Religie, respect en overheid. Nietszeggende woorden? Of woorden waarmee het WIJ-gevoel, dat WIJ in dit land zo missen, nieuw leven kan worden ingeblazen? Als religieus mens heb ik niet zoveel met autoriteiten. Maar ook voordat ik me met religie bezighield, was ik er al wars van.

Ik luisterde op jonge leeftijd al naar reggaemuziek, omdat ik voor mijn gevoel tegen machtsmisbruik moest ageren. Ik vergeet nooit de eerste keer dat ik War van Bob Marley hoorde. Vanaf dat moment wist ik het zeker: ik was iemand die geen onderscheid wilde maken tussen mensen, rassen en kleuren en de wereld moest maar eens één worden!

Ik was een wereldbewoner van het eerste uur. Het heeft mij gelukkig niet negatief beïnvloed dat ik in een land ben geboren waar je met de paplepel krijgt ingegoten dat je moet denken in de drie-eenheid ‘Allah, het koninkrijk en de Koning’. In elke stad in Marokko staan deze drie heilige woorden op hooggelegen plaatsen geschreven om het volk te behoeden voor ketterij jegens het vaderland of misstappen tegen de vorst.

Welnu, als mens, gelovige en sinds mijn kinderjaren ingezetene van het mooie Nederland kan ik oprecht zeggen dat ik het WIJ-gevoel mis. Respect spreek je niet alleen uit; je geeft er uiting aan in het dagelijks leven. En religie en respect zijn voor mij twee onlosmakelijke begrippen. Als gelovige móet ik respect opbrengen voor alles wat God geschapen heeft en dien ik niet haastig te zijn met het veroordelen van mensen. Maar tegelijkertijd mag ik als mens ook eisen stellen. Als de staat bijvoorbeeld mijn zusters die de niqaab dragen verbiedt om hun kinderen van het schoolplein op te halen. Als de staat haar kortzichtigheid in wetgeving omzet, waardoor respect eenrichtingsverkeer wordt, dan kunnen ook gelovigen op hun strepen gaan staan en de eigen staat de rug toekeren. Respect moeten we voeden, aanmoedigen door zelf het goede voorbeeld te geven en moeten we niet ontmoedigen door selectief te zijn in hetgeen wij voorschrijven als norm. Als dat de staat is waarvan ik onderdeel kan zijn – heel graag!

Ik onderwerp mezelf graag aan de wetten van dit land, desnoods onder dwang. Maar in dat laatste geval wordt de liefde voor mijn land opgelegd. En die pijn blijft jarenlang voelbaar, bij mij en bij anderen. Ik wil geen land waar grote portretten van het staatshoofd het straatbeeld kleuren en waar mensen onder het mom van terreurbestrijding en veiligheid worden opgepakt. Respect moet je als overheid zaaien en kun je daarna pas oogsten. Respect is wederkerig. Vrouw, man, homo, hetero, zwart, bruin, blank – voor een ieder is er plaats in mijn hart en zo voel ik dat ook. Maar wát als die liefde omslaat in teleurstelling omdat ik onrecht bemerk en er onder het volk slechts sprake is van selectieve verontwaardiging? Verkoop dat maar eens aan je achterban of aan mensen die de pijn ervan hebben gevoeld en dagelijks met zich meedragen. ‘Ik sta voor alles en iedereen als alles en iedereen ook voor mij staan’. Het klinkt misschien een tikkeltje egoïstisch, maar het is wel wat mensen nodig hebben. Een staat die hen beschermt en zekerheden kan bieden, omdat zij er mogen zijn – ook wanneer zij niet naar de gangbare regels leven!

Ali Eddaoudi (1973) is naast publicist ook docent en geestelijk verzorger. Eddaoudi werd ondermeer bekend door zijn succesvolle boeken ‘Hollandse Nieuwe’ en ‘Marokkaanse jongeren, daders of slachtoffers?’. Verder is hij betrokken bij en actief in het landelijke debat over islam en de Marokkaanse gemeenschap.

Nog geen reactie — begin het gesprek.