Enkele maanden geleden schreef ik een bijdrage voor Nieuw Wij waarin ik mijn persoonlijke reflecties op de 75te editie van de Leergang Buitenlandse Betrekkingen (LBB) aan het Clingendael instituut deelde.

Naar aanleiding van dat artikel nam Simon Polinder contact met mij op. Simon is als associate lector Christelijke Professie parttime verbonden aan het Jan Luyken Instituut (centrum voor bezieling en professionaliteit) van de Christelijke Hogeschool Ede. Daarnaast verdedigde hij onlangs met succes zijn proefschrift aan de Vrije Universiteit van Amsterdam met als titel: ‘Towards a New Christian Realism? The Amsterdam School of Philosophy and the Role of Religion in International Relations.’ Naar aanleiding van zijn proefschrift verscheen een mooi interview in het Reformatorisch Dagblad en een opinieartikel in het Nederlands Dagblad.

De rol van religie in de internationale betrekkingen is een thema wat zowel Simon als mij erg bezighoudt. Het was voor mij dan ook een eer om een lang en openhartig gesprek met hem aan te gaan over dit onderwerp. Daar vloeide dit interview uit voort.

Internationale betrekkingen en religie, ik weet uit ervaring dat dit een ‘combi’ is die niet voor iedereen vanzelfsprekend lijkt. Wat maakt dat jij wel de meerwaarde ziet van dit thema?

“Omdat de lacune nu te groot is. Studenten die internationale betrekkingen studeren worden opgeleid met het idee dat macht, economie, cultuur, gender en etniciteit een rol spelen. Religie komt nauwelijks aan bod. Dat staat in geen verhouding tot de rol die religie daadwerkelijk in de wereld en in de politieke verhoudingen speelt.

Zelfs als je verder geen studie zou maken van religie en internationale politiek, dan moet het gegeven dat zo’n tachtig procent van de wereldbevolking religieus is al reden zijn om er aandacht aan te besteden. Nu is de stilzwijgende aanname dat het niet relevant is. En dat is echt niet terecht. Er zijn inmiddels veel onderzoeken verschenen waaruit de rol en betekenis van religie blijkt zodat het simpelweg onverstandig is om religie te negeren. Zeker studenten die uiteindelijk daadwerkelijk in een internationale functie terecht komen, hebben er baat bij om naast kennis van de cultuur en het vak dat ze beoefenen, ook kennis te hebben van verschillende religies in hun contexten. Het gaat mij dus puur om het empirische feit dat religie een rol speelt. Ik bedoel niet te zeggen dat religie per se een rol moet spelen of dat religie altijd een constructieve rol speelt.”

Wat zijn jouw persoonlijke drijfveren om met dit onderwerp aan de slag te gaan?

“Die zijn tweeledig. Aan de ene kant kwam ik erachter dat veel theorieën in de internationale betrekkingen een religieuze achtergrond of inspiratie hebben. Ik kwam daar zelf achter toen dr. Falger mij tijdens mijn studie uitnodigde om bij hem af te studeren op de theoloog Reinhold Niebuhr en zijn visie op de internationale betrekkingen. Toen kwam ik erachter dat er verschillende denkers zijn die over internationale politiek hebben nagedacht en zich daarbij lieten inspireren door het christelijk geloof, bijvoorbeeld Martin Wight en Herbert Butterfield. Het intrigeerde mij hoe die twee zich tot elkaar verhouden. Inmiddels is hier steeds meer aandacht voor. Het wordt ook wel de ‘theological turn’ genoemd.

Simon-Polinder_proefschrift

Aan de andere kant zag ik, toen ik lesgaf aan de afdeling Internationale Betrekkingen en Internationale Organisaties aan de Rijksuniversiteit Groningen, dat er nauwelijks aandacht was voor de rol van religieuze factoren in de internationale betrekkingen. Vervolgens heb ik een voorstel geschreven voor een promotieonderzoek om dit uit te zoeken. Hoe kan het dat in een vakgebied waarbij denkers zoals Niebuhr een rol hebben gespeeld religie zo afwezig is? Ik heb toen een promotiebeurs gekregen van de Faculteit Theologie en Godsdienstwetenschappen, waar in die tijd overigens het centrum Religion and the Public Domain is opgericht. Ik heb toen alle literatuur bestudeerd die er sinds de jaren negentig is verschenen over de rol van religie in de internationale betrekkingen en dat in deel een van mijn proefschrift samengevat. Tegenwoordig noemen ze dat de ‘religious turn’.”

