Eerder dit jaar werd je boek over spiritualiteit, dat vorig jaar verscheen, besproken in De Wereld Draait Door. En op Nieuwwij.nl was er ook veel belangstelling. Ben je tevreden met de reacties op en de aandacht voor het boek?

“Uiteraard ben je als schrijver blij als datgene wat je schrijft ook gelezen wordt, want daar doe je ’t voor. En welke auteur zou er bezwaar tegen hebben dat zijn boeken goed worden verkocht? Het helpt mij om ons bezinningscentrum La Cordelle, wat toch ook een zakelijk avontuur blijft, te laten functioneren en voortbestaan. Overigens is het feit dat vele duizenden mensen op Nieuwwij.nl het interview over dit boek lazen, hoe verheugend ook, helaas niet de weerspiegeling van het aantal mensen dat het boek ook kocht of las.

Maar de reacties die ik op mijn boek kreeg zijn hartverwarmend. Vooral het idee om spiritualiteit te zien als levenskunst spreekt veel mensen aan. Het haalt het woord uit de sfeer van afzien, urenlang mediteren, de wereld vaarwel zeggen of je best doen om door goede werken in de hemel te komen. Van deze levenskunst word je juist gelukkiger hier, in dit aardse bestaan.”

Nu dus een boek over geluk. Waarom dit boek? Nederland behoort tot de gelukkigste landen ter wereld…

“Dit boek is in zekere zin een logisch vervolg op het vorige. Want als je spiritualiteit omschrijft als levenskunst die omvormend werkt en je tot een gelukkiger mens maakt, dan is de volgende vraag: Wat behelst die omvorming dan? Waarin zit dat geluk? En dat is nu precies de vraag waar de Bergrede antwoorden op geeft, die na tweeduizend jaar nog net zo actueel zijn als toen. Kort samengevat gaat het erom dat je je ik-gerichtheid loslaat. In het Engels wordt dat zo uitgedrukt: dat het een beweging is van selfishness naar selflessness.

En als je zegt dat Nederland tot de gelukkigste landen behoort, dan is het maar de vraag wat voor criteria je daarvoor aanlegt. Want intussen hadden (volgens cijfers van het CBS) in Nederland in 2014 méér dan een miljoen mensen een depressie, en pleegden er dat jaar gemiddeld 5 mensen per dag suïcide. Los van het feit dat er ook in Nederland veel mensen zijn die moeite hebben om in hun basisbehoeften te voorzien, is vooral het gebrek aan zinvolle verbondenheid met anderen en aan een zinvolle invulling van je eigen bestaan daar een grote oorzaak van.”

In De grondwet voor geluk vele wijsheden van de verschillende religieuze tradities. Dan weer een citaat van Gandhi, dan weer een verhaal uit de boeddhistische traditie… Zijn al die tradities voor jou even waardevol?

“Ik ben opgegroeid met de christelijke traditie. Dat is dus de eerste bron waaruit ik spontaan drink. Maar dat maakt andere tradities niet minder waardevol. Integendeel, ik ervaar het als een groot geschenk dat tegenwoordig ook andere bronnen zo toegankelijk zijn. Ze vormen voor mij een aanvulling en verdieping op de traditie waar ik uit voortkom. Ze verlossen me ook van de idee dat één traditie de waarheid in pacht zou hebben.

Met name het boeddhisme heeft mij geholpen om het christelijke erfgoed op een nieuwe manier te verstaan en te beleven. Het reikt me ook bruikbare methodes aan, zoals de zen-meditatie, die voor mij een nieuwe vorm van bidden is geworden. Leeg worden voor God… dat is ook al een heel oud motto van christelijke monniken!

