Tussen maart en mei 2026 toert het theaterstuk ‘De Wereld van Ali en Nino’ door Nederland. Het stuk is een muzikale bewerking van bestsellerauteur Abdelkader Benali en pianiste Daria van den Bercken [1]. Het brengt de internationaal beroemde roman van Kurban Said uit 1937 op het toneel – een liefdesverhaal over Ali, een moslim, en Nino, een christen, die verliefd worden in de multiculturele stad Bakoe, de hoofdstad van het huidige Azerbeidzjan [2]. De laatste voorstelling van 8 mei in Utrecht was al snel uitverkocht. De populariteit van de roman en het toneelstuk illustreert een brede belangstelling voor liefdesverhalen over religieuze en etnische grenzen heen. Het verwijst allicht ook naar een specifieke fascinatie voor christelijk-islamitische romantiek, die verband houdt met oudere vertogen over het oosten/de Oriënt versus het westen/Europa, en (deels) nieuwere vertogen over beschavingen, migratie en verschil.

Dit roept natuurlijk vragen op over de hedendaagse en alledaagse ervaringen van echte christelijk-islamitische koppels. Er is recent empirisch onderzoek gedaan naar deze koppels in landen zoals Spanje, Italië, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk [3]. Vanaf mei 2024 verricht ik kwalitatief onderzoek naar interreligieuze koppels in België, met name Vlaanderen. Een aantal van de onderzoekdeelnemers, namelijk een vijftiental, zijn deel van christelijk-islamitische relaties en families. Hierbij reken ik ook twee koppels die lastig te categoriseren zijn, omdat twee van de drie deelnemers niet weten hoe zichzelf te definiëren gezien hun dagelijks leven tussen het christelijke en het islamitische in.

Het onderzoek startte vanuit de aanname dat religiositeit en religieus verschil vaak niet losstaan van dynamieken van gender en racialisering. De verzamelde verhalen in dit lopende onderzoek bevestigen dat [4]. De manieren waarop mensen spreken over religieus verschil is inderdaad vaak vervlochten met ideeën over diversiteit, de realiteit van racisme, de verhouding tussen meerderheid en minderheidsgroepen, en opvattingen over vrouwelijkheid en mannelijkheid.

Mijn onderzoekdeelnemers in de subgroep van christelijk-islamitische koppels zijn vaker vrouwen (12 deelnemers, waarvan 5 christelijk, 5 moslim, en 2 niet-gedefinieerd) dan mannen (3 deelnemers, waarvan één katholiek, en twee moslim). Dit kan te maken hebben met het feit dat het domein van romantiek, huwelijk en opvoeding, en relationele en emotionele arbeid, vaker wordt geassocieerd met de interesses, vaardigheden en verantwoordelijkheden van vrouwen, dan van mannen [5]. Ook in religieuze tradities bestaat regelmatig een speciale rol voor vrouwen op het vlak van zorg, relaties, het huiselijke, familie, en de reproductie van de gemeenschap [6]. Vanuit dit gegeven kan het zijn dat vrouwen vaker een woordenschat en reflectievermogen hebben ontwikkeld over (interreligieuze) romantische relaties. Het kan ook zo zijn dat vrouwen zich meer comfortabel voelen in een gesprek met een vrouwelijke onderzoeker, en dat mannen meer zouden hebben gereageerd op een onderzoeksoproep van een mannelijke onderzoeker.

In dit essay zal ik de stemmen van enkele vrouwen belichten [7]. Daarbij toon ik dat religieus verschil in de koppelrelatie op uiteenlopende manieren worden gewaardeerd, variërend van positief tot negatief. Ik zal nagaan hoe religieus verschil samenhangt met gender en racialisering.

Florien

Ik ontmoette Florien, een 36-jarige witte Belgische vrouw met een katholieke opvoeding, die getrouwd is met Asim, een Soedanees-Belgische moslim, voor een interview in een café in Brussel [8]. Ze sprak heel nuchter over hun onderlinge religieuze verschillen. Florien omschrijft zichzelf als een niet-praktiserende christen. Asim is moslim en vast tijdens de ramadan, maar bidt niet regelmatig. Voor Florien is religieus verschil simpelweg een gegeven. Ze gelooft dat het feit dat zij een christen is door Asim positief wordt gewaardeerd:

Een moslim kan trouwen met een jood, een moslim of een christen. Het was dus heel belangrijk voor hem om te weten dat [ik christen ben]. […] Dus ik denk dat hij in het begin een beetje bang was, omdat hij weet dat ik niet helemaal overtuigd [christen] ben. Uiteindelijk heeft hij ervoor gezorgd dat het werkt, omdat hij zich goed voelt en wilde trouwen. […] En ik herinner me dat hij zijn familie vertelde dat hij met iemand trouwt die niet nergens in gelooft. Het feit [is] dat mijn vader naar de kerk gaat en ik denk dat [dit] de bruiloft mogelijk heeft gemaakt (vertaald vanuit het Engels).

