Het boek is geen betoog, geen analyse, geen maatschappelijk pamflet — het is een levenscirkel waarin herinneringen, verhalen, rituelen, pijn en liefde samenkomen en weer uit elkaar vloeien. Net als de kringloop van ons water: bron, stroompjes, rivieren, oceanen, opgestegen waterdamp, regen en weer terug naar de bron.

Altijd in beweging, in de stroom van ons bestaan en in respectvol contact met onze voorouders, de nog levende doden, de gemeenschap in het hier-en-nu, onze nog niet geborenen, de dierenwereld en Moeder Aarde. Het gaat niet over samen leven, maar over samen bestaan.

Tarawally schrijft vanuit zijn levenswijsheid. Vanuit hart en ziel, gevoed door twee rivieren, maar altijd in contact met de spirituele bron Ubuntu: het diepgewortelde Afrikaanse mens- en wereldbeeld, dat zich het best laat omschrijven als menselijkheid die ontstaat in de ruimte waar onze levens elkaar raken in onze onlosmakelijke verbondenheid met elkaar en Moeder Aarde. ‘Ik ben omdat wij zijn’ en ‘wij zijn omdat de aarde is’.

Zijn verhalen zijn geen losse hoofdstukken maar schakels in een ketting van verbondenheid. Elk verhaal draagt het volgende, zoals onze inademing de uitademing voortbrengt. Maar wie is de hoofdpersoon in het boek? Daarop is geen eenduidig antwoord te geven. Hij laat zich niet in hokjes vangen en danst dan weer tussen, dan weer met zijn identiteiten. Is hij, als een zebra, de witte man met de zwarte strepen of de zwarte man met de witte strepen?

Zonder het specifiek te benoemen laat hij ons als lezer, door ons te identificeren met Babah, ervaren hoe het überhaupt onmogelijk is om ons mens-zijn op identiteitsniveau te laten inschalen in gefragmenteerd denken. We zijn allemaal mens in wording, door ons verleden, door ons heden en door onze toekomst.

In de hoofdstukken schakelt Babah ook in tijd. Je kunt je afvragen of hij nu in Sierra Leone is of in Nederland. In de spirit van Ubuntu leven de werelden parallel en ook non-dualistisch: er is geen of-of, maar altijd een en-en. Tevens speelt hij, al schrijvend, met werkelijkheid en fictie. Het antwoord is, dat er altijd meerdere waarheden zijn, die belicht kunnen worden in de ontmoeting met elkaar, in de dialoog, in het vragen stellen of het laten voelen: Sawubona, ik zie jou, in al je gelaagdheden.

Is Musu een mythische muze in de verleden of toekomstige tijd? Of is het zijn huidige verloofde en toekomstige vrouw? Als de lezer het antwoord wil weten, waarom? Gaat het om een privé nieuwsgierigheid, een persoonlijke betrokkenheid of staat de liefdesrelatie symbool voor een zoektocht, die we als mens allemaal kennen, in elke relatie: immer onze balans zoeken tussen autonomie binnen de verbondenheid?

De zoektocht van de balans tussen wij en ik reikt verder dan sec Sierra Leone neer te zetten als een wij-cultuur en Nederland als een ik-cultuur. Om met Tarawally’s eigen woorden te spreken: dan zouden we onszelf gevangen zetten in een zwart-wit denken. De wereld is in beweging, ook Nederland, ook Sierra Leone. ‘Waar ben ik thuis?’ is de vraag die Babah zichzelf herhaaldelijk stelt: ‘Of ben ik een slak, die zijn eigen huis altijd bij zich heeft?’

Zonder te moeten of willen kiezen tussen ‘goed of fout’ laat hij ons ervaren hoe onmiskenbaar belangrijk wortels zijn. Net als de wortels van een boom. En die boom is ook weer onlosmakelijk verbonden, via het mycelium, met andere bomen en al wat leeft: het wood wide web. Zoals de bomen zijn geworteld en verbonden, zo zijn wij mensen dat ook.

Net als Babah. We kunnen trekken, reizen of emigreren, uit nood of vrije keuze. Maar we kunnen niet onze wortels verloochenen. In ‘ik ben geen mango, ik ben een mens’ beschrijft Babah het thema van geworteld zijn, familiegeschiedenis, vrijheid in verbondenheid in één. En wel via de liefde tussen hem en Musu, zijn moeder, zijn oma, zijn vader, oom Pa Mory, zijn broers en zussen, zijn kinderen in Nederland, de hele gemeenschap in zijn geboorteland én via zijn fluisterende voorouders. Het is een Afrikaans gezegde ‘it takes a village to raise a child’ en Babah is er de belichaming van.

Ook de spin Anansi speelt een grote rol, als gelijkwaardig onderdeel van onze totale leefwereld en met een unieke bijdrage: hij is zowel getuige als ervaringsdeskundige. Kiest Anansi voor de vrijheid, zijn autonomie en wil hij met zo weinig mogelijk werk, een web weven en zijn prooien vangen? Babah herkent af en toe ook zichzelf in Anansi: zijn Westerse, autonome en kapitalistische beïnvloeding om lui achter een computer met een website snel geld te verdienen lokt ook. Of leert Anansi in Ubuntuland dat leven delen is, voor en door de ander, en dat de ander ‘opeten’ de totale gemeenschap zal schaden?

