Toch vindt Marnel Breure in Feest in Freetown dat de grote havenstad — ondanks een falende overheid en een schrijnend gebrek aan vrijwel alles wat je je kunt voorstellen — een fantastische plek is. De stad, majestueus gelegen in de heuvels van een schiereiland aan de Atlantische Oceaan, bruist volgens haar van een onuitputtelijke levenskracht. Een kracht waarvan het boek overtuigend verslag doet.
Meer dan dertig jaar reist Breure regelmatig naar West-Afrika, waar ze in 2006 Het land van Legba schrijft over de voodoo-cultuur. Aan het begin van dit decennium krijgt ze de opdracht van een publieke omroep — ze werkte ooit voor IKON-radio — om een reportage te maken over de slachtoffers van een burgeroorlog die in de jaren negentig woedde. Nu ligt daar dus Feest in Freetown, waarin ze in de stijl van literaire non-fictie beschrijft wat haar overkomt in de periode van november 2023 tot april dit jaar. Marnel Breure schrijft in alle openheid over haar persoonlijke ervaringen met de inwoners, die ze “meesters in de kunst van het overleven” noemt. Freetown, ooit een toevluchtsoord voor vrijgelaten slaven uit Amerika, is verworden tot een plek van getraumatiseerde mensen die zich staande moeten houden in een omgeving waar schrille contrasten en grote onvoorspelbaarheid de toon zetten.
Overleven
Breure weet de lezer mee te nemen in de cultuur van het land en de overlevingsdrift van zijn inwoners. Typerend is het hoofdstuk “Stelen is delen”, waarin haar generositeit, bedoeld om anderen te laten overleven, steeds op een teleurstelling uitloopt. De leugen regeert en vreet aan alles wat van waarde is, zo vat ze haar ervaringen samen.
Dat ze verliefd wordt op een middelbare reggae-muzikant is iets dat haar, naar eigen zeggen, overkomt. Ze maakt het hem mogelijk een taxibedrijfje te beginnen. Schrijnend maar soms ronduit vermakelijk is het om te zien hoe de tweedehands uit Frankrijk geïmporteerde Renault allerlei mankementen gaat vertonen en er bij reparaties onderdelen verdwijnen.
Breure gaat ook op stap met de burgemeester van Freetown, Yvonne Aki-Sawyerr. Deze heeft de ambitie om van haar geboorteplaats de mooiste stad van Afrika te maken. Haar motto: weg met het almaar groter wordende afvalprobleem en vooral een einde aan rioleringen die open en bloot in de straten uitkomen. “Freetowns hoop in bange dagen”, noemt Breure haar. Maar de ambitieuze plannen worden steeds gedwarsboomd door de regeringsleiders van Sierra Leone, die haar de successen niet gunnen uit angst dat een vrouw wel eens de volgende landelijke verkiezingen zou kunnen winnen.
Bijzonder is de zoektocht die Breure onderneemt om in contact te komen met de meest gezochte crimineel van Nederland, Jos Leijdekkers, beter bekend als Bolle Jos, in Sierra Leone als Omar Sheriff. In januari 2025 duiken beelden op waarop Bolle Jos te zien is in het gezelschap van president Julius Maada Bio en diens dochter Agnes Bio in een katholieke kerk in het geboortedorp van de president.
Breure komt echter niet verder dan de sterk beveiligde woning direct aan het strand, waar kleine bootjes af- en aanvaren met dubieuze ladingen. Religie blijkt trouwens alomtegenwoordig in het land, waarbij stromingen door elkaar lopen en je, afhankelijk van de context, moslim, katholiek of pinkstergelovige kunt zijn.
Na de boekpresentatie half mei in Amsterdam, waarbij haar grote liefde de doop van het boek opluistert met zelfgecomponeerde reggae- en rapmuziek en daarmee het publiek aan het dansen krijgt, weet Marnel Breure het zeker: “Ik blijf in Freetown en zal er net zo lang blijven dansen tot ik een antwoord heb op de vraag waar de Freetonians hun kracht en levenslust vandaan halen.”
Dit zeer lezenswaardige boek, met een bijzondere invalshoek, nodigt de lezer uit om samen met haar aan die zoektocht te beginnen.
Eerder verschenen op Boekenkrant.com.