Maar zodra ik zeg: ‘ik ben een christen’ of  ‘ik ben een boeddhist’ heb ik mezelf al in een hokje gezet en scheiding aangebracht tussen mij en anderen. Ik heb ook geen behoefte om van welk geloof dan ook te ‘getuigen’. Maar de christelijke traditie zit al vanaf mijn geboorte in mijn bloed en daar ben ik blij mee. Raimon Panikkar, de grote theoloog van de interreligieuze dialoog, zei ooit in een interview tegen mij: ‘Natuurlijk mag ik mijn kind het mooiste en liefste kind van de hele wereld vinden. Maar ik moet natuurlijk niet tegen iemand anders zeggen dat zijn kind dat niet is. Want voor die ander is zijn kind nu juist zijn grote liefde.’ Dus laten we onze eigen traditie liefhebben, en dat niet doen in concurrentie met andere tradities, maar juist met begrip en respect voor de liefde die een ander voelt voor zijn of haar religie.

In dit nieuwe boek heb ik willen laten zien hoe universeel de basiswaarden uit de grote religies zijn, en dat ze allemaal een weg wijzen om het ego te overstijgen en een liefdevol, mild en meedogend mens te worden. Ik heb veel teksten gevonden en in dit boek opgenomen die parallel zijn aan teksten uit de Bergrede. Het boek heet De Grondwet voor Geluk, maar de ondertitel luidt dan ook: ‘over de universele betekenis van de Bergrede’.”

De Bergrede begint met de acht ‘zaligsprekingen’. Kun je aangeven waarom je deze ‘zaligsprekingen’ als basis voor je boek hebt gekozen?

“Ik heb, toen ik begon, overwogen om de verschillende passages uit die tekst te becommentariëren in de volgorde waarin de evangelist ze heeft opgeschreven. Maar dan zou dit boek een niet al te professionele en misschien ook wat saaie vorm van exegese orden. Ik vroeg me bovendien ook af of het zou lukken om bij al die passages toepasselijke parallelle teksten uit andere stromingen dan de joods-christelijke te vinden.

Mijn bedoeling was niet om een bijdrage te leveren aan de vergelijkende godsdienstwetenschap, al wil ik wel graag laten zien dat de Bergrede een wijsheid bevat die zo universeel is dat we die wereldwijd, vóór en na Jezus, ook in andere grote tradities aantreffen.

Mijn bedoeling met dit boek is dat de lezer zich aangesproken en geraakt weet door de boodschap van de Bergrede, en deze kan gaan zien als van belang voor het eigen levensgeluk én als een relevante bijdrage voor het overwinnen van de veelvoudige crisis waarmee de mensheid vandaag worstelt.

Uiteindelijk heb ik daarom gekozen voor een andere aanpak. De Bergrede begint denk ik niet voor niets met de bekende ‘zaligsprekingen’, die de Nieuwe Bijbelvertaling (waarin het Griekse makarios dat vroeger vertaald werd met ‘zalig’ of ‘gezegend’, is vervangen door ‘gelukkig’) als volgt weergeeft:

‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.
Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.’

Deze inleiding, met zijn stellige omkering van alles wat wij geneigd zijn te denken, met zijn lof voor alles wat in de ogen van de wereld juist niet wenselijk is, vormt de poort naar alles wat daarna volgt.

Daarom leek het mij de beste keuze om in de volgende hoofdstukken steeds één van deze ‘zaligsprekingen’ als invalshoek te nemen, en aan de hand daarvan relevante andere passages uit de Bergrede de revue te laten passeren.

Je bracht het al een paar keer ter sprake, en ook in je boek heb je het er vaak over: het ego. Wat bedoel je eigenlijk met dat ego? En: waarom is dat ego zo problematisch als het gaat om geluk?

“Het is in spirituele kringen een wijdverbreid misverstand dat het ego iets slechts is en dat je daar van af moet komen. Je hebt echt een ego nodig om in deze wereld te kunnen functioneren en om je talenten aan de wereld aan te bieden. Mensen die te weinig ego hebben ontwikkeld in hun leven raad ik niet aan om hun ego los te laten, maar om eindelijk eens een stevig ego op te bouwen.

Ik beschouw het ego als al datgene waar ik me mee heb geïdentificeerd in dit leven, waarmee ik mij onderscheid maar ook heb afgescheiden van al het andere, en waarvan ik zeg: dit ben ik. Natuurlijk allereerst mijn lijf. Maar ook mijn gevoelens, gedachten, overtuigingen en maatschappelijke rollen horen daarbij.

