Ja, want die zijn er, het alom in Nederland ingeburgerde cliché van katholieke bad guys en protestantse good guys ten spijt. Ik geef drie voorbeelden:

  1. Precies tijdens dit jaar herdacht de rooms-katholieke kerk de martelaren van Gorcum, de 19 priesters en monniken die in 1572 door protestanten vanwege hun katholieke geloof op gruwelijke wijze werden vermoord en die precies 100 jaar geleden door paus Pius IX werden heiligverklaard.
  2. Ook in dit jaar, op 1 oktober a.s., zullen twee Braziliaanse priesters en 28 katholieke gelovigen worden heilig verklaard. Zij werden in 1645 in het Noord-Oosten van het huidige Brazilië door Nederlandse calvinisten vermoord omdat zij weigerden het protestantisme van de kolonialiserende Hollanders over te nemen.
  3. En ondanks alle vreugdevolle oecumenische toenadering zijn Nederlandse katholieken ook nog niet (helemaal) vergeten hoe zij twee eeuwen lang maatschappelijk werden achtergesteld en niet zelden als tweederangsburgers behandeld.

Zijn protestantse excuses dan misschien toch op hun plaats? Een paar bescheiden overwegingen van een oecumenisch gezinde rooms-katholiek.

De heiligheidsvraag van excuses

Sinds paus Johannes Paulus II meermaals en uitgebreid spijt betuigde over alle leed dat zijn en mijn kerk in het verleden heeft berokkend (o.a. aan protestanten, joden, vrouwen, inheemse volkeren) heeft de rooms-katholieke kerk van excuses maken welhaast een sport gemaakt. Zozeer zelfs dat een aantal van mijn mede-katholieken zich er ongemakkelijk bij voelen en er misplaatste en haast masochistische zelfkastijding in zien. Dat ongemak was in 2000 ook al voelbaar. In het Vaticaan en elders waren velen ontdaan: werd zo geen smet geworpen op de heiligheid van de kerk zoals die in de geloofsbelijdenis uitgesproken wordt?

De toenmalige woordvoerder van het Vaticaan, de Spanjaard Joaquin Navarro-Valls zei toen over het pauselijke berouw: ‘Dit is volstrekt nieuw: het zal jaren duren voordat de kerk het zal kunnen absorberen’.

De rooms-katholieke theologie maakt graag gebruik van het onderscheid tussen de kerk an sich en haar leden. Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) stelde weliswaar dat ‘de Kerk zondaars in haar eigen schoot’ telde, maar dat die zondige kinderen niet zelden ook op bisschoppelijke en pauselijke tronen zaten en zich sierden zich met de aanspreektitel ‘vader’, bleef helaas slechts tussen de regels leesbaar.

Maar omdat hetzelfde concilie de kerk juist niet allereerst als instituut, maar vooral als ‘Volk Gods’ omschreef moest het wel ook ‘met twee woorden spreken’: de kerk is ‘tegelijkertijd heilig en constant tot uitzuivering geroepen’.

Paus Franciscus gaat vlijtig door met het maken van excuses, trouw aan de door Johannes Paulus II ingeslagen weg. Het pontificaat van paus Benedictus XVI bleek zo achteraf op dit pijnlijke punt slechts een adempauze (Benedictus XVI kreeg bijvoorbeeld tijdens zijn bezoek aan Praag geen excuses over zijn lippen ten aanzien van de moord op de Tsjechische hervormer Jan Hus die in 1415 door het concilie van Konstanz op de brandstapel werd gegooid, ondanks de vooraf aan hem beloofde vrijgeleide). De Beierse paus bood slechts excuses aan voor de pedofilieschandalen die nota bene in het door hem afgekondigde ‘Jaar van de Priester’ ontploften. Maar dit was volgens hem uiteindelijk vooral ‘werk van de duivel’.

De angst om aan de heiligheid van de kerk te knagen, aan de smetteloosheid van het instituut dat bovendien door het 19e-eeuwse idee van de onfeilbaarheid van de paus als deze een dogma afkondigt in haar geheel een bijna onfeilbaar karakter over zich af had geroepen, zit er bij sommige katholieken dus diep in.

Maar dezelfde paus Benedictus XVI gaf in één van zijn prachtige catechese-series juist een mooie beschrijving van wat heiligheid inhoudt. Heiligheid gaat volgens hem niet over ‘zich niet vergissen of nooit te hebben gezondigd’, maar veeleer over ‘de bekwaamheid tot bekering, tot berouw, tot de beschikbaarheid om opnieuw te beginnen en vooral in de bereidheid tot verzoening en vergeving’.

Waarom is dat dan zo moeilijk om dat ook van de kerk te zeggen? Als mijn rooms-katholieke kerk, in de persoon van de bisschop van Rome excuses aanbiedt, voldoet zij juist des te meer aan haar opdracht tot heiligheid.

