De organisatoren missen solidariteit. “Al meer dan twee jaar vragen we de PKN om een antwoord op de vraag van dominee Munther Isaac van december 2023: waar was jij toen Israël genocide pleegde? En al veel langer vragen we om heldere taal en daadwerkelijke solidariteit wat betreft de Israëlische bezetting en apartheidspolitiek,” zo laten ze weten.
De PKN spreekt volgens hen geen heldere taal en “daadwerkelijke solidariteit” blijft in hun ogen uit. “Daarom staan wij, gemeenteleden, predikanten, pastores en andere betrokkenen, op vrijdag 20 maart van 11.00 tot 12.30 uur opnieuw bij het hoofdkantoor van de PKN. Juist in de Veertigdagentijd, een tijd van bezinning, roepen we op tot solidariteit met Palestijnen.”
Munther Isaac, Luthers predikant in Ramallah, zegt naar aanleiding van zijn ontmoeting met de PKN-delegatie van afgelopen januari dat de PKN weigert de werkelijkheid te benoemen. Hij vraagt: “Heeft de PKN werkelijk geluisterd?” En ook: ‘’Heeft het nog wel zin om delegaties van de PKN te ontmoeten?’’
De organisatoren onderstrepen die vragen. Op 8 juli 2025 hielden zij een eerste Rode Lijn-demonstratie bij de PKN. En in oktober 2025 gingen zij in gesprek met PKN-scriba Kees van Ekris en medewerker Wilma Wolswinkel. “Tijdens dat gesprek viel ons de grote spanning op tussen de dingen waarvan ook Van Ekris en Wolswinkel zich realiseren dat ze gezegd moeten worden, en de wetenschap dat zulke heldere taal leidt tot grotere spanningen in de kerk. Wij benadrukten de urgentie: de genocide gaat door, de geloofwaardigheid van onze kerk staat op het spel.”
Heldere taal en solidariteit
In aanloop naar de reis van Van Ekris en Wolswinkel naar Palestina en Israël van afgelopen januari, en ook na afloop van die reis, lazen de kritische kerkleden “ontwijkende taal van ‘pijn aan beide kanten’ en misleidende taal over ‘conflict’ en ‘ingewikkeld’. Over de doorgaande genocide en over ongelijke machtsposities lazen we niets.”
Ze schreven opnieuw een brief waarin zij vroegen om heldere taal en solidariteit. “We riepen de kerk op haar medeplichtigheid aan het geweld van de staat Israël onder ogen te zien en christelijk zionisme in al haar gedaanten te verwerpen. Op 4 februari ontvingen we een antwoord van scriba Kees van Ekris, waarin hij schrijft: ‘Wij erkennen dat er in Israël en Palestina sprake is van een fundamenteel ongelijke machtspositie. Dit is een realiteit waar onze partners in het land dagelijks mee te maken hebben. In de synode notitie spreken wij ons uit over de bezetting en het existentieel bedreigd worden van het Palestijnse volk in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Ook in mijn brief aan lokale gemeenten van 2 oktober jl. sprak ik over de ‘asymmetrie van de macht’.”
Het bevreemdt de kritische kerkleden dat de scriba zich wel degelijk bewust is van die fundamentele asymmetrie, maar er in geen van de interviews over spreekt. “Daarentegen spreekt uit de interviews voorafgaand én na de reis opnieuw wat dominee Isaac aanduidt met de ‘valse symmetrie van het lijden aan beide kanten’. In deze interviews ontbreekt daarmee de analyse en duiding die nodig is om tot een eigen positie te komen. Op deze manier neemt de PKN opnieuw geen enkele verantwoordelijkheid voor de steun aan het geweld van Israël en doet zij geen aanzet tot daadwerkelijke solidariteit.”
“In dezelfde brief die Van Ekris ons schreef, staat ook: ’Partnership [betekent] niet automatisch dat we direct herhalen wat een partner zegt. Je kunt immers ook van mening verschillen met partners. Tegelijkertijd blijft het een belangrijk punt om ons publiek uit te spreken wanneer de menselijke waardigheid en rechten van mensen in gevaar zijn.’ [ einde citaat ]. De menselijke waardigheid en de rechten van Palestijnen in Gaza worden al meer dan twee jaar op iedere mogelijke wijze vertrapt. Maar de PKN zwijgt over de genocide. Is de reden hiervan dat ze ‘van mening verschillen’ – met partners en met een overweldigende meerderheid aan experts? Dominee Isaac wijst er terecht op dat dit zwijgen diepgeworteld is in de Europese theologie.”
‘Sta op, doe recht: luister echt!’
