Heeft God werkelijk ingegrepen? Is het historisch het ‘weekend that changed the world’? Opent zich een nieuwe, nooit gehoorde werkelijkheid? Of opent zich de bestaande werkelijkheid als nieuw?

Heeft er werkelijk iets bijzonders plaatsgevonden dat afwijkt van het gewone? Of is er sprake van het bijzondere in het gewone?

Er moet iets zijn gebeurd

Als je alle legendevorming, alle mythologische vermenging, alle literaire overdrijving van de opstandingsverhalen afpelt – wat houd je dan over aan historische kern?
Dit: er moet iets zijn gebeurd. We zien namelijk een groepje terneergeslagen, bange volgelingen enige tijd later vrolijk aan de weg timmeren. Er heeft een duidelijke opleving plaatsgevonden. Die moet ergens op gebaseerd zijn.

Laten we eens kijken naar het oudste bericht over de opstanding, of liever: opwekking.

Verschenen

Dat vinden we in de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs (I Kor. 15). De crux zit in het verschil tussen de twee uitdrukkingen die Paulus daar telkens gebruikt: ‘verschenen’ en ‘opgewekt’.
Hij geeft een opsomming van degenen aan wie Jezus verschenen zou zijn, inclusief zijn eigen visioen op weg naar Damascus. De herhaaldelijk gebezigde uitdrukking ‘verschenen’ wijst onmiskenbaar op een ervaring. Paulus echter, als farizeeër staande in de traditie van opstandinggeloof, duidt deze ervaring logischerwijs in termen van opstanding: Jezus is opgewekt.

Je zou er zo overheen lezen maar dat is natuurlijk wel een stap verder, namelijk een interpretatie van de ervaring. Een interpretatie die gebaseerd is op een geloofsaanname – die je niet van iedereen kunt verwachten.

De kern van dit bericht schuilt dan ook in het woord ‘verschenen’. Daar is geen geloofsvoorwaarde aan verbonden. Het kan door iedereen ervaren worden.

Zo mocht ik als predikant veel bijzondere verhalen horen over ‘verschijningen’ in allerlei gestalten. ‘Ik praat nog elke dag met hem.’ ‘Soms zie ik haar in mijn droom en dan troost ze me.’ ‘Het is net of ik door haar geleid word.’

Er is verschil in gradatie. Meestal is er sprake van een inspirerende aanwezigheid, een stille nabijheid, zoals ik zelf ervaar van mijn verongelukte vriend als ik langs het strand wandel, wat we zo vaak samen deden. Maar soms kun je spreken van een werkelijk visioen: een verschijning.
In alle gevallen geldt dat het mensen overkomt ongeacht hun geloof of ongeloof.

Het gaat blijkbaar niet om een geloofservaring maar om een universeel menselijke ervaring.
Hoe kunnen we dit ‘verschijnsel’ duiden?

Liefdesenergie

Deze nabijheid, dit verschijnen, beschouw ik als de energie die een mens achterlaat. Het is bekend dat energie niet verloren kan gaan, ook niet de energie die een mens tot mens maakt. Zij moet ergens blijven en werkzaam zijn.

In bijbeltaal zou je haar ‘geest’ noemen.

In Jezus was zij aanwezig als pure liefdesenergie. Zo rijkelijk dat zij niet anders kon dan zich krachtig en overtuigend manifesteren. Ook of misschien wel juist na zijn dood.

Dat is volgens mij aan de hand geweest in de verschijningen van Jezus aan zijn volgelingen: zij hebben de liefdevolle nabijheid van Jezus zo intens ervaren dat het bijna lijfelijk werd.

Het betrof geen afwijkend, natuurwetten doorbrekend gebeuren maar uitvergroting van de bestaande werkelijkheid.

Het pure zijn

Dat Paulus en ook de latere evangelieschrijvers deze innerlijke ervaring vanuit hun opstandinggeloof hebben geïnterpreteerd heeft wel geleid tot een theologisch bedrijfsongeval in het christendom: een doorgeschoten geloof in letterlijke, lichamelijke opstanding. Met als gevolg een al te triomfantelijk ‘De Heer is waarlijk opgestaan’ – wat ik altijd nogal ongemakkelijk heb gevonden.

Pasen is voor mij het feest van de liefde die zich eindeloos voortplant. Onze dode geliefden zijn in ons begraven, in ons opgestaan als liefde en leven in ons voort als liefde. Zij vallen samen met de ons doordringende goddelijke energie van liefde.

Misschien is dat wat Jung bedoelt met zijn omschrijving van de dood: het pure zijn, in de pure tegenwoordigheid.

De ‘gewone’ werkelijkheid opent zich met Pasen als bijzonder.

Daar gaat meer troost van uit dan van een eenmalig wonder toen en daar.

Ook als het gaat over mijn eigen dood, waarover ik de laatste tijd veel heb nagedacht en gedicht:

Voor mijn nabestaanden

Als zij dan eindelijk mij heeft gekust,
die vreemde, langverwachte minnares,

en mij ontvoerd heeft naar haar slaapvertrek,
mij tot haar stilte teruggebracht,

dan zal zij mij in jullie harten zaaien
en ik zal zuiverder in jullie wezen zijn

dan wie ik in mijn leven was.

jansenwim

Wim Jansen

Theoloog, schrijver en dichter

Naast predikant was Wim Jansen (1950) lange tijd werkzaam als docent levensbeschouwing, met name op de Hogeschool Zeeland. Tot zijn …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.