De positie van de kerk in Västerås wordt onderbouwd met de de gedachte dat Jezus God is, dat God man en vrouw zijn overstijgt en dat Jezus daarom goed met het genderneutrale “hen” aangeduid kan worden. Dat is zinnig. Kritiek erop heeft vaak de vorm van “wat een gedoe: de historische Jezus was gewoon een man”. Bedoeld wordt: hij had een piemel, dus was hij een man en daarmee is de kous af (zo heel wat redeneringen in de twittersphere). Dat is net zo anachronistisch als dat het slecht is voor serieuze reflectie op spreken over geslacht en sekse in het Nederlands. Jezus gold in zijn tijd zeker niet “zomaar” als man en in het Nederlandse het woord “man” gebruiken betekent veel meer dan een schijnbaar neutrale, objectieve opmerking over iemands lichaam.

Was de historische Jezus een man? Dat is maar de vraag. Om die te kunnen beantwoorden is kennis nodig over de visie op geslacht en sekse in de antieke wereld. In het kort: die ging uit van één geslacht dat een meer of minder mannelijke vorm kon hebben. Biologische kenmerken waren daarbij ondergeschikt aan iemands gedrag, karakter en optreden. Kenmerk van mannelijkheid bij uitstek was zelfbeheersing en het uitoefenen van macht over anderen. Beeldend gesproken: er was sprake van een “hierarchy of penetration” – wie anderen beheerste, gold als mannelijk, wie daarbij zichzelf nog beheerste ook, als nog mannelijker. En vice versa.

In het geval van Jezus ligt dat lastig: hij lijkt helemaal niet altijd zo sterk over zichzelf te beschikken als zou moeten en heeft ook anderen zeker niet altijd onder de duim. Denk aan zijn woede-uitbarsting over de handel in de Tempel, zijn verzoek aan God om de beker van het martelaarschap aan hem voorbij te laten gaan, zijn onderwerping aan God überhaupt, het verraad door zijn leerlingen die hem allemaal in de steek laten, en natuurlijk zijn vernederende dood aan het kruis. Daar is weinig mannelijks aan. Nee, in een antieke context redeneren “er zat een piemel aan en dus was het gewoon een man”, leidt nergens toe. Jezus was zeker niet “gewoon een man”, maar zat complexer in elkaar. Eerlijk gezegd zou ik hem eerder als een queer persoon neerzetten, tussen de vaste categorieën in, dan als “gewoon” man (of vrouw, wat ook niet werkt). De Zweedse oplossing is daarom historisch ook zo gek nog niet.

Wat de Nederlandse taal, geslacht en sekse betreft: de Zweden leggen hier een echte uitdaging neer. Dat die uitdaging een echte is, blijkt uit vrijwel alle commentaar. Het Zweedse “hen” wordt vaak verward met een onzijdig persoonlijk voornaamwoord, bijvoorbeeld. Dus, bijvoorbeeld in de weergave van de Volkskrant (1/1/2018): Jezus is geen “hij” meer, maar een “het”. Nu heeft het Zweeds zeker zo’n persoonlijk voornaamwoord, alleen het is een ander (te weten “det”, primair in uitdrukkingen als “het waait een beetje vandaag”). De grap van het “hen” is nu net dat het de categorieën “hij, zij, het” doorbreekt. Dat is goed, voor God en voor transgenders, bijvoorbeeld die zich ook niet als één van die drie zien.

Het Nederlandse onbegrip laat ook zien hoe sterk taal bepaalt wat we wel of niet kunnen denken of ons voorstellen. De argumentatie: niet zeuren, het is “gewoon een man” illustreert dit ook. Blijkbaar komen we woorden tekort voor sommige realiteiten, of het nu God of transgenderisme is, die boven bestaande categorieën uitstijgen dan wel doorbreken. Natuurlijk kun je dat niet doen, maar dan dwing je de realiteit in de taal die je hebt in plaats van taal te zoeken voor de werkelijkheid die zich aandient. Een categorie is altijd ook een “hokje” en zodra je daar in zit of erin geplaatst wordt, wordt je er ook door bepaald. Dat kan behoorlijk hard zijn. Iets als “gewoon een man” komt altijd ook met verwachtingen en gedachten over gedragspatronen, karaktereigenschappen, en ga zo maar door. Lang niet altijd terecht. Dat doet mensen tekort, transgenders en anderen, die misschien niet zo “typisch” zijn of zich in een mal willen laten persen. Het doet ook God tekort. Want deze gedachten zijn (christelijk) theologisch ook prima te onderbouwen: als God zo is dat God categorieën van hij, zij en het overstijgt en de mens is naar Gods beeld en gelijkenis geschapen, waarom zou je de mens dan wel willen opsluiten in die begrippen? Hebben theologie en taal ook in Nederland niet eigenlijk behoefte aan een rijker palet aan begrippen en woorden?

Zweedse kerkelijke experimenten, theologie en geschiedenis breken zo Nederlands denken over gender open en wijzen op de beperkingen van de Nederlandse taal. Dit is serieuzer te nemen dan dat nu vaak gebeurt. Het daagt uit om dieper na te denken over wat taal met ons verstaan van mensen (en God) doet. Het daagt bovendien uit tot hernieuwde reflectie op wie Jezus was, die zich in geen enkel hokje liet stoppen en dus ook niet in dat van “gewoon een man.” Houd eens op met díe malligheid!

Pieter-Ben Smit

Peter-Ben Smit

Hoogleraar

Peter-Ben Smit is hoogleraar contextuele bijbelinterpretatie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, bijzonder hoogleraar vanwege het …
Profiel-pagina
Al 32 reacties — praat mee.