Floriens eigen neutrale kijk op de diverse verschillen aanwezig in hun koppelrelatie veranderde toen ze sprak over de integratie van Asim in haar eigen familie. Ze vindt het positief dat haar witte, katholieke Belgische familie nauw in contact is met een zwarte, Arabisch sprekende moslimman. Ze vertelde ontroerd te zijn wanneer de kinderen in haar familie door Asim leren over taalkundige en culturele diversiteit. Bovendien voelt ze zich veilig en op haar gemak met Asim aan haar zijde ’s avonds in de straten van Brussel, juist omdat hij een zwarte moslimman is. Ze legde uit dat:

Ik denk dat het iets goeds is om Asim in mijn familie en vriendengroep op te nemen. […] Ik denk niet dat hij zich realiseert dat hij mensen verandert. Vooral de kinderen. Als ze lachen [en zeggen:] “dus dat mag je niet eten omdat het varkensvlees is” of gewoon andere dingen. Zo weten ze bijvoorbeeld hoe ze hun naam in het Arabisch moeten schrijven. Toen Asims vader ziek was, maakte mijn neefje van 14 jaar oud een filmpje voor hem in het Arabisch. En hij herinnert zich dat nu nog, het is alweer twee jaar geleden, maar hij herinnert zich de woorden in het Arabisch nog steeds. En ik vind dat lief. Maar het is sterker dan dat, het raakt me emotioneel als ik besef dat die dingen met Asim erbij gebeuren (vertaald vanuit het Engels).

Hier wordt religio-raciaal verschil dus positief ervaren als iets dat de diversiteit binnen de familie bevordert en kinderen helpt om multiculturaliteit te omarmen. Religio-raciaal verschil, belichaamd door taal, kleur, religie en mannelijkheid, wordt ook gezien als een positieve factor voor Florien’s persoonlijke gevoel van veiligheid in stedelijke omgevingen.

Safiye

Safiye, een 54-jarige Turks-Belgische moslimvrouw, benadrukte de gelijkaardige spirituele visie die zij deelt met Daan, een witte Belgische man met een katholieke achtergrond. Safiye vertelde tijdens het interview in een café vlakbij het Centraal Station van Antwerpen dat ze haar eerste echtgenoot had gevraagd zich tot de islam te bekeren. Ze dacht indertijd dat het ‘ont-doen’ van religieus verschil belangrijk was voor haar ouders. Maar bij Daan stelden haar ouders geen vragen over zijn geloof, en Safiye heeft hem ook nooit gevraagd zich te bekeren. Wat religie betreft benadrukt ze nu: “dat is mijn privéleven”. Net doordat religie een persoonlijke kwestie is geworden, maakt het niet uit dat er religieus verschil bestaat. Tegelijkertijd benadrukte Safiye overeenkomstigheid: ze voelt een band met haar partner door spiritualiteit en de traditie van Mevlana Rumi, die ook een belangrijke rol speelde in haar opvoeding, met name van de kant van haar grootmoeder. Al tijdens één van hun eerste momenten samen ontstond er een spirituele connectie:

We babbelen. Wij zijn over islam bezig. En hij begint over Rumi. En dan denk ik van ha, hij had ook boeken over Rumi gelezen en vond dat… Ja, voor hem… En ik voelde daar een bepaalde connectie. […] Dus ja, Daan begon erover en ik was al zo aangenaam verrast. Ik [dacht] ‘allee, maar die weet er wel veel over, hij had ook al zoveel boeken gelezen’. […] Allee, wij hebben nooit onze religieuze achtergronden of voorgronden of middengronden, hoe je dat moet noemen… Dat is nooit een belemmering voor ons geweest. Hij, vanuit zijn spiritualiteit, ik vanuit het mijne. En wij vonden dat dat hetzelfde was.

Safiye en Daan zijn door de jaren heen samen over Rumi blijven praten. Ze lezen teksten en mediteren soms samen. Het feit dat ze verschillende religieuze en etnische achtergrond hebben, lijkt simpelweg geen rol te spelen.

