‘The Zone of Interest’ is gesitueerd in het jaar 1943. Het vertelt het verhaal van Rudolf Höss, commandant van concentratiekamp Auschwitz, die met zijn vrouw Hedwig en hun vijf kinderen naast het kamp woont. Rudolf neemt de kinderen mee uit zwemmen en vissen, en Hedwig besteedt tijd aan de tuin. De lokale Poolse bevolking doet het huishouden, en bezittingen van gedeporteerde Joden worden aan de familie en de huishoudsters gegeven. Achter de tuin/kampmuur zijn geweerschoten, geschreeuw en het geluid van treinen en ovens te horen. ‘The Zone of Interest’ ging op 19 mei 2023 in première op het Film Festival van Cannes, en draait momenteel in de Nederlandse bioscopen.

Herinneren, weten, bewegen

Het zien van de film doet stil vallen, een verwoestende stilte voelen. Dit is echter niet waar de Britse filmmaker Jonathan Glazer wil dat we stoppen. Hij wil met de film doen nadenken, spreken, voelen en in beweging komen. Hij wil dat we ons herinneren. Bij het zien van de film in Utrecht een paar weken geleden kon ik niet ophouden te denken aan die andere genocide die op dit moment plaatsvindt, en die nauw verwant is aan de genocide die ik op het scherm zag. Het zien van deze representatie van de Shoah op het moment dat er oorlog wordt gevoerd tegen Palestijnen, niet in staat zijn dat niet te weten, is het kennen van de relaties tussen beide. Dit denken, weten en voelen is een herinnering aan wat wit christelijk Europa heeft gedaan ten tijde van kolonialisme en oorlog, en wat het nu doet.

Het zien van ‘The Zone of Interest’ in deze tijd, op deze plaats, is voor mij een kritische herinnering van deze geschiedenis. Het is een terug oproepen in ons denken en weten van de verbanden tussen toen en nu – hier en daar, Shoah en kolonialisme, oorlog en vrede, geweld en welvaart. Kritisch herinneren is ook verantwoordelijkheid opnemen en re–ageren. Regisseur Jonathan Glazer legde soortgelijke verbanden in zijn dankwoord bij de Oscars op 10 maart, nadat zijn film de Oscar voor beste internationale film had gewonnen. In zijn toespraak zei Glazer dat de film is:

… om te reflecteren en ons te confronteren in het heden, niet om te zeggen kijk eens wat zij toen deden, maar kijk eens wat wij nu doen. [De] film laat zien waar ontmenselijking op zijn ergst toe leidt. […] Hoe bieden we weerstand?

Jonathan Glazer

De toespraak werd als controversieel gezien. Het werd fel bekritiseerd door degenen die de verbanden tussen toen en nu niet willen leggen, die niet op een kritische manier willen kijken naar wat het geseculariseerde christelijke Westen vandaag de dag doet om haar geopolitieke belangen te beschermen. Glazer benadrukt het cruciale belang van kijken, echt kijken om te zien en te begrijpen, naar wat we toen deden en wat we nu doen. Zijn nadruk op kijken vind ik fascinerend, gezien het feit dat de film zelf laat zien dat alle pogingen worden gedaan om niet te kijken, juist om niet te zien, niet echt te kennen.

Dit niet kijken, niet zien, niet kennen, geldt niet voor het personage Rudolf Höss, de commandant van het concentratiekamp Auschwitz. Hij ziet niet alleen, maar houdt toezicht op de uitroeiing van de Joden. Het geldt wel voor Hedwig en de kinderen die naast het kamp wonen. Ook al weten ze heel goed wat er aan de andere kant gebeurt, de muur is van het grootste belang hen te beschermen tegen het daadwerkelijk zien ervan.

Horen, ruiken, (niet) zien

Ook al dragen de vrouwen van huize Höss de kleren gestolen van Joodse gevangenen, en ruiken de familieleden vuur en rook, horen ze geschreeuw, geblaf en geweerschoten, ze zien niets. Ook al dringen stemmen oren binnen, en belandt de geur van verbranding in neusgaten en longen, het geweld tegen Joodse lichamen staat niet op hun netvlies. Ik stel vast dat Glazer, als zodanig een reflectie op visie bevoorrecht. De film brengt de dringende boodschap: open je ogen en zie – open je ogen en weet, wees geraakt, kom in beweging.

zone 75-800×445

Glazers nadruk op zicht zet mij aan verder stil te staan bij de zintuigen gevormd door imperium. De idylle van huize Höss is mogelijk door de genocide te ont-zien. Toch laat de film de poreusheid van de muur zien: vernietiging is overal. Het is de rook die boven het huis hangt, het is de as die op het wasgoed terechtkomt, het zijn de botten die in de rivier drijven. Je kunt het horen, ruiken, aanraken. Het is verre van verborgen. Joodse lichamen vernietigd door vuur en meegevoerd door lucht, wind en water. In ‘The Zone of Interest’ wordt het klimaat gevormd door antisemitisme en uitroeiing. Hedwig werkt aan huiselijk geluk, zich volledig bewust van genocide, in een omgeving van land, lucht, wind en water, gevormd door genocide.

