Van der Velde is religiewetenschapper. Zijn Flirt-boek gold indertijd als dissertatie. Hij haalt breed uit en trakteert de lezers op een scala aan theorieën uit de religiewetenschap. Over de onverbeterlijk religieuze mens, de homo religiosus, over het ontstaan van het (gewelddadige) monotheïsme uit het polytheïsme, over de secularisatie en de opkomt van het rationele denken dat religieus geloof achterhaald heeft gemaakt, over de theorie van het heilige en zo voort. Zijn boek waaiert soms alle kanten uit, soms heel persoonlijk, dan weer schools, met opvallend uitvoerige exposés over de Deense filosoof Kierkegaard.
Ondertussen gaat het hem erom een eigen positie te claimen in de lijn van zijn vorige boek. Nu religieus geloven ongeloofwaardig is geworden en voor veel mensen, inclusief hemzelf, onmogelijk, moeten we niet het kind met het badwater weggooien. Waarom niet ongelovig religieus zijn? Want het zou toch zonde zijn om je zelf waardevolle religieuze ervaringen te ontzeggen? Ook al weet je heel goed dat jij ze verzint, daarom zijn ze niet minder belangrijk. “Dan ben je religieus op agelovige basis. Wie religieuze riten en mythen cultiveert, zal een steeds rijker religieus gevoelsleven en sterkere religieuze belevingen kunnen krijgen. Zonder het perspectief en de beleving dat er iets van buiten komt is er geen religie, maar religie heeft tegenwoordig ook het perspectief nodig dat het de mensen zijn die goden scheppen” (p. 200).
Religie is mensenwerk
Maar dat is niet hetzelfde als zeggen dat het allemaal door mensen verzonnen is. Ooit leerde ik, toegegeven, van een hoogleraar christelijke dogmatiek, dat het ‘niet verzonnen is, maar bedacht’. Misschien klinkt dat als een flauw woordgrapje, maar volgens mij is het een essentieel verschil. Religie is de menselijke respons op menselijke ervaringen van iets of iemand van buiten (of boven), iets dat niet samenvalt met de eigen menselijke werkelijkheid of daaruit voortkomt maar zich daar wel in manifesteert en ervaren wordt. Religies ontstaan als (weldoordachte) reflectie op dat soort ervaringen, in mythen, riten, verhalen en praktijken.
Van der Velde is naar eigen zeggen ‘religieus muzikaal’. Hij zoekt telkens weer religieuze ervaringen op, maar is ondertussen vuurbang om voor gelovig te worden versleten. Hij wil er hooguit mee voetjevrijen.
Religieuze ervaringen komen je niet aanwaaien. Je moet er wel wat voor doen, zie ook de titel. In Flirten met God zocht hij een religieuze ervaring in het beklimmen van de berg Sinaï (waar Mozes de Tien Geboden zou hebben ontvangen). In dit boek zoekt hij zijn heil in de middeleeuwse kerk van Vezelay, waar relikwieën van Maria Magdalena bewaard worden. Hij laat zich zelfs een nacht bewust insluiten in de kerk, om een religieuze ervaring op te wekken, maar ondanks “een halfzware dosis psychedelica” wil het niet lukken. Totdat pas later het kwartje valt: de mislukking is het bewijs dat je religieuze ervaringen niet kunt sturen, die moeten je overkomen.
Van der Velde blijft hardnekkig hameren op het agelovige van zijn religiositeit. Dat doet wat geforceerd aan. Je krijgt de indruk dat hij zo getraumatiseerd is door geloof als zeker weten, geloven als het aannemen van een aantal geloofswaarheden, dat hij niet inziet dat de hele kwestie van de waarheid van het geloof of van het bestaan van God allang verschoven is. Geloven dat God bestaat is geen voorwaarde maar gevolg van de religieuze ervaring en buiten die ervaring om is het onledig om over het bestaan van God te spreken of te speculeren. God bestaat, in ieder geval op zondag tussen 10 en 11, zou ik zeggen. Of om de heilige Herman Finkers te citeren: ‘De veertigste van Mozart en de liedjes van Jacques Brel – zijn ook ooit verzonnen, toch bestaan ze wel’.
De religieus muzikale Van der Velde blijft verder zoeken. Ondertussen vult hij de tijd als agelovige dominee in een christelijke kerkgemeenschap in Zeeuws-Vlaanderen. Hij heeft naar eigen zeggen ‘een rijk agelovig religieus leven’, met verkenningen in het sjamanisme en de mystieke Islam, en nu dus in een vrijzinnig christelijk milieu. In een aangekondigd vervolgboek Verzingeven gaat hij daar allemaal verslag van doen.
Koert van der Velde. Dan maak je maar zin. Pleidooi voor religie zonder geloof. Walburg Pers Zutphen 2026, 264 pag., € 27,50.

Dominee Altena ziet het probleem niet zo. Voor hem is ‘geloven dat God bestaat geen voorwaarde maar gevolg van de religieuze ervaring’. De ervaring is voor hem persoonlijk bewijs genoeg. Daar zit precies het verschil tussen hem en mij: ervaring – hoe sterk ook – zou mij nooit gelovig kunnen maken. Niet omdat ik door geloof getraumatiseerd zou zijn – hoe komt ie er bij – maar omdat ik dat inzicht als kind van de moderne, geseculariseerde cultuur serieus neem.