezen verder. Almadhoun begint met zich te verontschuldigen dat de vluchtelingen ons gestoord hebben, omdat ‘we zo schaamteloos waren op te duiken in het journaal, op de internetpagina’s en in de kranten: naakt, met alleen ons bloed en onze verkoolde resten.’ Ik kan op dit punt lezend nog denken ‘Hoe kan ik hier nu iets aan doen’, maar aangekomen bij een van de gedichten van Vegter is er geen uitwijkmogelijkheid want ze schetst daarin het Nederland van nu, maar dan gevangen in een oorlogssituatie die zich onvoorspelbaar snel ontwikkelt. Als je haar gedicht Ondertussen in Nederland III gelezen hebt of beter nog het haar hebt horen voorlezen krijg je een vermoeden van wat Almadhoun meegemaakt heeft en zovele anderen nog meemaken.

Het gedicht heeft de vorm van een feitelijke journalistieke berichtgeving over wat er zich op dat moment in Nederland afspeelt. Er voltrekt zich een ramp en niemand weet waarom en hoe. Het hele systeem valt om, de dijken, de grenzen, het Rijksmuseum. Anne Vegter heeft elementen uit de berichtgeving in landen, die zoiets meemaken, letterlijk overgezet en laten plaatsvinden aan onze grenzen, in onze havens, in Groningen, Delft en Leiden, dus overal. Het gedicht eindigt met:

… waar is de overkant
er is geen overkant,
we drijven verder
we spoelen over de hele wereld aan
niemand zit op vluchtelingen te wachten
gelukzoekers
zo worden we genoemd

Misschien toch even goed nadenken op wie we gaan stemmen. Voor de vluchtelingen?

Bron: www.youtube.com
Felicia Dekkers

Felicia Dekkers

Felicia Dekkers is Neerlandica en studeerde later theologie. Zij werkte in het onderwijs (MO en HBO) en daarna als (beeld)redacteur bij …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.