Met dominee Isaac roepen de organisatoren de kerk op “om profetisch te zijn, om te staan waar Christus staat: bij de gekruisigden.” Isaac wijst er volgens hen op dat Bijbels luisteren nooit passief is en “de bereidheid impliceert om consequenties te accepteren van wat je gehoord hebt. Luisteren dat leidt tot verandering, tot bekering, tot een afwending van leugen en medeplichtigheid.”
“In de brief van de scriba lezen we dat onze oproep om ons scherper en explicieter uit te spreken over onrecht serieus genomen wordt. Maar we onderstrepen: er is geen tijd om nog eens rustig te overleggen aan allerlei dialoogtafels. De feiten liggen op tafel. De tijd dringt. En voor heel veel mensen is het al te laat. De genocide is niet voorbij! Met dominee Isaac vragen we: PKN, luisteren jullie wel?”
Om die reden dringen de kritische kerkleden opnieuw aan: “Erken de ongelijke machtsposities, benoem bezetting en genocide; ga ook in Nederland met niet-zionistische Joodse groeperingen in gesprek en neem afstand van schadelijke en racistische theologie zoals christelijk zionisme die het onrecht direct of indirect in stand houdt.”
Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden bij de Signalgroep. Via de QR code kom je in de Signalgroep. Hier worden mensen op de hoogte gehouden van de verdere voorbereidingen en wordt extra informatie gedeeld. Meer informatie of vragen? Mail [email protected].
De Rode Lijn-actie wordt georganiseerd door een groep PKN-predikanten, gemeenteleden en theologen onder wie Riet Bons-Storm, Hannah Westerink, Sander Ris en Janneke Stegeman.

Op 20 maart willen predikanten binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) opnieuw een “rode lijn” trekken. Als rabbijn kijk ik met zorg naar deze ontwikkeling. Niet omdat grenzen per definitie verkeerd zijn, maar omdat rode lijnen in kerkelijk en maatschappelijk debat zelden het begin zijn van gesprek — ze zijn vaak het einde ervan.
In tijden van polarisatie is het begrijpelijk dat geloofsgemeenschappen zich willen uitspreken. Stilte kan voelen als medeplichtigheid. Maar wanneer predikanten rode lijnen trekken, verschuift de toon van pastoraal naar politiek, van ontmoeting naar markering. Wie de lijn niet onderschrijft, komt aan de verkeerde kant te staan.
Als rabbijn weet ik hoe kwetsbaar religieuze minderheden zijn wanneer morele taal wordt ingezet als grensbewaking. De Joodse traditie leert ons juist dat debat — machloket lesjem sjamajiem, een meningsverschil omwille van de hemel — heilig kan zijn.
In de Talmoed blijven zelfs minderheidsstemmen bewaard. Niet om die te veroordelen, maar om te erkennen dat waarheid vaak meervoudig is.
Binnen zowel de kerk als de synagoge kennen wij het gevaar van religieuze absolutie. Wanneer wij onze morele intuïties verheffen tot onwrikbare lijnen, lopen wij het risico God voor onze kar te spannen.
De Torah – Hebreeuwse Bijbel — die wij delen — laat zien dat zelfs profeten worstelen, twijfelen en soms teruggefloten worden.
Een rode lijn suggereert helderheid. Maar veel van de vraagstukken die vandaag spelen — oorlog en vrede, Israël en Palestina, recht en veiligheid, solidariteit en verantwoordelijkheid — zijn tragisch complex. Wie ze reduceert tot een simpele morele scheidslijn, doet de werkelijkheid tekort.
De PKN draagt een historische verantwoordelijkheid in de relatie tot het Joodse volk. Na de Sjoa heeft de kerk in Nederland — terecht — gezocht naar nieuwe theologische bescheidenheid en naar een houding van dialoog in plaats van vervanging. Die weg van ontmoeting is kostbaar.
Het trekken van rode lijnen in kwesties die het Joodse bestaan of de staat Israël raken, kan — ook al is het niet zo bedoeld — ervaren worden als eenzijdig of moraliserend. Dat versterkt wantrouwen en sluit harten. Als rabbijn vraag ik: is dat wat wij willen?
Van rode lijn naar ronde tafel. Wat zou er gebeuren als 20 maart geen dag van markering werd, maar van ontmoeting? Geen rode lijn op de vloer, maar een ronde tafel in het midden. Waar predikanten, rabbijnen, theologen en gemeenteleden samenkomen om te luisteren. Waar pijn wordt uitgesproken zonder onmiddellijk oordeel. Waar solidariteit niet exclusief is.
