Een van de bekendste kenmerken van een bijna-doodervaring is de aanzuiging van een licht waarin je wilt blijven maar waaruit je onverbiddelijk wordt terugverwezen. Een sublieme eenheid waar je altijd min of meer naar blijft verlangen. Zodanig dat het tot een vast element van je leven wordt. Een blijvend heimwee als onderstroom. Dat aspect herken ik en ervaar ik als heilzaam.

Eros en Thanatos

Voor de goede orde: het leven in al zijn facetten heeft mij van jongs af aan tot lofprijzing gebracht. En nog steeds voel ik mij, net als de schrijver A. den Doolaard, dronken van het leven. Maar naast dit vitalisme heb ik altijd een verlangen naar totale rust gekend. Een weemoed grenzend aan een geluksgevoel, waarmee ook het woord ‘God’ onlosmakelijk verbonden was. De dood als thuiskomst in God en als zodanig een wezenlijk onderdeel van het leven.

Gaandeweg is dit besef versterkt tijdens perioden van verlies. Een bijna-doodervaring heb ik nooit gehad. Integendeel, toen ik vorig jaar drie keer op de hartbewaking belandde en het, in mijn beleving, ernstig mis dreigde te gaan, werd ik bevangen door verwarring, angst en schrik.

Toch, naderhand, haast met terugwerkende kracht, leek het of er wel degelijk iets van die vrede bij me binnen druppelde. Druppelde… als een weldadig infuus God. Er waren momenten van – wat ik maar aanduid als – een Nirwana-achtige sfeer. Een dromerige verstilling waarin ik het gevoel had met een deel van mijn wezen aan ‘gene zijde’ te vertoeven. Over alles lag een glans van verzoening en pure liefde.

Er was zogezegd geen sprake van een orgasme maar van het zoete gevoel van het voorspel. Je kunt ook zeggen: prettig aangeschoten van God.

Nog steeds koester ik die lichte dronkenschap. Vooral in de gestalte van verlangen, maar… dit alles NAAST het besef van de kostbaarheid van het broze leven. Schoonheid, licht, stilte, de omgang met geliefden, vrijen – alles wordt inniger in het besef van de dood.

Eros licht op in het aanschijn van Thanatos.

Laat niemand dus in paniek raken als hij of zij dat heimwee bij zichzelf gewaarwordt.

Nabijheid

Maar hoe kun je dat verlangen toelaten als je denkt aan je geliefden? Natuurlijk wil je bij hen blijven en, andersom, hen niet in verdriet achterlaten. Desondanks heb ik vrede met de dood. Waarom?

In het spoor van Jung, maar ook bijvoorbeeld A.F.T.H. van der Heijden in Tonio, ben ik vervuld van een ‘weten’ dat in de dood onze energie bij en in onze geliefden blijft.

Wie kent niet die vervreemdende ervaring bij het zien van een gestorvene? Het lichaam is enkel nog een huls, een onwezenlijk wassen beeld, waaruit de ziel is geweken. Maar, evenals alle energie, kan die niet verdwenen zijn.

Vanzelfsprekend kies je in dit bestaan voor de lijfelijke nabijheid, maar met het eindigen daarvan zijn de communicatie en de liefde niet afgelopen.

Wat blijft is de nabijheid van liefde.

Dat heeft niets met geloof te maken, maar met ervaring

Gezonde dubbelheid

Deze universeel menselijke bevinding brengt een heilzame dubbelheid aan in ons leven: Enerzijds trouw zijn aan de aarde, bewust de geliefden koesteren en het leven indrinken. Anderzijds verlangen om op te gaan in God, als de vonk die teruggelegd wordt in het vuur, in de wetenschap dat van ons leven de gloed van liefde achterblijft.

Waarom vertel ik dit allemaal? Niet om een voor iedereen geldende waarheid te verkondigen, maar om te communiceren dat het bestaat.

jansenwim

Wim Jansen

Theoloog, schrijver en dichter

Naast het predikant-schap was Wim Jansen (1950) lange tijd werkzaam als docent levensbeschouwing, met name op de Hogeschool Zeeland. Tot …
Profiel-pagina
Al 8 reacties — praat mee.