Paus-Benedictus
Paus Benedictus XVI Beeld door: Wikimedia

De identiteitsvraag van excuses

Maar er is meer. Excuses maken maakt het niet alleen aan de zich excuserende partij ongemakkelijk. Ook de (nazaten van) hen aan wie de excuses worden aangeboden krijgen het er existentieel soms zwaar mee te verduren. Ik denk aan de excuses die paus Franciscus in 2015 maakte aan de Italiaanse Waldenzen die vanaf de 15e eeuw in het katholieke Italië werden vervolgd en systematisch achtergesteld. Franciscus vroeg ‘uit naam van de katholieke kerk’ vergeving ‘voor de onchristelijke en zelfs onmenselijke daden die wij jegens jullie hebben gepleegd’.

Maar de Italiaanse protestanten wilden de excuses niet accepteren en de synode stuurde een briefje terug met weliswaar dank voor de pauselijke geste, maar ook de mededeling dat de kerk ‘niet in staat is om te vergeven uit naam van hen die door hun bloed of middels andere folteringen voor het evangelische geloof hebben geleden’.

Is dit voer voor psychologen of theologen? Waarschijnlijk beiden. Er zit bij Italiaanse protestanten – een moedige minderheid in een land met een erg dominante en niet zelden arrogante katholieke kerk – nog veel begrijpelijk oud zeer. Verder is er ook hier waarschijnlijk sprake van het grote identiteitsprobleem waar meerdere protestantse kerken mee worstelen: hoe kan een positieve protestantse identiteit gewonnen worden als de grote boze rooms-katholieke kerk niet meer als vijand kan gelden?

Maar volgens de Nederlandse Greetje van der Veer, die lid is van het moderamen van de Italiaanse Waldenzen en Methodisten, is er vooral ook een ecclesiologisch motief: ‘Vanuit de katholieke kerkopvatting kan de paus excuses aanbieden voor wat er gebeurd is, maar vanuit onze kerkopvatting kan dat niet’, zei ze in een interview met me in het Nederlands Dagblad.

De verantwoordelijkheidsvraag van excuses

Zou dat ook de één van de redenen zijn waarom bijvoorbeeld Nederlandse protestantse kerken nauwelijks of geen excuses tegenover katholieken over hun lippen krijgen? Het probleem ligt waarschijnlijk niet – zoals aan rooms-katholieke zijde – in het denken over de heiligheid van de kerk: Luther sprak immers over elke gelovige als zijnde simul iustus et peccator (zowel gerechtvaardigd als nog steeds zondaar), en het protestantisme heeft daarom “heiligheid” veel minder geassocieerd met “uitmuntendheid”.

Stelt het katholieke gemeenschapsdenken de rooms-katholieke kerk misschien gemakkelijker in staat tot collectieve excuses dan het protestantse denken waar het individu alleen voor God staat? Of ligt er misschien een ander theologisch denken aan ten grondslag? In de katholieke traditie geldt het sacrament van de verzoening (vaak ‘de biecht’ genoemd) als een mogelijkheid tot update van de vergeving die in de doop eens en voor altijd geschonken is, of – anders gezegd – als de reset-knop van het persoonlijk geschonken maar ondertussen onder het stof van de zonde belande maar nog steeds effectieve heil. Daarvoor is schuldbesef en verzoek om vergeving echter wel een vereiste.

Binnen de protestantse traditie hoeft niet om vergeving gevraagd te worden: de doop en het geschonken heil hebben geen sacramentele updates nodig, want de machine loopt gewoon nooit vast. Maakt het misschien ook daarom moeilijk om collectief, als geloofsgemeenschap, excuses aan te bieden vanwege de geloofsvervolging die uit naam van het protestantisme heeft plaatsgevonden?

Of ligt het probleem in de vraag wie nu eigenlijk de erfgenamen zijn van de protestanten die dat allemaal op hun geweten hebben? In de giga-wirwar van protestantse kerkgenootschappen is het immers voor elke kerk gemakkelijk zich niet aangesproken en verantwoordelijk te voelen.

Toch geloof ik dat deze zwarte vlekken in de geschiedenis ook onder ogen mogen komen. Daar wordt het protestantisme mooier van. En heiliger. En katholieker – in de meest nobele betekenis van het woord. En het Reformatiejaar was een uitgelezen mogelijkheid geweest: simul iustus et peccator.

 

Hendro Munsterman

Hendro Munsterman

Theoloog

Als rooms-katholiek theoloog werkzaam in Frankrijk en Vaticaanwatcher voor het Nederlands Dagblad.
Profiel-pagina
Al 10 reacties — praat mee.