Sinds ik met emeritaat ben, woon ik in de binnenstad van Den Haag, en haal ik mijn boodschappen het dichtste bij uit de Schilderswijk. Daar zit ook mijn slager: heerlijk fruit, kampioen in kruiden en ja, halal-vlees. Van Paulus mag ik dat wel eten, maar ik mag dat niet in de krant zetten, om (1 Cor. 8:9) anderen niet om mijn eetgedrag aan de twijfel te brengen. Dat ik het nu toch doe, heeft een reden.

Een slager als die van mij, heeft een bijzondere nabijheid tot zijn religie. Wij zouden het ambtelijkheid noemen. Omdat hij degene is die met het godsdienstig zuivere vlees omgaat, krijgt zo iemand als vanzelf ook een rol in wat ik noemen wil: het islamitisch pastoraat. De man staat soms meer vóór de toonbank dan erachter, alsmaar om te praten met zijn geloofsgenoten. Gelukkig heeft hij een wakkere knecht in de zaak die dan de honneurs waarneemt. Van die gesprekken versta ik geen jota, maar één enkel woord komt veel voor: feliesjtienie.

Ik ben nog steeds voorganger op Haagse kansels. Drie van de vier keren zit er in mijn gebeden een vraag om zegen voor de synagoge. Dat het woord van de Torah vrucht mag vinden daar, in de huidige benauwenis van Israël.

Ik vind het heel wonderlijk dat ik daar o zo vaak toe kom. Soms heb ik in de week daarvóór teveel krant gelezen, over wederzijdse raketten en zo. Dan denk ik: nu maar eens niet voor Israël bidden. Dan schrijf ik van tevoren geen gebed uit voor de kinderen van Abraham, Izaak en Jacob. Maar dan komt het er improviserenderwijs toch van. Telkens overvalt dan het ambt mijn opinie.

Sta ik dan op maandag weer bij mijn slager, dan hoor ik weer dat woord feliesjtien. Het is een dragend woord in de soms felle gesprekken die ik waarneem in mijn slagerij. Want Palestijnen zijn een geloofs-issue voor de binnen Nederland gelovende muslim. Ze hebben een plek in zijn islamitisch erbarmen.

Ik wil dat maar eens vertellen, omdat ik bezorgd ben om de Nederlandse politiek. De gedoogconstructie van het huidig kabinet ligt op geen ander punt zó vast als juist op het punt van de grenzen van Israël. De positie die dit kabinet gedoogt is afkomstig van de PVV, die een slim model heeft uitgevonden. Populisme steekt overal de kop op, maar ook overal lijdt het aan één kwaal: ergens trekt het ook altijd antisemieten naar zich toe. In Nederland heeft Wilders dat weten te voorkomen door zich vast te nagelen aan het meest stringente standpunt van de partij Israel Beeteenoe in de huidige Israëlische regering. Om het beeld te gebruiken uit de wereld van de politieke scheldkanonnades: Wilders is hier het keffertje van Liebermann.

Dit eigenbelang van Wilders voorkomt zo een toevloed van mensen die ideeën van zijn beweging via jodenhaat frustreren zullen. Maar anderzijds drukt hij daarmee het Midden-Oostenconflictmodel, in zijn meest onoplosbare vorm, dwingend op de Nederlandse situatie. Ik vind dat die situatie dat binnenlands niet hebben kan. Wij moeten onze nieuwe Nederlanders niet zo knechten. Het wegdrukken van een standpunt is niet naar onze landsaard.

Ook mijn kerk steunt tweeërlei positie: Israël en de Palestijnen. Israël zit in onze Verwachting, maar een meerderheid in mijn synode ligt ook wakker van het lot van Palestijnen. In Nederland en ook in Israël zelf, zijn er velen die verwachten dat het tussen die volken daar goed komt. En die zich daar in elk geval voor openstellen, meer dan Liebermann doet. Mijn gebeden vragen steeds om beweging en gesprek.

En ik complimenteer mijn winkeliers dat ze in dit boze land zo beleefd zijn gebleven.

Bovenstaande tekst werd eerder gepubliceerd op www.kerkindenhaag.nl.

girl-512

Jaap van den Berg

emeritus-predikant

Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.