Wat zijn volgens jou de belangrijkste inzichten die uit jouw onderzoek te halen zijn?

“Dat veel theorieën over de internationale betrekkingen helemaal niet zo seculier en neutraal zijn als wordt gesuggereerd. Dat wordt zichtbaar als je deze theorieën bevraagd op hun levensbeschouwelijke aannames. Bij Niebuhr is dat heel duidelijk. Bij Hans Morgenthau wordt dat al minder maar nog steeds is het duidelijk aanwezig. Je ziet bij hem de invloed van christelijke theologie en zijn eigen Joodse achtergrond. Bij een denker als Kenneth Waltz zie je hoe hij welbewust zijn theorie probeert te seculariseren om zo acceptabel te worden voor de wetenschap. Tegelijkertijd zie je dat zijn theorie daardoor ook iets aan rijkdom verliest. Mijn pleidooi is om in het debat over de rol van religie in de internationale betrekkingen meer bewust te zijn van de vooronderstellingen die een rol spelen. Deze kunnen namelijk religieus, maar ook seculier van aard zijn. In beiden gevallen beïnvloeden ze echter de manier waarop in theorieën wordt gekeken naar religie.

Een andere conclusie van mijn onderzoek is dat religie op dit moment een belangrijke rol speelt in de wereld en dat die rol op sommige momenten groter of kleiner kan zijn, afhankelijk van context en plaats. Tegelijkertijd is religie een lastig te kwalificeren factor. Ik gebruik daarom graag de metafoor van de wind. Je weet niet zo goed waar de wind vandaan komt en je hebt ook weinig grip op de kracht ervan. Tegelijkertijd is voor mij ook duidelijk geworden dat de internationale politiek een eigen praktijk is met eigen spelregels die je serieus moet nemen. Religie is daarin een van de factoren die een rol speelt. Het vraagt kennis van de internationale betrekkingen enerzijds en kennis van religie anderzijds om te kunnen oordelen welke rol religie precies speelt.”

Welke rol zie je voor jezelf weggelegd in dit veld nu je je proefschrift hebt afgerond?

“Wat ik heel mooi zou vinden is als we door middel van actieonderzoek samen met een groep medewerkers van het ministerie van Buitenlandse Zaken zouden gaan ontdekken op welke manier de gevoeligheid voor de rol die religie speelt zou kunnen worden vergroot. Als dat lukt heb je al een heel mooie basis. Vervolgens zou je nog verder kunnen gaan. Uiteindelijk wil je ook dat mensen kennis hebben van religie en de manier waarop dat een rol kan spelen en wil je ook dat ze de vaardigheid ontwikkelen om op basis van die kennis te handelen.

Het mooie van actieonderzoek is dat je enerzijds onderzoek doet en dus ook kunt publiceren over wat wel en niet werkt, waar ook andere landen weer van kunnen leren, terwijl je tegelijkertijd samen al een verandering in beweging zet en samen aan het leren bent. Ik doe dit zelf op dit moment als lector binnen zorginstellingen. Medewerkers weten dat zingeving belangrijk is voor cliënten, maar willen dan ook graag toegerust worden en leren hoe ze daaraan tegemoet kunnen komen. Soms is de aanleiding dat zingeving of religie leidt tot onderlinge schuring, maar ook dan is het belangrijk dat je samen in gesprek kunt gaan hierover, bijvoorbeeld door een moreel beraad. Dus los van de vraag of religie een positieve of negatieve rol speelt, je zult er kennis over moeten hebben en vaardigheid moeten ontwikkelen hoe er mee te dealen.”

U kunt gratis verder lezen

Klik deze melding weg via het kruisje. Maar goede artikelen schrijven kost geld. Steun daarom onze schrijvers en word al vanaf € 5 per maand Vriend/in van Nieuw Wij.

Ik lees eerst het artikel verder.
samira

Samira I. Ibrahim

Projectleider

Samira I. Ibrahim houdt zich als hydroloog en theoloog voornamelijk bezig met wetenschappelijk onderzoek en zet zich via diverse projecten …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.