Nieuwe vormen van wonen en zorgen zijn in opkomst: collectieve woonvormen waarin ouderen elkaar steunen, waar zelfstandigheid hand in hand gaat met nabijheid, en waar zorg niet altijd professioneel, maar wel persoonlijk is. Een voorbeeld daarvan vinden we in de Utrechtse wijk Kanaleneiland, waar Abdelkader Tahrioui – oprichter van stichting Attifa – samen met een groep oudere migranten een woongroep heeft gerealiseerd. Woongroep Aafia – Arabisch voor ‘welzijn’ – bestaat uit dertien sociale huurwoningen met een gedeelde woonkamer en is een samenwerking met Woonin, gemeente Utrecht, Woonsaem, Maagdenhuis en U op Leeftijd.
Adelkader vertelt over hoe deze woongroep tot stand kwam, waarom het zo’n verschil maakt voor de bewoners, en wat we kunnen leren van deze manier van samen wonen en samen leven.
“Ouderen bleven zitten in woningen die niet meer pasten,” vertelt Abdelkader. “Ze woonden driehoog zonder lift, in huizen waar hun kinderen allang het huis uit waren. Vaak kenden ze hun buren niet eens meer. De fysieke geschiktheid van de woning was één ding, maar minstens zo belangrijk: de groeiende eenzaamheid. Het idee voor een woongroep ontstond uit die behoefte aan verbinding. Samen met andere geïnteresseerde ouderen ging Attifa op onderzoek uit. We hebben overal in het land woongroepen bezocht om van te leren. We zagen dat het kon – mits je er echt in gelooft”, aldus Abdelkader.
De weg naar realisatie was lang: negen jaar. “We zijn bij alle woningcorporaties langs geweest, maar de bereidheid ontbrak vaak,” herinnert Abdelkader zich. “Er is politieke en bestuurlijke durf nodig voor dit soort initiatieven. Dat zagen we te weinig. Pas tijdens een bijeenkomst, waar de plannen toevallig onder de aandacht kwamen van woningcorporatie Woonin, begon het te bewegen. Er kwam ruimte vrij in een gerenoveerd complex in Kanaleneiland – een wijk waar veel migrantenouderen al decennia wonen. Wat voor ons belangrijk was: mensen konden in hun vertrouwde buurt blijven.”
De gemeenschap komt vóór de stenen
Wat Aafia bijzonder maakt, is dat het begon bij de mensen. “We hadden de groep al gevormd voordat er überhaupt woningen waren,” zegt Abdelkader. “We bespraken wat voor soort buren we wilden zijn, hoe we conflicten zouden oplossen, en hoe we met elkaar wilden samenleven.”
De bewoners variëren in leeftijd – van begin zestig tot ruim negentig – en wonen zelfstandig, maar delen een huiskamer voor gezamenlijke activiteiten. Ze vieren elkaars verjaardagen, drinken samen koffie, en delen soms zelfs boodschappen. “Het belangrijkste is dat mensen ervoor kiezen om iets voor elkaar te betekenen,” zegt Abdelkader. “Niet uit verplichting, maar vanuit betrokkenheid.”
Hoewel de meeste bewoners Marokkaanse wortels hebben, is dat niet het uitgangspunt. “Het gaat niet om afkomst,” benadrukt Abdelkader. “Het gaat om gedeelde geschiedenis, gewoontes en de wens om samen te wonen. Het gaat om ouderen uit Kanaleneiland, mensen die hier al dertig of veertig jaar wonen. Zij hebben recht op een plek in hun wijk.”
Volgens Abdelkader laat het project precies zien wat cultuursensitieve zorg kan zijn: aansluiten bij wat mensen zelf belangrijk vinden, zonder in doelgroepen te denken. “Of dat nu een gebedskleed is, een gezamenlijke tajine of gewoon een buur die je groet.”
De impact van Aafia is duidelijk voelbaar. “Mensen voelen zich minder eenzaam,” zegt Abdelkader. “Ze durven hulp te vragen – niet van een professional, maar van elkaar. Het gevoel van veiligheid en gemeenschappelijkheid werkt ook door op de families. Kinderen weten dat hun vader of moeder ergens woont waar mensen op hen letten. Dat geeft rust.”
Conflicten zijn er ook – zoals overal waar mensen intensief samenleven. Daarom zijn er huishoudelijke afspraken gemaakt over dingen als sleutelgebruik, schoonmaak en het gebruik van de woonkamer. “Respect is het belangrijkste,” zegt Abdelkader. “Je hoeft niet alles samen te doen, maar je moet wel rekening met elkaar houden.”
Woongroep Aafia is geen blauwdruk. Het is geen universele oplossing voor de uitdagingen rond ouder worden. Maar het is wél een inspirerend voorbeeld van hoe ouder worden anders kan – als we de mensen zelf centraal zetten. “Je moet beginnen bij de mensen, niet bij het gebouw,” aldus Abdelkader. “En je moet hen goed ondersteunen – vooral bij het verhuizen, wat voor oudere migranten vaak een hele grote stap is.”
Dat realiseren vergde meer dan idealisme. “We zijn in het hele traject op een hele goede manier geholpen door de Stichting Woonsaem uit Amsterdam. Het is een initiatief van het Maagdenhuis in Amsterdam die veel migrantengroepen heeft geholpen met woongroepen opzetten,” zegt Abdelkader. “Zij brachten kennis over vastgoed en regelgeving in, waar wij als zorgorganisatie geen ervaring mee hadden.”
Als je Abdelkader vraagt hoe hij zichzelf ziet als hij ouder wordt, zegt hij: “In zo’n groep. Multicultureel. We hebben allemaal andere geuren, andere muziek, maar in de basis dezelfde behoeften.”
Dromen van meer plekken
Het politieke klimaat is er niet altijd naar, maar het dagelijkse leven vertelt een ander verhaal: dat mensen willen zorgen voor elkaar. Dat ze willen leven in verbondenheid. En dat, met de juiste ondersteuning, dit soort gemeenschappen kunnen bloeien – zelfs in een krappe woningmarkt, zelfs zonder doelgroepbeleid, zelfs in een samenleving die vaak individualistischer lijkt dan ze in werkelijkheid is.
Voor stichting Attifa is Aafia geen eindpunt. “We dromen van meer van dit soort plekken,” vertelt Abdelkader. “In Overvecht bijvoorbeeld. Want zolang ouderen langer zelfstandig moeten blijven, moeten we ook zorgen dat de huisvesting daarbij past.”
Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op 25 augustus jl. en opnieuw geplaatst in het kader van de Nieuw Wij Winterherhalingen.
