Als ik niet meer weet hoe mijn hoofd staat, of ik iets nu wel of niet moet geloven, of waar ik inspiratie kan vinden, grijp ik zelden naar een Bijbel. Ook andere levensboeken en sociale media bieden mij dan geen uitkomst. Uiteindelijk blijven mij dan, gek genoeg, uitingen van kunst en literatuur als inspiratiebron over. En dan vind je al snel een tegendraadse uitspraak van Multatuli waarmee hij zijn Ideeën begint: ‘Misschien is niets geheel waar, en zelfs dát niet.’ Of ik bekijk het schilderij van René Margritte, waarin hij een pijp afbeeldt met de tekst: ‘Ceci n’est pas une pipe’. En bij Nijhoff in zijn bijzondere gedicht Awater vind ik: ‘Lees maar, er staat niet wat er staat’.

Al die aan- of ontmoedigingen van schrijvers en kunstenaars zijn geen direct antwoord maar een uitnodiging om verder te kijken, voorbij de snelle eerste blik. Ze zijn een rem, een waterkering tegen het onrijpe oordeel, tegen het automatische vooroordeel, tegen de vooringenomenheid van de volwassene. Wat is de tegenpool hiervan? Misschien wel de verwondering. Dan lees ik in Peter Handkes prachtige Lied vom Kindsein het volgende:

Toen het kind kind was,
wist het niet dat het kind was.
Alles leefde,
alle zielen waren één.

Verwondering begint niet bij kennis of ervaring, daarom zijn jonge kinderen er zo goed in. Op een wandeling bukken ze zich naar een minuscuul beestje, waarvan niemand de naam weet. Bij een holle boom wordt uitgebreid de kabouterfamilie begroet die daar woont. In de schemering zien ze ineens een fee of zelfs Sinterklaas in de nevel verschijnen. We kijken mee, maar met die volwassen blik van ‘wat schattig dat ze daarin nog gelooft…’ We hebben echter niet in de gaten dat we zelf misschien iets verloren zijn: het geloof in verhalen, het geloof in het wonder.

Er zijn tijden waar we ineens wel gaan hopen op een onverwacht antwoord ergens vandaan of zelfs op een wonder: wanneer het zakelijk slecht gaat of iemand ziek wordt. ‘Gebeurde er maar een wonder’, zeggen we dan. En als er dan iets verandert, zeggen we: ‘De wonderen zijn de wereld niet uit’, om daar direct ferm aan toe te voegen: ‘Maar dat is toeval.’
Misschien kunnen we dat weer leren, onszelf elke dag een moment van verwondering gunnen. Daarvoor moeten we ons openstellen naar iets búiten ons normale bevattingsvermogen of naar de hemel, niet letterlijk misschien maar wel in die richting. Zonder de feiten te willen controleren, zonder ons te schamen over ons ‘kinderlijke’ gedrag, maar juist door te genieten van iets dat ons overkomt of zomaar gebeurt: een wonder. En dan aan een ander vertellen: ‘Vandaag is een wonder gebeurd! Geloof het of niet.’

U kunt gratis verder lezen

Klik deze melding weg via het kruisje. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze schrijvers en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
Felicia Dekkers

Felicia Dekkers

Felicia Dekkers is Neerlandica en studeerde later theologie. Zij werkte in het onderwijs (MO en HBO) en daarna als (beeld)redacteur bij …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.