Religie hoort niet de taal van uitsluiting te spreken, maar van verantwoordelijkheid. Niet het gebaar van de grens, maar van de uitgestoken hand.
De wereld heeft al genoeg rode lijnen. Wat zij nodig heeft, zijn bruggenbouwers.
Als rabbijn bid ik dat de PKN op 20 maart 2026 niet kiest voor het trekken van lijnen, maar voor het openen van harten. Want wie een lijn trekt, bepaalt wie binnen en buiten staat. Maar wie een tafel dekt, nodigt uit. En misschien is dat wel de meest profetische daad van allemaal.
Waarom zou een rode lijn gericht zijn tegen het joodse volk? Waarom zou kritiek op Israël een aanval zijn op het joodse volk? Zit dáár niet de grote denkfout, rabbijn Bornstein?
Mark Rutte bedacht en gebruikte de term ‘rode lijn’ om aan te geven dat Israël moest stoppen met etnisch zuiveren bij Rafah. Uiteindelijk lieten hij en andere machthebbers dat tóch gebeuren. ‘Rode lijn’ staat voor het trekken van een lijn tegen geweld en onrecht, en vóór humaniteit.
U suggereert nu dat het trekken van een rode lijn iets heel anders is. Dat staat u vrij maar zo zaait u tweespalt en heilloze verwarring en bovendien onnodige angst onder Joden.
Dialoog is noodzakelijk, maar niet voldoende. Rode lijn-demonstranten staan voor universele waarden en de handhaving daarvan. Het is verdrietig dat mensen dat – al dan niet moedwillig – misinterpreteren.
Hoe kun je harten openen zonder te protesteren tegen doorgaand onrecht? Dat is niet in de geest van Jezus – en ook niet in de geest van de Tora. Het zou beter zijn als rabbijnen trouw zijn aan de Tora in plaats van mensen zand in de ogen te strooien. Goed dus dat ‘Rabbis for Human Rights’ er zijn. Zij trekken door hun acties, al dan niet letterlijk, dagelijks rode lijnen.
Geachte meneer Brand.
Op 17 juni 1936 begon in Spanje een burgeroorlog tegen het fascisme. 700 Nederlanders gingen toen naar Spanje om daar gewapend te strijden tegen dat fascisme. Meer dan driehonderd van hen hebben hun leven gegeven voor een vrij en democratisch Spanje. Maar wie die strijd overleefde, werd stateloos met alle ellende van dien. Maar ze hadden het ervoor over!
En nu is er de strijd voor een vrij Palestina. Hoeveel Nederlanders zijn er intussen naar Gaza gegaan om daar hun leven te geven voor een samenleving van vrede en veiligheid? Is het niet te gemakkelijk voor een christen om in een rood pakje op een plein te gaan staan en nee te roepen tegen een huizenhoog kwaad? En met daarna nog een gezellig samenzijn! Wat stelt dan een persoonlijke inzet voor, als je dat vergelijkt met die van de goddeloze socialisten in de jaren dertig tegen het fascisme?
Sorry, zomaar een gedachte. Ik bedoel er niks kwaads mee, maar denk er nog eens goed over na!
Geachte mevrouw Fennema, dat heb ik gedaan. U zegt: een christen in 2026 moet zijn mond houden over onrecht vanuit judofascisme, omdat uitsluitend communisten 90 jaar eerder het toenmalige fascisme in Spanje bestreden. U denkt in groepen en niet in personen. Ik moet boeten omdat mijn grootouders geen communisten waren. Wat ik weet: afgelopen september was ik voor 14 dagen ‘protective presence’ voor een Palestijnse familie op de Westbank. Meer christelijke ‘rode lijners’ hebben die verantwoordelijkheid genomen. Zie bijvoorbeeld https://www.nieuwwij.nl/opinie/het-is-pas-hopeloos-als-je-je-neerlegt-bij-het-onrecht-en-de-onverschilligheid/ Dat Israël-kritische christenen er alleen maar in een ‘rood pakje’ zouden staan, ervaar ik als aanmatigend en beledigend.
Beste allen: het komt bij MIJ weer over als ÉÉN grote eenzijdigheid! Er zijn veel meer ‘grote’ onrechtvaardigheden, waar deze PKN-ers zich NIET over uitlaten! Het gaat wéér over ISRAËL, alsof er geen andere onderwerpen zijn!
‘OH, maar dit is ISRAËL, de bijbel, daar gaan WIJ over!’
‘Maar: waar gaat de bijbel NIET over?!’ Als je NIET het grote plaatje ziet, rommel dan verder, maar niet zomaar over en met ‘ISRAËL’. Neem je eigen leven en gemeente en buurt en familie . . . Daar weet je méér van!