Yasmine

Terwijl het verhaal van Florien een voorbeeld is van ruimte maken voor religieuze en culturele verschillen, erkent Safiye in haar verhaal weliswaar verschillende religieuze familieachtergronden, maar creëert ze een gevoel van eenheid door te spreken over een gedeelde spiritualiteit. Niet alle onderzoekdeelnemers zijn eenduidig positief: sommigen uiten gemengde gevoelens over religieus verschil binnen de koppelrelatie. Een voorbeeld hiervan is Yasmine, een 24-jarige Tunesisch-Jordaanse Belgische moslimvrouw. Ze was het met me eens toen ik het gezin waarin ze opgroeide, omschreef als interreligieus: haar Tunesisch-Belgische biologische vader, zijn vrouw en haar halfbroers en -zussen zijn praktiserende moslims, maar haar Jordaanse-Belgische biologische moeder en haar Salvadoraans-Belgische stiefvader “geloven in God” maar zijn niet praktiserend, en ze beschrijft haar halfzus als agnostisch. Yasmine waardeert deze levensbeschouwelijke verschillen in haar ouderlijk huis. Uit deze verschillen komen net interessante en leerzame gespreksonderwerpen voort. Ze vertelde:

Ja, want thuis zelf, bij ons, als we bijvoorbeeld aan tafel zitten met de familie, komt altijd het onderwerp weer naar boven over, ja, de islam en andere religies. We spreken altijd wel over verschillende standpunten. Ik heb mijn kleine [half]zusje, die zich bijvoorbeeld heel hard heeft geïnteresseerd in sterrenkunde, astrologie. Omdat zij is ook half Jordaans, half Salvadoraans. En aan de Salvadoraans kant heeft ze een oma die ook heel veel bezig is met astrologie. Dus we spreken over verschillende dingen, over de wereld, het universum, hoe wij geloven. Soms discuteren we over bijvoorbeeld: Wat gebeurt er als dan iemand van ons doodgaat gaan? Gaan we die begraven? Wil iemand gecremeerd worden? Het zijn heel serieuze onderwerpen, maar bij ons in de familie spreken we er wel vaker over.

silhouette-1825507_1920
Beeld door: Pixabay

Yasmine vindt dat deze gesprekken haar een open blik hebben gegeven. Tegelijkertijd voelt ze zich geaccepteerd door haar familieleden nu ze inmiddels zelf de islam heeft omarmd. Yasmine’s eigen partner is Paul, een Congolees-Belgische protestant. Hoewel Yasmine positief spreekt over de accommodatie van religieuze en culturele diversiteit in haar eigen familie, verandert dit wanneer ze het over haar relatie met Paul heeft. Vanwege haar overtuiging dat ze als moslimvrouw niet met een niet-moslimman zou moeten trouwen, heeft ze moeite om zich een toekomst met Paul voor te stellen:   

Toen we elkaar hebben leren kennen was ik niet echt zo praktiserend. Maar door deze relatie heen, in het laatste jaar ben ik wel meer en meer beginnen praktiseren. Dus is de vraag ook gekomen van “oké, hoe gaan we nu verder?” Want hij is wel zeker van plan om te trouwen, maar in de islam zelf mag je als moslimvrouw eigenlijk niet trouwen met een niet-moslim. Dus als man zijnde, als je een moslim man bent, mag je wel met een christelijke vrouw of joodse vrouw trouwen, maar omgekeerd niet. Ja, waar ik ook heel veel respect voor heb is, hij heeft me zeker al gezegd van “ik ga mij niet zomaar bekeren om te trouwen, want dan komt het niet oprecht uit mijn hart.” En ik heb daar wel respect voor, omdat het toont echt een oprechte karakter aan; iemand die zich zo maar gaat bekeren gewoon om te trouwen, dat toont ook al aan dat die niet zo sterk mentaal is. Maar hij zei wel van “als we ooit kinderen zouden krijgen, dan zou [ik] het geen probleem vinden om die kinderen moslim of islamitisch op te voeden”.

In Yasmine’s verhaal komen religieuze verschillen aan bod, maar de beoordeling ervan is dubbelzinnig. Terwijl ze dit in de context van haar eigen familie positief beoordeelt, verandert dit beeld wanneer ze nadenkt over haar toekomst met Paul. Voor het huwelijk vormen haar positie als vrouw en religieus verschil een obstakel. Yasmine benadrukte dat Paul zich als individu niet hoeft te bekeren. Maar in de relationele context van een gedeelde toekomst worstelt Yasmine met het vinden van een evenwicht tussen het individuele en het interpersoonlijke, en tussen haar overtuiging van een religieus verbod en de liefde. Op het moment van het interview was het koppel verwikkeld in gesprekken over hun al dan niet gezamenlijke toekomst, die het gevolg waren van veranderingen in Yasmine’s religieuze leven in de richting van een intensiever praktiseren van de islam.

