Wat er rond Bouchallikht gebeurde lijkt in alles op de geschiedenis rond de Amsterdamse ambtenaar Saadia Ait Taleb. Alleen dit keer zonder de traumatische afloop. Het grootste probleem hierbij is niet dat radicaal rechts in de aanval gaat, overal waar het een vrouw met een hoofddoek ziet opduiken. Het probleem is dat de mainstream – ook links – hierin meegaat.

Affaires als deze kennen een duidelijk patroon. Radicaal rechtse media komen met verdachtmakingen richting een moslim, die ‘banden’ zou hebben met een ‘foute’ club of ideologie of persoon. Er vallen al snel termen als ‘islamistisch’, ‘radicaal’, ‘politieke islam’, ‘salafisme’ en ga zo maar door.

Doordat het vrijwel onmogelijk is je tegen dit type aantijgingen te verdedigen, woekert zo’n rel al snel een poosje voort. De volgende stap is dat ook reguliere media erover berichten – de NOS, de Volkskrant. Tegen die tijd is de beschuldigde persoon ‘in opspraak’.

Hard bewijs ontbreekt ook dan meestal nog steeds. De genoemde termen blijven lange tijd ongedefinieerd. Dat zie je hier, maar ook in Frankrijk dat nu strijdt tegen ‘separatisme’ en Oostenrijk dat ‘politieke islam’ in de ban wil doen. Vaagheid in de definitie geeft overheden ruimte om flexibel op te treden, ook ten koste van onschuldige mensen en organisaties.

‘Islamofascisme’

Terug naar Bouchallikht. Wat was haar misdaad? Ze is vice-voorzitter van FEMYSO, een veelkleurige organisatie die een grote paraplu vormt, waarbinnen ook banden bestaan met de Moslimbroederschap. En ze had een training gegeven bij Milli Görüs.

In de koortsachtige debatten gaat het vervolgens niet over de feiten. Men denkt vooral: politieke islam, gevaarlijk, ze willen vast sharia (niet gedefinieerd) en jihad (niet gedefinieerd). En dus wil Bouchallikht dat vast ook. Islamofascisme!

Uiteindelijk verscheen er een kundig artikel van islamoloog Joas Wagemakers over de Moslimbroederschap. Het wachten is op een vergelijkbaar stuk dat meer inzicht geeft in Milli Görüs. Dat is dan de winst van deze affaire: de kennis over dit hoekje van de islam bij het publiek is toegenomen.

Het blijft echter bizar dat Bouchallikht zich moet verantwoorden voor ‘mogelijke banden met’. Niet zij, maar de mensen die deze suggestieve aantijgingen de wereld in slingeren zouden ter verantwoording geroepen moeten worden. Dat is nog altijd niet gebeurd.

Guilty by association

Ook GroenLinks zelf verdient geen schoonheidsprijs met de manier waarop deze affaire is aangepakt. Jesse Klaver straalde ongemak uit, in zijn interview met de NOS. De nadruk lag op de formele kant (de kandidatencommissie had Bouchallikht op de lijst gezet). Ik miste een volmondig, De Linker Wang-waardig enthousiasme over het feit dat er straks iemand in de Kamer zit die, trouw aan de wortels van EVP en PPR, een duidelijke koppeling maakt tussen geloof en linkse idealen.

Klaver benadrukte het ‘een heel slecht idee’ te vinden om een training te geven bij die laatste organisatie. Waarom eigenlijk? Later nam Bouchallikht in een interview met Trouw ook zelf afstand van Milli Görüs, waarop die beweging vervolgens boos reageerde. Door zich van Milli Görüs te dissociëren, gaat Bouchallikht juist mee in het denken in termen van ‘guilty by association’ dat ze eerder scherp had veroordeeld.

Multicultureel en multireligieus

Zo zie je na twintig jaar toch de nodige islamstress bij links. De zaak-Ait Taleb laat dit zien bij onder andere PvdA’er Eberhard van der Laan. Postuum viel de burgemeester keihard van zijn voetstuk. Helaas maakt ook GroenLinks af en toe vreemde sprongen, waarmee ze moslims van zich vervreemdt. Vier jaar geleden zette de partij bijvoorbeeld Zihni Özdil op de lijst, die in de aanloop naar de verkiezingen onder andere waarschuwde in fortuynistische taal tegen ‘islamisering’. In 2016 werkte GroenLinks zonder pardon haar Gorkumse raadslid Ilhan Tekir naar buiten. Tekir had, tamelijk genuanceerd, gezegd op Erdogan te hebben gestemd omdat de AKP-leider het ‘minste kwaad’ zou zijn. Ook de harde opstelling van Femke Halsema jegens het islamitische Haga Lyceum staat nog vers in het geheugen.

Veel gelovigen kunnen zich vinden in de groene en linkse idealen van Klavers partij. Sommigen vinden elkaar in De Linker Wang. Maar het seculiere klimaat kan ook afschrikken. Denk, naast de genoemde voorbeelden, aan het plan artikel 23 af te schaffen of de bepaald niet rechtsstatelijke manier waarop Halsema recent de Hillsongkerk onder druk zette.

Dit roept bij sommige progressieve moslims en christenen aarzeling op. Op Bouchallikht na is de kandidatenlijst (net als bij D66) wel erg wit en seculier. Tellen gelovigen volwaardig mee? Of moeten ze zich toch even distantiëren van Milli Görüs of het Vaticaan? Moeten ze extra bewijs leveren dat ze ‘ondanks’ hun geloof acceptabel zijn?

Witte dominantie

Ik zie moslims die vanwege deze twijfel maar voor NIDA hebben gekozen. En christenen die zich dan maar bij de ChristenUnie aansluiten. Daarmee bewijst GroenLinks zichzelf geen dienst. Het versterkt de dominantie van witte, seculiere mensen in de partij. En daarmee groeit de tegenstelling.

Islamstress leidt tot vervreemding – de kloof tussen moslims en de rest groeit. GroenLinks heeft het in haar DNA een multiculturele en multireligieuze partij te zijn. Zeker de laatste jaren echter, lijkt de partij soms te aarzelen. In dat gat willen DENK, NIDA en BIJ1 springen. Maar als GroenLinks zich haar identiteit herinnert, hoeft dat gat er niet te zijn.

U kunt gratis verder lezen

Klik deze melding weg via het kruisje. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze schrijvers en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
Remco van Mulligen

Remco van Mulligen

Journalist en historicus

Remco van Mulligen is historicus en werkt als journalist bij het Nederlands Dagblad. Hij is tevens student theologie (Tilburg University) …
Profiel-pagina
Al 3 reacties — praat mee.