Het probleem is dat wij ons ego op de troon hebben gezet, en zelfs vaak het bewustzijn missen dat we méér zijn dan dat ego. Egoïsme is die levenshouding waarin alles ten dienste moet staan van mijn ego, of – als het over de samenleving gaat – van het collectieve ego van staten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en politieke partijen.

Op de spirituele weg wordt je geleerd om het ego te onttronen, en het tot dienaar te maken, tot instrument. Van wie of wat? Jung zou zeggen van het Zelf, dat hij beschouwde als het beeld Gods in de menselijke ziel. Ik kan me daar goed in vinden. In ieder van ons schuilt die grotere werkelijkheid: dat wat ik méér ben dan gericht op zelfbehoud, eigenbelang en eigen gelijk. Als ik die werkelijkheid ga gehoorzamen kan ik leren zeggen: niet mijn wil (de wil van mijn ego of kleine ik), maar Uw wil (de wil van dat oneindig grotere, dat van mij ook ‘God’ mag heten) geschiede. Dan houd ik ook op met me voortdurend klagend te verzetten tegen alles wat ik niet wil, maar wat ik wél op mijn bordje krijg in dit leven. Als ik die beweging kan maken word ik bevrijd van de ik-kramp en van de afgescheidenheid. Dan word ik een liefdevoller en gelukkiger mens.”

Huilen is een vitale noodzaak, schrijf je. Het is belangrijk om je pijn wél toe te laten. Waar ligt de grens tussen zelfmedelijden en zelfcompassie?

“Zelfmedelijden is gekoppeld aan het ego dat zichzelf zielig vindt. Het lijkt wel of we maar twee keuzes hebben: jezelf zielig vinden en klagen, ofwel jezelf flink houden en je pijn verbergen of verbijten. Zelfcompassie biedt een andere weg. Het heeft te maken met de moed om je eigen pijn en kwetsbaarheid of gekwetstheid onder ogen te zien en de aandacht te geven die nodig is. Dat is dapperder maar ook helender dan je pijn wegstoppen of jezelf beklagen. Het bevrijd je uit gevangenschap in slachtoffergedrag.

De Amerikaanse psychologe en boeddhiste Kristin Neff is één van degenen die helder verwoordt waar het bij zelf-compassie om gaat. Om te beginnen mag je, zo zegt ze, er begrip voor hebben als je ’t moeilijk hebt. Tegelijk mag je leren inzien dat moeilijkheden en allerlei soorten pijn onlosmakelijk bij het leven horen. Daarin sta je niet alleen. Maar het belangrijkste is dat je je eigen emoties zonder oordeel waarneemt en accepteert. Dan kan er een gezond soort treuren om je eigen pijn en verdriet ontstaan waarin je, alléén al door het toe te laten, troost ervaart en nieuwe wegen kan vinden in je leven.”

“Zonder lijden zouden mededogen, barmhartigheid, verdraagzaamheid en begrip niet in je opkomen” zei Thich Nhat Hanh ooit. Ben je het met hem eens?

“Één van mijn leraren, Maarten Houtman, heb ik ooit tegen iemand die zei dat hij in zijn leven het lijden niet kende horen zeggen: ‘Dan bent u een beklagenswaardig mens.’ Ik denk dat dat waar is. Dan heb je dus blijkbaar niet alleen je hart altijd gesloten voor je eigen pijn, angst, verdriet, maar ook je hart niet geopend voor het lijden van mensen in je omgeving en voor het permanente lijden van zoveel levende wezens in heel de schepping. Alleen als je dat wél doet kan je mededogen ontwikkelen, vanuit het diepe besef dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten van de kwetsbaarheid en de vergankelijkheid.”

Een van de hoofdstukken in je boek is getiteld: Geluk is liefdevolle vriendelijkheid tegenover alle schepselen. Geldt dit ook voor moordenaars en verkrachters? En hoe zit het met die vliegen die onze nachtrust verstoren?