Tot slot

Het samenbrengen van deze stemmen van vrouwen uit zowel christelijke als islamitische hoek toont iets van de hedendaagse diversiteit van christelijk-islamitische koppels. Waar vaak het beeld wordt opgeroepen van een witte vrouw met een christelijke/seculiere achtergrond in een relatie met een moslim man van Turkse of Marokkaanse origine, zien we met deze drie voorbeelden dat christelijk-islamitische koppels complexer zijn dan dat. Moslimvrouwen gaan net zo goed relaties en huwelijken aan met niet-moslimmannen, en etnische en culturele achtergronden zijn meer gelaagd en divers. De drie voorbeelden tonen ook dat religieus verschil op een spectrum van positief tot negatief gewaardeerd wordt, dat individuele perspectieven veranderlijk zijn, en dat ze mede worden gevormd door dynamieken van gender en racialisering. Vrouwen in gemengde koppels onderhandelen verschil en macht dan ook op velerlei manieren.

Referenties

[1] Etemad, M. (2026) ‘Via Berlin – de wereld van Ali en Nino: prangend verhaal van Ali en Nino overstijgt grenzen en de geschiedenis’, Theaterkrant, 10 maart, https://www.theaterkrant.nl/recensie/de-wereld-van-ali-en-nino/via-berlin/

[2] Said, Kurban (2009 [1937]) Ali en Nino. De Bezige Bij.

[3] Rodríguez-Reche, C., Solana-Solana, M. en Rodríguez-García, D. (2023) ‘‘I think I’m agnostic because I have a Muslim father and a Catholic mother’: religious transmission to children from interfaith unions in Barcelona’, Journal of Beliefs & Values, 44(1), pp. 123-134; Sadegh, I. (2022) ‘‘A top secret relationship’: Muslim–Christian courtships in Ceuta’s convivencia’, Social Compass, 69(3), pp. 295-311; Cerchiaro, F. (2022) ‘‘When I told my parents I was going to marry a Muslim…’: social perception and attitudes towards intermarriage in Italy, France and Belgium’, Social Compass, 69(3), pp. 329-346; Aktaş, D. (2026) ‘Religio-racial lines, intimate ties: Christian–Muslim couples, birth rituals, and the bounds of belonging’, Journal of the Scientific Study of Religion. https://doi.org/10.1111/jssr.70051; Arweck, E. (2022) ‘Social and religious dimensions of mixed-faith families: the case of a Muslim-Christian family’, Social Compass, 69(3), pp. 386-403; al-Yousef, H. (2006) ‘Negotiating faith and identity in Muslim–Christian marriages in Britain’, Islam and Christian-Muslim Relations, 17(3), pp. 317-329.

[4] van den Brandt, N. (2026) ‘Religie, ras, gender: gemengde moslim-niet-moslim-koppels in België’, Religie en Samenleving. https://doi.org/10.54195/RS.24439

[5] Roodsaz, R. en De Graeve, K. (red.) (2022) Intieme Revoluties: Tegendraads in Seks, Liefde en Zorg. Boom.

[6] Cheruvallil-Contractor, S. en Rye, G. (2016) ‘Introduction: motherhood, religions and spirituality’, Religion and Gender, 6(1), pp. 1-8; Courtney, A.I. (2014) ‘Moving beyond agency: a review of gender and intimate relationships in conservative religions’, Sociology Compass, 8/11, pp. 1269-1280; Heath, M. (2019) ‘Espousing patriarchy: conciliatory masculinity and homosocial femininity in religiously conservative families’, Gender & Society, 33(6), pp. 888-910.

[7] Ik ben de onderzoekdeelnemers dankbaar voor hun bijdragen, de tijd die ze vrijmaakten, en het vertrouwen dat ze mij schonken.

[8] Alle namen in dit essay zijn gefingeerd, en anonimiteit en privacy worden zorgvuldig beschermd.

Nella-van-den-Brandt

Nella van den Brandt

Religiewetenschapper

Nella van den Brandt is onderzoeker aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. Haar boek Religion, Gender and …
Profiel-pagina
Al één reactie — praat mee.