Niet iedereen leest poëzie of luistert naar dichters, maar toen Amanda Gorman bij de inhuldiging van president Biden haar gedicht voordroeg merkten we wat poëtische taal kan bewerkstelligen. Maar waardoor raakten haar woorden ons? Was het haar voordracht en haar kracht, de woorden die ze koos, het rijm of het ritme?

Leo Vroman dichtte lang geleden over de relatie tussen dichter en lezer in Voor wie dit leest (1964) het volgende:

Gedrukte letters laat ik U hier kijken,
Maar met mijn warme mond kan ik niet spreken,
Mijn hete hand uit dit papier niet steken;
Wat kan ik doen, ik kan U niet bereiken.
O, als ik troosten kon, dan kon ik wenen.
Kom, leg Uw hand op dit papier; mijn huid; (…)

De dichter hoopt met zijn woorden de lezer (aan) te raken door het papier, zijn huid, heen. Leo Vroman zal dat zijn hele lange leven blijven doen tot enkele dagen voor zijn dood in 2014. Waarom? Hij geeft in de laatste zin van dit gedicht aan de lezer zijn eigen reden tot dichten: Ik heb U lief.

Maar hoe kunnen dichters de lezer raken, terwijl ze geen 400 pagina’s tot hun beschikking hebben zoals romanschrijvers? Het antwoord hierop vind je in een Italiaanse film: Il Postino (De Postbode, in 3 delen online te bekijken) uit 1994, van regisseur Michael Redford. Deze prachtige film speelt zich af op een klein eiland, waar bijna alle mensen leven van de karige visvangst. De hoofdpersoon Mario Ruoppolo (vertolkt door Massimo Troisi), leidt een wat dromerig bestaan, hij is niet geschikt als visser, eigenlijk is hij een stuntelige verlegen man. Dan wordt Pablo Neruda, de beroemde dichter uit Chili, naar dit prachtige eiland verbannen. Men bereidt zich voor op zijn komst door op het eiland een echte postbode aan te stellen, in de veronderstelling dat deze beroemde man wel veel post zal ontvangen. Mario wordt benoemd tot postbode omdat hij als een van de weinigen kan lezen. Hij krijgt instructies, een pet en postbodetas.

De kijker volgt hem telkens op zijn fietstochten over de bergpaden naar het huis van Neruda, die in het begin totaal geen belangstelling heeft voor de bezorger. Mario zoekt wel contact. Hij wil namelijk weten wie deze dichter is en wat poëzie is. Thuis leest hij ijverig diens gedichten en leert ze uit zijn hoofd. Langzaam ontstaan er korte gesprekjes.

Neruda vindt de postbode wel vermakelijk en legt uit dat je gedichten maakt met een ‘metáfora’ (een soort vergelijkende beeldtaal). Mario vindt dit een heel moeilijk woord. Op gegeven ogenblik staan ze samen op het strand. Neruda draagt zijn gedicht over de golven van de zee aan hem voor. Mario zegt dan dat hij er een beetje zeeziek van wordt, hij voelt zich ‘als een boot die tussen de woorden schommelt’. Neruda vertelt hem dat hij zojuist een metafoor gemaakt heeft. Mario reageert hierop met woorden die Neruda even sprakeloos maken: ‘Dan kan de hele wereld met de zee, de lucht, de regen een metafoor voor iets anders zijn!’

Zo bezien is de wereld, de natuur een oneindige (vergelijkings)bron voor de dichtkunst en omgekeerd biedt poëzie dus de mogelijkheid om in alles om ons heen zin en betekenis te ervaren.

Felicia Dekkers

Felicia Dekkers

Felicia Dekkers is Neerlandica en studeerde later theologie. Zij werkte in het onderwijs (MO en HBO) en daarna als (beeld)redacteur bij …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.