Hond

De Griekse filosoof Diogenes van Sinope (404-323 voor Chr.) kreeg de bijnaam ‘kuon’: hond. Van dat ‘kuon’ is het woord ‘cynisme’ afgeleid. Anders dan in ons taalgebruik staat het niet voor verhard of verbitterd, maar voor een basale levenswijze:
het verwerpen van rijkdom en culturele vanzelfsprekendheden. Trouw aan de natuur. Overgave aan een louter biologisch welbehagen. Het doorprikken van alles wat onecht is. Onbevangen lichamelijkheid en instinct.
Hij liep met een lampje op straat door Athene en riep: ‘Ik zoek een mens!’ Hij deed wel meer op straat, masturberen bijvoorbeeld.
Zo leefde Diogenes als een straathond. Alles om te laten zien: dit is de mens.

Waarom breng ik hem ter sprake?
Omdat wij van hem kunnen leren. Wat dan? Dit: het basaal biologische, de schaamteloze lichamelijkheid, is het echte ‘wij’, voorbij volk, cultuur, religie of overtuiging. Diogenes beschouwde zichzelf dan ook als wereldburger.

De varkens van Vasalis

Zo’n hond als Diogenes zou je niet verwachten in de omgeving van een keurige dame als de dichteres Vasalis. Toch vind je hem daar. Hij woont zelfs in haar. Zij is een echte mevrouw uit een academisch milieu, maar in haar gedichten lijkt een Sturm und Drang te schemeren die ze ternauwernood beheerst. Wie in haar biografie (van Maaike Meijer) fragmenten uit haar dagboek en brieven leest komt de Diogenes in haar op het spoor. Bijvoorbeeld in de beschrijving van de varkens die ze vanuit de bus ziet:

‘…schaamteloos naakte varkens, die daar als hopen blote billen en borsten in de modder liggen.’

Het wroeten in de modder, het een zijn met water en aarde, je mee laten voeren in je ongebreidelde instincten. Vasalis moet dat verlangen in zich hebben gehad. Ze is er nooit toe gekomen om Diogenes helemaal toe te laten maar hij blijft zichtbaar, misschien wel het meest in haar fascinatie en liefde voor hen die zich laten gaan: de psychisch ontspoorden.

Het is in dat verband typerend dat ze innig bevriend was met Gerard Reve. Waar zij zich schaamt is Reve juist bezig zijn meest persoonlijke wanhoop en gekkigheden uit te dragen als een ware Diogenes. Hij maakt het zelfs tot kern van zijn werk. Zij herkent het maar durft er niet in mee te gaan.

Misschien behoort dat wel tot de tragische kant van haar leven.

Wat leer ik van Diogenes?

Niet iedereen hoeft een Diogenes te zijn, maar het is wijs hem in jezelf aan te kijken. Behalve zijn wereldburgerschap kunnen we namelijk nog veel van hem leren.

Om te beginnen introspectie. Telkens de vraag stellen: wat drijft me nu echt? Waar zit het beest in mezelf? En die correcte mening die ik heb, wat zit daarachter?

Masturberen op straat lijkt me geen aanrader, maar openheid over lichamelijke verlangens en bevrediging, volledige acceptatie, ja, positieve waardering, zou velen helpen om een liefdevoller seksueel zelfbeeld te ontwikkelen.

Toen Alexander de Grote hem vroeg een wens uit te spreken antwoordde Diogenes: ‘Ga uit mijn zon’. Dat zegt het precies: ga uit elkaars zon. M.a.w. laat elkaar met rust, in plaats van elkaar te willen bekeren of overtuigen.

Uit datzelfde verhaal blijkt zijn verrukkelijke lak aan autoriteit of reputatie. Zowel van vorsten en politici als – in onze tijd – van tv-persoonlijkheden en/of programma’s, schrijvers, boeken, theologen, columnisten en ander omhooggevallen volk.

Zijn radicale ontlediging voert ons in ‘de wolk van niet-weten’. Het enig zuivere uitgangspunt. Alleen vanuit het niet-weten kunnen we filosoferen en spreken over het goddelijke. Dat is de link met de mystiek.

Ten slotte: ook in de bijbel treffen we cynische profeten aan die soms smerige dingen doen op straat (Zie bv. Ezechiël 4:12). En vergeet Jezus niet, die onaangepaste, provocerende zwerver, die zich ontfermde over hoeren en honden.

jansenwim

Wim Jansen

Theoloog, schrijver en dichter

Naast predikant was Wim Jansen (1950) lange tijd werkzaam als docent levensbeschouwing, met name op de Hogeschool Zeeland. Tot zijn …
Profiel-pagina
Al 5 reacties — praat mee.