Voor elkaar, met elkaar van Chris Beuker is een bevlogen boek waarin belangrijke lijnen samenkomen. Juist het autobiografische aspect geeft het boek charme en blijft tegelijk dienstbaar aan de inhoud. Hoe en vanuit welke inspiratiebronnen kunnen we ons vandaag inzetten voor een wereld zonder uitbuiting en racisme, waar ieder mens recht wordt gedaan?

Als 16-jarige ligt Chris Beuker rond het Sinterklaasfeest in het ziekenhuis voor een behandeling van jeugdreuma. Hij voelt zich verdrietig en opstandig. Waarom juist nu? En zouden zijn familie en vrienden wel aan hem denken? En dan gebeurt er iets moois. Hij krijgt bezoek van zijn oudere neef. Die weet van de kloosterroeping van zijn jongere neef en geeft hem daarom het boek Louteringsberg cadeau, het beroemde werk van de Amerikaanse trappist en monnik Thomas Merton.

“Ik herinner me als de dag vandaag wat toen de meeste indruk op me maakte. Dat waren twee passages uit Mertons beschrijving van het zwarte getto van New York, Harlem,” schrijft hij. De passsages gaan over de mensonterende situatie van de bewoners en tegelijk de eigenwaarde die ze behouden of terugvinden, onder meer doordat kinderen een rol krijgen in een toneelvoorstelling. Het inspireert Beuker later als docent drama in het hoger onderwijs om jongeren en anderen de liefde voor drama en toneel, ook op (zelf)kritische wijze, te laten voelen en ervaren.

Na het lezen van deze passages uit Mertons boek, kan de jonge Chris in het ziekenhuis moeilijk in slaap komen. “Er drongen zich allemaal vragen op. Was ik opnieuw geboren? Was het een bevrijdende gedachte dat het mijn inzicht verdiepte van mijn levens- en wereldbeschouwing en kloosterroeping?” En iets verderop schrijft Beuker: “Was de activist, de partijganger voor sociale rechtvaardigheid en gelijkheid, tegen uitbuiting en racisme, nu echt helemaal losgewoeld?”

Beuker blijft een geëngageerde spirituele zoeker die als student politiek onderdak vindt bij de CPN en later bij GroenLinks, de partij waarvoor hij ook jarenlang raadslid is in de Friese gemeente Ooststellingwerf. “De schok, de verontwaardiging en het protest wereldwijd, ook hier dichtbij huis, over de politiemoord op George Floyd 25 mei 2020 in de Verenigde Staten brachten me opnieuw naar de jaren zeventig toen de Amerikaanse activiste en communiste Angela Davis in de gevangenis zat en streed voor de vrijlating van zwarte politieke gevangenen.”

Inclusief en progressief

Voor Beuker aanleiding om zich te verdiepen in de levensbeschouwelijke wortels van de Black Lives Matter-beweging in de Verenigde Staten. “Door wie, wanneer, waarom en hoe zijn de zaden van deze beweging geplant?” Hij begint in de jaren dertig van de twintigste eeuw en komt uit in de jaren zestig. Boeiend zijn ook de lijnen die Beuker boven water haalt tussen de antiracismebeweging in de VS en de communistische beweging, ook in Nederland. Die blijken evident en bevestigen het inclusieve en progressieve karakter van de communisten in die tijd.

Het hoofdstuk over de witte Amerikaanse vrouw en leidende communiste Mary Licht brengt de lezers bij de racistische Jim Crow-wetten en de schandalige Scottsboro-zaak. In deze zaak worden acht zwarte jongens van 13 tot 20 jaar ter dood veroordeeld, en nog eentje tot levenslang, omdat zij worden beschuldigd van een verkrachting van twee witte vrouwen van wie één later de onschuld van de jongens bevestigt (uiteindelijk worden de jongens na een lange gevangenisstraf vrijgesproken). Het is ook de tijd van lynchpartijen van zwarte mensen door witte mensen vanuit de Ku Klux Klan. Racisme tiert welig. Dat roept angst en haat op onder de zwarte bevolking, maar communisten als Mary Licht bouwen juist bruggen en pleiten voor gerechtigheid én verzoening. Zij komt daardoor in lastige situaties en voor hete vuren te staan.

