Kinderen hebben de minste controle over de toekomst van de planeet, maar zullen wel het meest worden getroffen door de veranderingen die ze doormaakt. En ze kunnen al verdraaid goed de mentale impact van de ‘nutteloosheidskloof’ ervaren: het gevoel van zinloosheid van je individuele acties in het licht van de maatschappelijke passiviteit wat betreft de klimaatcrisis.
Het bevorderen van een gezonde psychologische autonomie – het geloof dat we controle hebben over ons eigen leven – is essentieel. Er zijn dingen die we kunnen doen om de klimaatcrisis te bestrijden. Kinderen moeten daarbij worden ondersteund zodat ze vooral de hoop niet verliezen.
Samen met onze collega Kariũki Werũ hebben we een handleiding ontwikkeld over hoe volwassenen kinderen kunnen helpen bij een gezonde psychologische ontwikkeling.
Onze aanpak erkent de ernst van de klimaatverandering, maar biedt onze jongsten tegelijk ook hoop. We streven ernaar om gevoelens van hulpeloosheid om te zetten in zelfvertrouwen – het geloof dat ze zelf in actie kunnen komen om een verschil te maken.
Thuis
Om het emotionele welzijn van een kind te beschermen en over klimaatverandering te praten, moeten volwassenen begrijpen hoe ze dat juist aanpakken. Het houdt in dat je als oudere luistert, samen leert en taal gebruikt om over het klimaat te praten, geschikt voor de leeftijd en het begripsvermogen van het kind. Ook scholen en gemeenschappen kunnen ouders hierbij helpen door tips te geven voor deze gesprekken.
Het monitoren van de online activiteiten van een kind kan hen beschermen tegen traumatiserend nieuws. Ouders kunnen de nadruk leggen op vooruitgang en oplossingen, en hun kinderen helpen tijd te maken voor het ervaren – en ook genieten – van veranderend weer en milieu.
Op school en online
Scholen, onderwijsprogramma’s, leerkrachten en klasgenoten zijn belangrijke factoren in de ontwikkeling van het psychologisch vermogen van kinderen. Om klimaatbestendigheid te bevorderen kan dit betekenen dat we verder gaan dan traditioneel onderwijs en overstappen op leeftijds-aangepaste ‘kritische klimaateducatie’. Dat houdt in dat leerlingen worden gestimuleerd om bestaande systemen te bevragen en mee fundamentele veranderingen te bedenken, in plaats van zich verslagen te voelen door het status quo.
Buitenonderwijs in de natuur kan deze ontwikkeling verder versterken. Het kan zowel de mentale gezondheid bevorderen als abstracte klimaatconcepten omzetten in concrete ervaringen. Buiten leren kan constructieve gesprekken over het klimaat stimuleren en menselijk handelen direct koppelen aan milieu- en duurzame oplossingen. Observaties in de buitenlucht en onderzoeksprojecten overbruggen de kloof tussen leren en handelen.
Digitaal klimaatonderwijs is een krachtige katalysator voor modern onderwijs. Het biedt interactieve en mondiale perspectieven op de klimaatcrisis. Maar het moet wel beheerd worden, zodat online ‘filterbubbels’ kunnen worden aangepakt – als algoritmes de gebruikers enkel informatie tonen die aansluit bij hun eerdere interesses. Dit kan immers het risico met zich meebrengen dat kinderen geïsoleerd geraken en overweldigd worden door repetitieve inhoud die hun welzijn beïnvloedt.
Bij correct gebruik kunnen digitale tools het perspectief van een kind op klimaatoplossingen juist verbreden, voorbij hun eigen omgeving.
Van idee tot tastbaar project
Effectief klimaatonderwijs kan digitaal leren combineren met hands-on, realistische ervaringen. Als dit wordt ondersteund door leerkrachten en zorgenden die als ‘gids’ optreden – en tegelijkertijd voldoende ruimte bieden voor kinderen om zelfstandig te ontdekken en te creëren – kunnen kinderen profiteren van een realistische én evenwichtige opvoeding. Pionierende programma’s combineren wetenschap in de klas met digitale tools en experimenten in de buitenlucht om ideeën van leerlingen om te zetten in tastbare gemeenschapsprojecten.
Op grotere schaal moet klimaatonderwijs de kloof overbruggen tussen persoonlijke verantwoordelijkheid en collectieve kracht. Het klimaatdebat moet verschuiven van de vraag “wat is er mis?” naar “wat kunnen we doen?”. Dat geeft kinderen een gevoel van eigenwaarde in plaats van klimaatangst. Sociale media zijn een belangrijke plek waar deze verandering kan plaatsvinden.
In combinatie met begeleiding van volwassenen en digitale geletterdheid kan het leiden tot constructieve dialoog en actie. Een gematigd en positief gebruik van digitale tools kan kinderen helpen hun eigen bewustzijn te verbinden met de wereld en het milieu, en actie op grotere schaal te stimuleren om de klimaatcrisis daadwerkelijk aan te pakken.
Dit kan kinderen uiteindelijk in staat stellen hun kennis over klimaatverandering te delen en opnieuw actie te inspireren bij familie en vrienden. Ze kunnen vervolgens invloedrijk worden op school en in hun bredere omgeving.
Om de klimaatcrisis aan te pakken en het welzijn te bevorderen, moeten we kinderen helpen hun eigen invloed te erkennen. Kinderen kunnen een belangrijke motor worden om misinformatie tegen te gaan en psychologische veerkracht op lange termijn te bevorderen.
Scholen kunnen samenwerken met gezinnen, gemeenschappen en leiders om een ondersteunende omgeving te creëren voor het leren over het klimaat. Een dergelijke aanpak kan de kloof overbruggen tussen wetenschappelijke klimaatfeiten en ervaringen uit het dagelijks leven door de emotionele zorg en praktische vaardigheden te bieden die nodig zijn om de klimaatgeneraties in staat te stellen samen een duurzame toekomst op te bouwen.
Sanae Okamoto is onderzoeker Gedragswetenschappen, Nidhi Nagabhatla is onderzoeker Vergelijkende Regionale Integratiestudies, Robert Oakes is onderzoeker aan het Institute for Environment and Human Security (UNU-EHS). Allen zijn verbonden aan de United Nations University.
