Om uiteenlopende redenen was dat vertalen en publiceren meestal niet mogelijk, maar enkele keren kwam het er wel van: met Dicks boekje over Job, met zijn tekst over de geloofsbelijdenis, en met zijn recente boekje over het Onze Vader. Gelukkig was Dick ook enthousiast over het idee van een vertaling en was hij bereid mijn vertalingen te corrigeren. In een heel plezierige samenwerking hebben die drie projecten geresulteerd in drie publicaties: Het boekje Job redt de NAAM (2020), ‘Maar wie het gelooft… Bevrijdingstheologische overwegingen bij de geloofsbelijdenis’, en nu het door de Duitse uitgever van de Duitse versie fraai uitgegeven boekje Wanneer jullie bidden. Een bijbelse lezing van het Onze Vader. De laatste twee publicaties zijn bovendien voorzien van etsen van Harm Dane.

Zoals Wilken Veen al over het boekje over het credo schreef: een soort cadeauboekje. Dat was ook de associatie die ik had bij de teksten over de geloofsbelijdenis en het Onze Vader: het zijn eigenlijk belijdenisgeschenken. Maar tegelijk heel veel meer dan dat, want je zou ze juist ter lezing willen aanbieden aan mensen die niets weten van het christelijk geloof, en aan mensen die daar niets van moeten hebben omdat ze volledig zijn afgeknapt op wat ze daarvan meekregen of op de taal waarmee veel gelovigen woorden geven aan hun geloof.

Die groep afknappers die ik maar al te goed begrijp, is een belangrijke motivatie voor mij om eraan bij te willen dragen dat deze teksten in het Nederlands verschijnen. In de media zijn uitspraken over God en getuigenissen van christenen over het geloof vaak tenenkrommend. Dat geldt natuurlijk in de eerste plaats voor al die uitspraken die niet de God van de Bijbel ter sprake brengen, maar god als een exemplaar van een soort, die niet nader gespecificeerd hoeft te worden omdat iedereen wel schijnt te weten dat een god almachtig, een en al liefde, alomtegenwoordig, een anoniem opperwezen en de facto: volstrekt irrelevant is. De reactie: ‘Over welke god heeft u het: Mammon, Mars, of een van de vele andere goden?’ lijkt me hier op zijn plaats, maar zal louter bevreemding wekken.

Maar ook kerkmensen slaan de vreemdste taal uit als ze gevraagd worden naar hun geloof, terwijl velen van hen uitstekend in staat zijn te verwoorden waarom ze bijvoorbeeld betrokken zijn bij de opvang van vluchtelingen. En dat is toch vreemd: vluchtelingen bijstaan en het spreken over God zijn toch een en hetzelfde? Hoe komt het toch dat gelovigen als ze een vraag over hun geloof krijgen, beginnen te stotteren of erger: hun toevlucht nemen tot woorden die in niets lijken op waar ze bij die vluchtelingenopvang mee bezig zijn. Omdat ‘echt’ geloof gezien wordt als iets ongrijpbaars, gericht op het hogere, ontstijgend aan triviale zaken als politiek en economie. Dat moet iets te maken hebben met de inhoud en taal van catechese en preken. Preken is wat dominee Gremdaat doet. Iedereen herkent het, AI levert je in een handomdraai een hele reeks preken van dat soort. En tallozen knappen erop af.

En van dat alles heb je dus bij de theologie van Dick Boer geen last. Het gaat ‘gewoon’ over slaven, over bevrijding, over het strijden om een betere wereld. Geen opperwezen zonder gezicht, geen god die zich ‘hult in een onbenaderbare onuitsprekelijkheid, een transcendentie die mensen tevergeefs proberen te vatten’ (p.34) maar een Bevrijder-God die het in die hem toegedichte verhevenheid niet volhield en afdaalde om zich te mengen in aardse zaken, om zich te bekommeren om geknechte mensen. De NAAM van deze god is een strijdkreet: ‘De uitdrukking “Ik zal er zijn zoals Ik er zal zijn”, namelijk als de bevrijder van de tot slaaf gemaakten, is onverenigbaar met een orde die mensen tot slaaf maakt, hoe democratisch en pluralistisch die zich verder ook mag opstellen.’ (p.34) En dus is de bede ‘Uw naam worde geheiligd, Uw rijk kome, Uw wil geschiede’ een oorlogsverklaring aan de wereld zoals die is.

In het voorwoord en de drie hoofdstukken die volgen laat Dick Boer zien waar het Onze Vader vandaan komt, hoe we het dus wel en niet mogen bidden en wat bidden is. Vandaar dat bij de tekst van het Onze Vader ook de voorafgaande woorden ‘Maar wanneer jullie bidden, moeten jullie niet zinneloos kletsen zoals de volkeren’ uitvoerig behandeld worden. Mensen die bidden, zijn niet passief, bidden is in actie komen. ‘Ze zijn immers Gods bondgenoten. Hun gebed is een daad van verbondenheid. Het laat zien: wij doen mee’ (p.14).

71y8B46h11L._SL1500_

In de volgende hoofdstukken wordt de tekst van het gebed zelf besproken en wordt bijvoorbeeld uitgelegd waar woorden als ‘Vader’ en ‘hemel’ voor staan, wat het sabbatsgebod inhoudt en veel meer.

Dick Boer legt het Onze Vader uit aan de hand van de Hebreeuwse Bijbel. Niet wij (christenen) waren de oorspronkelijke lezers en bidders. De oorsprong van het gebed is een schreeuw. De schreeuw van een onderdrukt volk tot een God die, anders dan de goden, luisterde! De joden hebben, ingrijpender dan de christenen, ervaren dat God zich zo radicaal verbergt, dat ze gingen betwijfelen of hij inderdaad wel ‘God-met-ons’ wilde zijn. ‘Voor ons, die ook hebben gehoopt dat een andere wereld dan de huidige mogelijk zou zijn, zou deze ervaring inmiddels niet meer vreemd hoeven zijn. Dan is het gebed veeleer een poging om de bevrijdende God op te roepen – in de wetenschap dat hij, als hij niet meer wordt aangeroepen, als er dus niet meer wordt gebeden, er niet meer is zoals hij beloofd heeft er te zijn.’ (p.15)

Dit gegeven loopt door het hele boekje heen. Het slothoofdstuk haalt dan de gelijkenis aan van de onrechtvaardige rechter (Lucas 18)  die de weduwe recht verschaft wanneer die daar onophoudelijk op aandringt. De gelijkenis doet de oproep het bidden niet moe te worden.

Immers: ‘Voor altijd (in eeuwigheid) behoren het rijk, de kracht en de heerlijkheid aan hem toe. Zolang dit gebed wordt gebeden, is de wereld nog niet verloren’ (p.68).

Dick Boer. Wanneer jullie bidden. Een bijbelse lezing van het Onze Vader. Münster, ITK-Kompass, 2026, 72 pag. € 22,00. ISBN: 978-3-910882-04-1. Te bestellen via: [email protected] (dezelfde prijs als de Duitse uitgave – er worden geen verzendkosten berekend).

Dit artikel verscheen eerder in Ophef, het ’tijdschrift voor hartstochtelijke theologie’ van de Vereniging voor Theologie en Maatschappij (VTM).

Lees ook

Tep Ro -Pixabay woman-6004655_1280

Zingeving is geen rustige haven, maar een morele koers

De lessen van Helmut Gollwitzer

Webformat-9080

Greetje Witte-Rang

Greetje Witte-Rang (Amsterdam, 1954) is theoloog en was voor kerken en kerkelijke organisaties werkzaam als studiesecretaris en …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.