Met Ada Wright, een gelovige vrouw en moeder van twee van de Scottsboro-jongens, maken we in een volgend hoofdstuk kennis. Alweer een dappere vrouw in die roerige jaren dertig die strijdt voor gerechtigheid. Ze reist als zwarte moeder de wereld rond om aandacht te vragen voor het lot van alle jongens en doet op uitnodiging van de communisten ook Nederland aan. Naast onder meer Amsterdam, waar duizenden mensen – vooral Indonesische en Surinaamse kameraden – samenkomen voor solidariteit en protest, komt ze ook in Delft en diverse plaatsen in Friesland. Zo wordt Wright uitbundig begroet door arbeiders, hun vrouwen en kinderen in Appelscha, zo weet Beuker na te trekken uit de archieven. Buiten de rode milieus maken weinigen in Nederland zich druk om het racistische schandaal.

Poëzie

Anton de Kom, de uit Suriname verbannen communist die naar Nederland uitwijkt, maakt zich ook sterk voor de Scottsboro Boys. Beuker wijdt er een hoofdstuk aan. Ook de geschiedenis van minder bekende Surinamer Otto Huiswoud en zijn partner Hermina Huiswoud-Dumont wordt door de auteur belicht. De Huiswouds zouden naar Nederland gaan, maar komen door een samenloop van omstandigheden in New York, Verenigde Staten, terecht. Daar spelen ze een prominente rol in de communistische en antiracistische beweging. Ze steken hun nek uit, stuiten op weerstanden en worden door de FBI in de gaten gehouden.

Beuker_BlackLivesMatter_CV_HR

In een wat slordig geredigeerd maar boeiend hoofdstuk staat vervolgens de Amerikaanse performer, zanger dichter, kunstenaar, sterrenatleet én communist Paul Robeson (1898-1976) centraal. Robeson – een zwarte man, een multi-talent en wereldberoemde Amerikaan – wordt pas later summier geïntroduceerd, zodat lezers die hem niet kennen, in dit hoofdstuk de weg kunnen kwijtraken. Maar de boodschap is duidelijk. Beuker is onder de indruk van Robeson en heeft hem ontdekt door verzetspoëzie. Daarbij komen de Chileense dichter Pablo Neruda, de Turkse dichter Nazim Hikmet én de Nederlandse kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman voorbij.

Tenslotte komen we uit bij dr. Martin Luther King jr. en de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Hoe verhoudt de bekende zwarte baptistenpredikant zich tot het communisme en communisten? Beuker vindt op internet een preek van King over het communisme die hij als eerste in het Nederlands vertaalt. Alleen al om die reden is Beukers boek van belang. King maakt in zijn preek een scherp en principieel onderscheid tussen het christendom en communisme. Tegelijk analyseert King dat het communisme, met zijn oog voor geweldloosheid, raciale gelijkheid en gelijke economische kansen, is ontstaan omdat het christendom en gelovigen tekort schieten in hun geloof en levenshouding. En Beuker maakt inzichtelijk dat King intensief samenwerkt met prominente communisten en met hen bevriend is.

Stevige wortels

Persoonlijk en doordacht is het nawoord door Amma Asante, onder meer bekend als voormalig Tweede Kamerlid voor de PvdA, voormalig voorzitter van de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en sinds kort voorzitter van het Commissariaat voor de Media. Asante, die geboren is in Ghana en als zesjarig meisje naar Nederland kwam, schrijft waarom ze onder de indruk is van Beukers geëngageerde en spirituele zoektocht en waarom christelijke inspiratie, radicaal progressieve politiek en antiracisme juist in elkaars verlengde liggen. De wortels van de Black Lives Matter-beweging gaan diep. En wie vandaag scherp om zich heen kijkt, mag concluderen dat die stevige wortels beslist van pas komen.

Chris Beuker. Voor elkaar, met elkaar. Black Lives Matter. Paperback, 166 pagina’s. ISBN 9789464628494. Uitgeverij Aspekt, 2022.

Theo Brand-2

Theo Brand

Eindredacteur

Theo Brand is journalist en politicoloog en werkt bij Nieuw Wij als eindredacteur. Religie, levensbeschouwing en politiek zijn …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.