Lang voordat de droom van Theodor Herzl over oprichten van een ‘Jodenstaat’ werkelijkheid werd heerste er in Europa al een christelijk zionistische geest. Sterker nog, die geest had zich geopenbaard lang voor dat de zionisten van de negentiende eeuw aan hun droom begonnen. Binnen de beweging van de Puriteinen, een verzamelnaam voor meerdere protestantse stromingen in Groot Brittannië, werd al tweehonderd jaar eerder gesproken over “de terugkeer van de over de wereld verspreidde Joden naar hun Thuisland”.

De Congregationalist John Owen (1616-1684), de Baptisten John Gill (1697-1717) en John Rippon (1751-1836) verkondigden samen met veel andere Britse theologen waaronder ook de Anglicaanse bisschop J.C. Ryle (1816-1900) dit Restorationisme.

De zionistische voorman en schrijver Nahum Sogolov (1859-1936) suggereert dat dit Britse vroeg-theologische gedachtegoed zelfs aan de wieg heeft gestaan van het in de zeventiende eeuw opnieuw toestaan dat joden zich weer mogen vestigen aan de overkant van de Noordzee. Dit gebeurde onder het gezag van de puriteins leider Oliver Cromwell. De Joden waren enkele eeuwen eerder in de dertiende eeuw verbannen naar het Europese vasteland.

Het zal duidelijk zijn dat dit voornamelijk Britse Christelijk zionisme geworteld was in het Nieuwtestamentisch gedachtegoed. Dit theologisch denken ging over de naderende eindtijd, dus ook over de wederkomst van de Christelijke Messias. En ja, om dit christelijk verlangen allemaal realiseerbaar te maken was het noodzakelijk om een einde te maken aan de Joodse diaspora. Wij joden waren nodig voor het in vervulling brengen van deze Christelijke profetie.

Het is een feit dat dit christelijk denken parallel liep aan de Joodse beschouwingen over de terugkeer van Joden naar het Heilige Land. Parallel, maar niet identiek. Joden mochten vanuit hun verstaan van de Thora en Talmoed helemaal niet massaal terugkeren tot dat het moment van verlossing daadwerkelijk was aangebroken. De Drie Eden stonden hen daarbij in de weg. Zie deel 2 van deze serie. Christenen willen hen daarentegen juist wel terug brengen.

William_Hechler
William Hechler (1845-1931) Beeld door: Wikipedia

Een van de latere volgelingen van dit restorationisme, William Hechler (1845-1931), probeerde een brug te slaan tussen het seculiere Joods zionisme van Herzl en wat hem zelf vanuit zijn Bijbels denken dreef. Hij verkondigde een groot bewonderaar van Theodor Herzl te zijn. Hechler introduceerde Herzl bij de Groot Hertog van Baden om op die manier voor hem toegang te krijgen tot de Duitse keizer Wilhelm II. De keizer zou dan behulpzaam kunnen zijn bij het oprichten van de ‘Jodenstaat’ zoals Herzl deze voor ogen had.

Wat dit verhaal niet aan iedereen vertelt is dat William Hechler ook andere motieven had. Zo verwierf hij voor zichzelf in Londen een positie binnen de ‘London Society for Promoting Christianity Amongst the Jews’, de huidige nog steeds bestaande ‘Church’s Ministry Among Jewish People’. Dit is een wereldwijde organisatie met als doelstelling het verkondigen van het Evangelie onder de Joden. Hechler zag het bekeren van Joden tot volgelingen van de christelijke Messias als een van zijn opdrachten.

Gaande al deze ontwikkelingen zien we hoe op een verwarde manier Joods seculier zionisme en christelijk theologisch zionisme met elkaar verweven raken, ieder met een eigen agenda.

De Oude Jisjoew laat dit alles langs zich heen gaan. Zij haalt haar schouders op over die christenen die zich zo nodig opnieuw met Joden moeten bemoeien. Hebben zij vanuit het oude Europa niet genoeg ellende te weeg gebracht met hun Kruistochten, hun Inquisitie en vervolgingen?

En de Jisjoew ergert zich aan de seculiere zionisten die het ‘ware jodendom’ van zich hebben afgeschud of zijn kwijtgeraakt en zich nu met de in het Heilige Land wonende devote Joden bemoeien die op niets anders uit zijn dan te wachten op de komst van de Messias.

Terug naar Nederland van na 1948. De Joodse Staat is een feit. Joods Nederland leeft in die eerste jaren in een soort waan dat Nederland een onlosmakelijke steunpilaar is van het jonge Israël. Een waan die in ieder geval tot begin jaren zeventig van de vorige eeuw duurde.

Dat de waarheid duidelijk anders lag, bleek wel uit het politiek geharrewar rond een nooit afgelegd staatsbezoek van koningin Juliana aan Israël. Juliana moest wachten tot zij gewoon weer prinses was voordat zij in 1986 naar Israël kon gaan. Maar dan wel als een privébezoek.

Prinses Beatrix kwam samen met haar echtgenoot prins Claus al in 1976 naar Israël. Ook toen was er politiek gedoe. De prinses wilde op uitnodiging van de voorzitter van het Israëlische parlement de vergaderzaal betreden. De Nederlandse ambassadeur Christiaan Arriëns sloot pardoes voor de neus van Hare Koninklijke Hoogheid de deur. De minister van buitenlandse zaken Max van der Stoel legde uit dat onze troonopvolgster binnen het Israëlische parlement alleen maar politieke onrust zou veroorzaken.