“Ik ben niet als rechter over mijn medemensen aangesteld. En ik wil me sowieso van elk oordeel onthouden zolang ik niet in de schoenen heb gestaan van degene die zulke misdaden pleegt: niet zijn of haar verleden van binnenuit ken, niet kan navoelen hoe diep iemands wonden zijn, niet kan peilen hoe beperkt iemands bewustzijn is.

Natuurlijk vragen misdaden om een reactie vanuit de samenleving, en uiteraard mag de samenleving zich beschermen. Maar ik denk niet dat straffen iemand tot een beter mens maakt. Ons primitieve ego vraagt om straf en vergelding.

Mensen met een groter bewustzijn geven er blijk van dat andere, liefdevollere en constructievere, reacties mogelijk zijn, zoals blijkt uit tal van verhalen van slachtoffers die zich niet laten leiden door hun gekwetstheid en pijn. Het mooiste verslag dat ik daar de laatste tijd van las was het boek van Antoine Leiris, een jonge vader, die zijn vrouw (en moeder van zijn kind) verloor door de aanslag in de Bataclan in Parijs. De titel van dat boek zegt al genoeg: Mijn haat krijgen jullie niet. Het zou een zegen zijn als we ons ook als samenleving eens gingen toeleggen op creatievere antwoorden, die voortkomen uit ons wijzere Zelf.

En wat die vliegen betreft: ik zag laatst in een zwembad een vrouw bezig met alle verdrinkende insecten uit het water te redden en op de kant te zetten. Ja, ook wespen. Zodra ze het bad uit was, sprong er een woedende man in het water die dat had gezien en die vervolgens al die beestjes weer van de kant af het water in spoelde. Je kunt raden bij wie mijn spontane sympathie lag, al ben ik ook erg benieuwd naar de drijfveren van de woede van die man!”

Ik had na het lezen van je boek het gevoel dat alleen GroenLinks voldoet aan de politieke consequenties van je ideeën over geluk. Is dat een rare gedachte?

“Ja, natuurlijk heeft een tekst als de Bergrede consequenties voor je maatschappelijke en politieke keuzes. De grote historicus Huizinga heeft ooit gezegd dat de vraag hoe hoog een beschaving is ontwikkeld niet beantwoord kan worden door te kijken naar de welvaart, de bouwkunst of de wetenschap, maar dat het criterium voor beschaving is: hoe gaat een samenleving om met de zwakken, de meest kwetsbaren, de vreemdelingen, de ouderen? Dus mijn politieke keuzes worden daardoor bepaald.

Maar intussen ben ik er wel van overtuigd dat geen enkele structuur, zelfs niet de meest solidaire, mensen gelukkig kan maken. Het haakje zit aan de binnenkant…”

Geluk is voor de helft erfelijk bepaald, wordt wel gezegd. Mee eens?

“Tsja, dat is een oude discussie… cultuur of natuur. Worden we wie we zijn door erfelijkheid of door milieu en opvoeding? Ik ben niet geneigd de scheidslijn tussen die twee scherp te trekken. We krijgen een totaalpakket mee: genen, milieu, geografische, economische en politieke omstandigheden, de tijdgeest enzovoorts. De vraag is wat we met dat pakket doen.

Er zijn mensen die een diep geluk kunnen vinden onder de meest erbarmelijke omstandigheden, en nog veel meer mensen die diep ongelukkig zijn in objectief gezien de meest gunstige omstandigheden. De mate waarin we bewustzijn ontwikkelen is misschien het meest doorslaggevend. Houd je jezelf gevangen in je ego en alles wat je ego als geluk of ongeluk definieert, of kies je ervoor te gaan leven vanuit dat grotere bewustzijn, waarin je geluk niet louter afhankelijk is van de omstandigheden waarin je verkeert? Je kunt je niet een leven lang blijven beroepen op je moeilijke jeugd…”

Greco Idema

Greco Idema

Hoofdredacteur

Greco Idema is eigenaar van Bureau Intermonde, een interreligieus advies- en organisatiebureau. De afgelopen jaren ontwikkelde hij (soms …
Profiel-pagina
Al 8 reacties — praat mee.