Wanneer het toch gezien wordt, brokkelt die huiselijke idylle een stukje af. Dit gebeurt wanneer Hedwigs moeder bij haar bezoek ’s nachts vanuit haar slaapkamerraam het brandende crematorium ziet. Ze vertrekt de volgende dag onaangekondigd en laat een briefje achter, waardoor Hedwig van streek raakt. Genocide moet dus ongezien blijven: alles moet eraan gedaan worden om het te ont-zien.

Hiermee zet de film, zo stel ik, ons aan tot nadenken over de lichamen, zintuigen en omgevingen die worden gecreëerd in een context van imperium en kolonialisme. ‘The Zone of Interest’ brengt lichamelijkheid, structuren van (niet) zien en ruimte naar voren als gevormd door sociale mobiliteit, mannelijkheid en vrouwelijkheid, en geracialiseerde hiërarchieën. Het is daarom van belang verder na te denken over klasse, gender en ras.

De levensruimte van pioniers

‘The Zone of Interest’ toont een huishouden dat in stand wordt gehouden door gegenderde en geracialiseerde vormen van intimiteit. Dit spoort ons aan om feministische kritische perspectieven op het private als politiek serieus te nemen, en het domein van het huishouden als verre van onschuldig te zien.

In de film staat personage Hedwig minstens even centraal als haar man, en dit is een interessante keuze. Hedwig en Rudolf zijn pioniers die naar het oosten trokken om het Duitse rijk, hun eigen toekomst en die van hun kinderen te bevorderen. Hun verhaal is dat van een jeugdliefde en sociale mobiliteit: de expansiedrift van het Duitse rijk bood het koppel onverwachte mogelijkheden voor status, rijkdom en geluk. De trek naar het oosten bood hen letterlijk levensruimte. Door het onderwerp van sociale mobiliteit mee te nemen, onderstreept Glazer dat pioniers, de directe uitvoerders van expansiedrift, vaak niet de elite betreft, maar uit lagen van de bevolking komen die weinig te verliezen hebben. Pioniers stellen diegenen die in de koloniale metropool achterblijven in staat de mogelijke vruchten te plukken van imperialistische expansie, onderwijl de handen schoon te houden.

Pioniers knappen dus het vuile werk op dat een koloniale samenleving in bredere zin ten goede komt. Deze observatie is, zo stel ik, een kritische kanttekening bij de aanname van de onschuld van de koloniale metropool, omdat het vragen oproept over hoe deze onschuld mogelijk wordt gemaakt, en wie al dan niet van kolonialisme en imperialisme profiteert.

Bovendien, de aandacht richten op Hedwig en het huishouden dwingt de kijker te erkennen dat kolonisatie en het opbouwen van een imperium niet alleen worden uitgevoerd door degenen die vooropgaan in de gewapende strijd en genocide plegen. Integendeel, het huishouden, vaak gemaakt tot het domein van vrouwen en kinderen, wordt verondersteld er een van zorg en liefde te zijn. Het domein is van oudsher ook cruciaal voor het ondersteunen van de lichamen en het moraal van de mannen die oorlog voeren.

zone-of-interest

Zo zijn de structuren van (niet) zien dan ook gegenderd: mannelijke en vrouwelijke personages verhouden zich op verschillende manieren tot overzien en niet zien. De mannelijke personages bewegen zich in ruimtes van kille rationaliteit in het spreken over de gaskamers. Zij tonen een adoratie voor militaire hiërarchie en uniformen, en stellen ambitie voorop. Zij spreken niet over concrete mensen, maar over aantallen. De vrouwelijke personages verhouden zich meer tot concrete mensen. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer Hedwig en haar moeder op denigrerende wijze over een voormalige Joodse buurvrouw spreken, die nu ‘misschien wel in het kamp zit’. Zij azen op de kleding, juwelen en gordijnen van gevangen genomen Joodse vrouwen. Hierin brengt de film opnieuw het sociaal opklimmen van het gezin Höss naar voren – Hedwigs moeder was de poetsvrouw van haar Joodse buurvrouw.