Centrale en symbolische vraag in het hele boek is: kunnen wij mensen het beste mens-zijn als we oog hebben voor de ander, alles delen, niemand uitsluiten, onszelf gezien voelen en met respect voor Moeder Aarde leven, omdat dát ons thuis is? Of raken we dan uiteindelijk toch weer verstrikt in de draden van het web, dat ten koste gaat van onze autonomie? Is dat laatste gebaseerd op angst en wantrouwen ten aanzien van het wij? Of is een behoefte aan privacy en vrijheid ook onderdeel van ons mens-zijn? Met abstracte theorieën en overtuigingen langs de zijlijn, vinden we het antwoord niet. Ook Babah geeft niet eenduidig antwoord. Hij neemt ons mee in zijn leven, gevoelens en gedachten. De oplettende lezer leest wel, dat als hij het over Sierra Leone heeft, hij dan het woordje ‘ons’ gebruikt.

Interessant is de passage als hij door zijn oom, Pa Mory, de ‘wetten’ van zijn cultuur krijgt voorgeschreven. Zijn eigen autonome wil, om aan één van de wetten niet te willen voldoen, kan Babah niet openlijk ter sprake brengen en brengt hem in een loyaliteitsconflict, een moreel dilemma. Zowel ons westerse waarden ‘gij zult eerlijk zijn’ of ‘je hebt recht op een eigen wil’ bieden hier geen oplossing. In de moraliteit van zijn land en familie mag hij ja knikken en nee denken. De waarden die gediend worden is respect voor de oude oom en het bewaren van de harmonie: ‘ik zal er over nadenken en over een jaar beslissen.’

Schrijvend over Nederland komt vaker dan dat we in eerdere boeken van hem gewend zijn, een kritische toon naar boven. Van koude afstandelijkheid, bureaucratie en zich wel opgevangen, maar niet ontvangen hebben gevoeld. Alsof hij een geïmporteerde mango is en als je hem maar genoeg water in een kas geeft, heus wel aangepast zal groeien op Nederlandse bodem.

De titel ‘ik ben geen mango, ik ben een mens’ gaat dieper dan een oproep aan onze samenleving. Het is ook een doorkliefde schreeuw van pijn, die om erkenning vraagt. Pijn van talloze jaren en momenten van discriminatie, racisme, gezien worden als een bezienswaardigheid op subtiele maar vileine wijze. Ook de pijn van jaren en jaren te hebben moeten overleven als asielzoekende en statushouder. Jaren van een aan de oppervlakte ‘aangepast kind’ dat sociaal wenselijk gedrag laat zien om dankbaarheid te laten zien. Maar net als in ieder gezin kan een aangepast en braaf kind, zich pas écht veilig voelen als hij of zij af en toe een grote mond kan hebben, onaangepast gedrag kan vertonen, kritische vragen kan stellen en fouten mag maken. Echte veiligheid ontstaat via liefde en er fundamenteel bij horen. Dat reikt veel verder dan een bureaucratisch paspoort.

Tarawally boekcover

Het boek ‘Ik ben geen mango, ik ben een mens’ laat mij als lezer ook zijn pijn voelen, de behoefte om gezien te worden als mens. De durf om kritiek te uiten geeft ook de persoonlijke groei van Tarawally aan: van aangepast kind (de zoete mango) naar iemand die zich laat zien als een volwassen man, die zich overal in een gelijkwaardige positie neer zet: ik ben een mens! Dat is iets wezenlijk anders dan een zuur geworden mango.

Net als ieder ander mens is Babah een mens van vlees en bloed, met zoveel talenten, kwetsbaarheden, wijsheden, eigenaardigheden, maar ook een mens met verdriet en heimwee. En dan nog veel meer, want het is niet alleen Babah’s verhaal, het is de pijn en de weg van zoveel gewortelde migranten in ons land. Mensen, zoals jij en ik, met een diepgeworteld existentieel verlangen naar bestaansrecht en een verlangen om van betekenis te zijn, om mee te weven aan het web. Existentieel verbonden, beschermend en beschermd.

Babah Tarawally. ‘Ik ben geen mango, ik ben een mens. De ziel van Ubuntu’. Paperback, 160 pagina’s. ISBN 9789025914851. Uitgeverij Ten Have, 2026.

Lees ook

Babah Tarawally © Noemi Pérez Espino – kopie

Babah Tarawally: “Hoe groter een ‘nieuw wij’ hoe kleiner de haat”

Boek ‘De getemde man’ confronteert denkwerelden met elkaar

Me portret la penseuse JR

Annette Nobuntu Mul

Auteur, spreker, opleider en supervisor

Annette Nobuntu Mul (1960) is auteur, spreker, opleider, supervisor. Zij is de founder van Ubuntu Society, voorzitter van Stichting Ubuntu …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.