Binnen christelijk Nederland was het in die tijd ook al niet veel beter na een aanvankelijke steun voor het Nederland zionistisch gedachtengoed van na de Tweede Wereldoorlog. Niet geheel onterecht is de vraag wat nu precies de oorzaak was van die omslag. Was het de olie-schaarste die ontstond tijdens de Jom Kippoer oorlog, het gewapende conflict in 1973, waar elke Nederlandse burger ineens last van kreeg? Was het de politieke druk door de Arabische landen waar ons land mee te maken kreeg? Of had dit alles te maken met het feit dat de houdbaarheidsdatum van het aanvankelijke mededogen met de Jood in Nederland ná de Sjoa, de vernietiging van de Joodse gemeenschap in de Tweede Wereldoorlog, scheuren begon te vertonen?

In Amsterdam vindt aan het einde van vorige eeuw in Amsterdam de conferentie plaats van het Joodse Wereldcongres en het Vaticaan over de verhouding tussen de Rooms-Katholieke kerk en het wereldjodendom. Voor de Joodse delegatie was dit een uniek moment om twee punten op de agenda te plaatsen. Allereerst de nog steeds niet opgehelderde rol van Paus Pius XII tijdens de Tweede Wereldoorlog in relatie tot de Jodenvervolging. En dan het nog steeds niet erkennen van de Staat Israël door het Vaticaan.

Vanwege het bezoek van Theodor Herzl in 1904 aan Paus Pius X werd dat nu, aan het einde van de twintigste eeuw, wel eens tijd. Pius X had tegenover Herzl verklaard niets te willen weten van een Joods thuisland. Want de Joden wilden Jezus niet erkennen als Messias en Palestina was heilig omdat dit het land van Jezus Christus was. Niet het land van de Joden. Wij als delegatie waren echt benieuwd hoe het Vaticaan hier nu, negentig jaar later – na de Sjoa en na de oprichting van de Joodse Staat – tegenover stond. Voorafgaand aan de behandeling van dit agendapunt was tijdens een eerdere sessie van de conferentie een bezoek aan het Anne Frankhuis ingelast. De boodschap na dit bezoek moest dan toch wel duidelijk zijn voor onze katholieke gesprekspartners.

Bij de opening van de vergadersessie met ons agendapunt vroeg de katholieke delegatie onder leiding van de Nederlandse Kardinaal Johannes Willebrands om een schorsing. Er moest met het Vaticaan overlegd worden. Na lang wachten werd de vergadering hervat. De kardinaal sprak het ‘verlossende’ woord: ‘De Heilige Stoel heeft ons niet gemachtigd deze beide onderwerpen hier te bespreken’. Voor dat moment het einde van het verhaal.

Buiten het officiële kerkelijke gebeuren om gebeurt er wel het een en ander op het gebied van Israël en christendom. De christelijke zakenman Karel van Oordt richt in de tachtiger jaren de stichting Christenen voor Israel op en neemt hierin de christelijke fotograaf Pee Koelewijn als steun en toeverlaat mee. Beiden zijn ervan overtuigd dat het christendom veel te weinig doet voor Israël. Hun agenda is duidelijk. Onder steun voor Israël verstaan zij dat de oudtestamentische beloften aan het Joodse Volk nog steeds van toepassing zijn. Ook verzetten zij zich in dit verband tegen de vervangingsleer waarin verklaard wordt dat de kerk de Bijbelse rol van het Jodendom heeft overgenomen.

Wie deze twee voormannen gekend heeft, weet dat met deze oprichting eindelijk een zuivere weg van christelijk zionisme bewandeld kon gaan worden. Maar we nu zijn veertig jaar verder. Ook dit stukje christelijk zionistisch activisme heeft afscheid genomen van de weg van haar oprichters en laat in woord en geschrift al langere tijd zien dat de weg van de Jood en daarmee ook Israël uiteindelijk als enig einddoel kan hebben de wederkomst van de christelijke Messias en niemand anders. Veertig jaar na haar oprichting schrijft Christenen voor Israël: “Het heeft de Eeuwige behaagd zich in Joods vlees en bloed te openbaren. De Mens Jezus van Nazareth werd te midden van Israël geboren en leefde in het land Israël als een vrome Jood bij de Thora. En alleen zo is Hij ook de Verlosser van de wereld.”

Deze laatste omslag betreft echt niet alleen Christenen voor Israël maar ook andere christelijke organisaties die uitdragen Israël een goed hart toe te dragen. Uiteindelijk zijn zij weer terug bij het christelijk zionisme van die Puriteinen die onder de dekmantel van het creëren van een Joods thuisland al eeuwen geleden op weg gingen om hun uiteindelijke doel te bereiken: de Jood te brengen tot die erkenning van hún Messias. Zoals de Nederlandse vriendenstichting voor het joods-orthodoxe ziekenhuis in Jeruzalem Shaare Tsedek een activiteit aanbiedt onder de noemer “De Messias als bron van hoop (belofte OT en vervulling NT), Hoop voor Israël, Hoop als anker van de (christelijke) levenswandel en Toekomstverwachting.”

Christelijk zionisme is weer terug bij de geest van de Puriteinen. En Joods zionisme ploetert voort, seculier dan wel religieus, maar zeker zonder enige verbintenis met die toekomstverwachtingen die hun christelijke partners koesteren.

En de Oude Jisjoew wacht met messiaans ongeduld al hopend, gelovend en biddend af wat er werkelijk staat te gebeuren.

Lody van de Kamp2

Lody van de Kamp

Rabbijn

Afkomstig uit een Joods gezin waarvan de vader twee jaar doorbracht in het concentratiekamp Auschwitz en de moeder als onderduikster de …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin het gesprek.