Waar de mannelijke personages de genocide overzien, wonen Hedwig en de kinderen achter de muur waar ze de genocide niet direct zien. Echter, zoals de zintuigelijke waarneming van uitroeiing en het omringende genocidaal klimaat de muur overstijgen, is ook de scheiding tussen het openbare leven van officiële beslissingen en oorlogsvoering en dat van het huiselijke domein en intieme relaties poreus.

Gegenderde en geracialiseerde ruimte en intimiteit

Koloniale hiërarchieën op basis van constructies van gender en ras geven vorm aan de intieme relaties tussen degenen die verschillende huiselijke ruimtes bevolken. Terwijl Joodse arbeiders in de tuin werken, komen Poolse vrouwen het huis binnen om te koken, op de kinderen te passen en huishoudelijk werk te doen. Hedwig onderstreept haar autoriteit als bezetter en hoofd van het huishouden door een Poolse hulp eraan te herinneren dat haar in huize Höss een ‘goed leven’ wordt geboden.

Bij een ingebeelde provocatie dreigt Hedwig een andere huishoudster naar de gaskamers van haar man te sturen. De scene toont hoe precair Hedwig haar opgeklommen sociale en raciale status ervaart; waar Joodse gevangenen totaal ontmenselijkt zijn, bewegen de Poolse huishoudsters zich in grijs gebied. De Poolse vrouwen zijn nodig voor het bestieren van het huishouden, maar zijn niet helemaal te vertrouwen en in hun aanwezigheid binnenshuis gevaarlijk dichtbij. Hedwig zet hen dan dus ook op hun plaats met terminologie als ‘lokale meisjes’ en door hen af te blaffen dan wel te bedreigen. Rudolf heeft een geheime seksuele relatie met een jonge Poolse vrouw, die deze verhouding niet kan weigeren.

Waar de ruimte voor verzet beperkt is, maken de Poolse vrouwen kleine verschillen. De Poolse oppas laat de huilende baby in de wieg liggen en bekijkt het met weerzin, in plaats van het kind te verzorgen. Jonge Poolse vrouwen verstoppen, beschermd door de nachtelijke duisternis, appels en peren voor de Joodse arbeiders op het werkterrein, in hopen zand, in kruiwagens en achter schoppen.

De film brengt deze gegenderde en geracialiseerde intimiteiten gelaagd in beeld. Het zet ons zo aan na te denken over de constructie en rol van intieme hiërarchieën en alledaagse handelingen.

Conclusie

Het privédomein kan er één zijn van eindeloos experimenteren en spelen; het kan er ook, of tegelijkertijd, één zijn van ongelijke machtsverhoudingen en geweld. De kinderen van Huize Höss laten met wrede spelletjes, waarbij de oudste zoon zijn protesterende en huilende broertje opsluit in de tuinkas, dat het allebei kan zijn. De scene stelt de pertinente vraag naar de nieuwe generatie. Hoe kan die menselijk zijn als huize Höss is gebouwd naast, op en door genocide?

Zoals Glazer het stelde, moeten we kijken naar wat we toen deden en wat we nu doen. Concluderend onderstreep ik dan ook dat het werk van Glazer belangrijke vragen stelt over hoe het verleden het heden, en daarbij ons, blijft mede vormgeven. De film roept een scherpe reflectie op waarop ons eigen land, onze ruimtes en huizen, gebouwd zijn. Het vraagt naar wanneer en hoe publieke vertogen, alledaags leven en intieme relaties machinaties van gender, ras en imperialisme versterken – en wanneer en hoe deze worden weerstaan en bevochten.

Postscript, 4 – 5 mei 2024
Huize Nederland

Huize Nederland
Gaat prat op waardig herinneren van oorlog
aan de goede kant van de geschiedenis.

Koestert Anne Frank en
is een ‘gaaf land’.
Een verbonden natie.
Een vredig huis.

Huize Nederland
maakt verbanden ongezien.
Koestert orde en
strijkt de plooien glad.
Verstikt als
een dysfunctionele natie,
een gewelddadig thuis.
Is ont-zien van genocide echt mogelijk?
Wie wordt daarin ontmenselijkt, en
wie verliest menselijkheid?

Huize Nederland moet beter
anders, en meer herinneren,
en ook
muren afbreken,
echt zien, kennen,
bewogen zijn, en
bewegen.

Nella-van-den-Brandt

Nella van den Brandt

Religiewetenschapper

Nella van den Brandt is onderzoeker aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. Haar boek Religion, Gender and …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.