Ik ben een Joods tweede- en derde generatiekind, met een vader uit 1936 en een moeder uit 1946. Twee minuten zijn niet genoeg om al die doden en dat grote verdriet van mijn familie recht te doen, laat staan dat van het gehele land.

Het is overigens niet zo dat ik er alleen maar op 4 mei aan denk. Mijn man merkte ooit op dat er zelden een dag voorbij gaat dat ik niet op een of andere wijze aan de Tweede Wereldoorlog refereer. Of het nu gaat om onrecht, discriminatie en uitsluiting waartegen ik me wil verzetten of omdat ik een hard en buiten Joodse kringen waarschijnlijk ongepast grapje maak. Om maar aan mijn mesjogge trekje tegemoet te komen roept hij dan ook niet zelden gekscherend: “Chantal hij is nog niet gevallen!” Daarmee wordt dus zo’n bewuste opmerking of verwijzing bedoeld.

Is het erg dat de oorlog zo’n blijvende impact heeft? In mijn geval denk ik van niet. Voor mij vormt het verzet van mijn beide opa’s en de lijdensweg van mijn oma en hoe ze daar bovenuit steeg een moreel en ethisch kompas. Het houdt me scherp. Doe ik genoeg voor anderen? Heb ik scherp wanneer wij, maar ook andere bevolkingsgroepen worden uitgesloten of gediscrimineerd? Het maakt me strijdbaar in de strijd tegen moslimdiscriminatie, LHBTIQ+ haat, racisme, seksisme en natuurlijk antisemitisme.

Ik ken mijn geschiedenis. Ik weet op wiens schouders ik sta en ik weet ook dat bij vrijheid verantwoordelijkheid komt kijken en dat het geen vanzelfsprekendheid is. Dat zou voor eenieder, die niet onder een steen leeft, volstrekt helder moeten zijn. Kijk maar naar het lot van de Oekraïners, de Oeigoeren, de vluchtelingen uit Syrië, wat langer terug Rwanda en de Balkanoorlogen en zo kan ik wel even doorgaan. Maar uitsluiting begint in de zandbak, op het schoolplein, op het sportveld, in de buurt en op sociale media en dat is ook precies waar onze eerste, maar zeker niet enige verantwoordelijkheid ligt.

Mensen voelen zich snel overweldigd door onrecht en vragen zich dan af wat ze kunnen doen. Natuurlijk is het belangrijk dat er genoeg mensen zijn, die zich met vluchtelingen bezighouden, hen opvangen en steunen. Maar het is niet dat of niets. Je kunt je kinderen tot de orde roepen als ze pesten, zelf het goede voorbeeld voorleven, de voedselbank steunen, er zijn voor je buren en je kinderen thuis de rijkdom van diversiteit laten ervaren. Allemaal kleine, maar zeker niet onbelangrijke daden. En als je onrecht en discriminatie ziet, spreek je je dan uit, spreek je de dader aan of haal je dan hulp?

Er is geen land dat verhoudingsgewijs zoveel “Rechtvaardigen onder de Volkeren” onderscheidingen kent voor moedige verzetslieden die Joden en andere onderdrukten het leven redden. Tegelijkertijd is er in West-Europa ook geen land, waar zo’n groot percentage van de Joodse gemeenschap op zo’n geoliede en strak georganiseerde wijze met behulp van Nederlandse ambtenarij en politie is afgevoerd als Nederland. Namelijk 75 procent, in Amsterdam 80 procent. Volgens het NIOD werden van de 140.000 Joden er 107.000 weggevoerd. Daarvan overleefden er slechts tussen de 5000 à 5500 de concentratiekampen, waaronder mijn oma.

Een aantal dagen geleden keek ik op tv naar de voorstelling “Hier Ben Ik” van Claudia de Breij over het leven van Heintje Davids. Een autobiografisch verhaal over deze Joodse artieste, die ondanks alle uitsluiting, pesterijen (te lelijk, te dik) en antisemitisme (te Joods) bleef strijden voor haar droom en idealen, net zo lang tot ze de top bereikte. Al jaren pleit ik voor het stoppen met het gebruiken van de term tolerantie in positieve zin. Nederland is zo tolerant. Oh oh wat zijn we toch goed voor minderheden. Vraag maar aan Fatima van het MBO niveau 4 of zij zich na de zoveelste afwijzing voor een stageplek ook zo “getolereerd” voelt. Of aan kleine Jayden die in de Albert Heijn wegens zijn huidskleur steeds voor Zwarte Piet wordt uitgemaakt. Of aan David die in de speeltuin voor “Palestijnenmoordenaar” wordt uitgescholden… Kortom we zijn er nog niet.

Tolerantie gaat historisch uit van een ongelijke machtsverhouding. Ik tolereer jou, wanneer jij je maar een beetje gedraagt en mij niet tot last bent. In het beste geval lever je me financieel gezien zelfs wat op, maar je mag me absoluut niets kosten! Tolerantie is niet iets om te ambiëren. Acceptatie is het absolute minimum. Daar spreekt echter nog geen warmte uit. Uiteindelijk wil ieder mens gezien, gehoord en gewaardeerd worden. En datgene waar we allemaal het meest naar snakken is uiteindelijk liefde. Claudia de Breij verwoordt dit prachtig in haar voorstelling met de volgende zin uit het liedje “Mag je van me houden”. Ik had het zelf niet beter kunnen bedenken:

Je acceptatie mag je van me houden. Je tolerantie mag je van me houden. Bewaar je acceptatie maar voor ziekte en voor dood. Bewaar je tolerantie voor de gluten in je brood.

En verderop in de tekst:

Maar als je kan, als je wil, als je durft mag je van me houden.

Dit is een prachtig liedje over onvoorwaardelijke liefde, iets waar we maar zelden toe in staat zijn, maar waar we ons hele leven naar zouden moeten streven. In ieder geval voor diegenen die ons het meest nabij staan. Voor alle anderen is acceptatie het minimum en waardering en compassie de weg naar een betere toekomst. En tolerantie? Bewaar die maar voor de gluten in je brood!

Bron: youtu.be
Chantal Suissa-Runne2

Chantal Suissa-Runne

Senior Adviseur

Chantal Suissa-Runne heeft diverse succesvolle programma’s opgezet omtrent het verbinden van verschillende groepen in de samenleving …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.